Werkplek

‘Werknemers die een foto of een plant op hun bureau mogen zetten, zijn 15 procent productiever dan werknemers die het moeten doen met een steriele werkplek’, las ik onlangs in een berichtje onder de titel ‘Tip voor de baas’.
Door Gerrit Breeuwsma

‘Werknemers die hun omgeving volledig aan hun wensen mogen aanpassen zijn tot wel 25 procent productiever’, ging het verder en dat leek me in alle opzichten goed om te weten. Niet alleen voor de werknemers, die met het argument van ‘extra productiviteit’ hun eigen omgeving mogen bepalen, maar ook voor iedere baas (of iedereen die zich baasachtig meent te moeten gedragen). Bij elke vier werknemers krijg je er door hun verhoogde productiviteit het equivalent van een extra werknemer bij en dat is toch gemakkelijk verdiend.

Eén werkkracht extra lijkt misschien niet zo indrukwekkend, maar stel, je hebt 120 werknemers die tevreden zijn met hun werkplek, dan praten we in termen van productiviteit dus over 30 extra – virtuele – medewerkers. Die leveren naast de extra productiviteit, ook nog eens een enorme besparing op het aantal vierkante meters per werknemer op, want het totaal van 150 werknemers bezet slechts de werkruimte van 120 werknemers. En omdat 30 virtuele werknemers geen ruimte innemen, kunnen de resterende 120 hun kamers geheel naar eigen inzicht blijven inrichten, terwijl ze hem in zekere zin wel delen met een ‘kwart virtuele medewerker’. Iedereen gelukkig.

Zo zat ik, op wat nu nog mijn kamer is, naar aanleiding van het berichtje wat voor me uit te rekenen en kwam zo moeiteloos uit bij de conclusie dat de verhuisplannen die het faculteitsbestuur er bij GMW door wil drukken ronduit onverstandig zijn. Het faculteitsbestuur denkt zijn slag te slaan door meer mensen in minder vierkante meters te persen, maar vooralsnog is alleen het bestuur overtuigd van de noodzaak en redelijkheid daarvan. Verder is iedereen ongelukkig met de situatie. Dat minder gelukkige medewerkers, minder productief zijn, lijkt er niet toe te doen.

Tegenwoordig moet je berichten als dit over productiviteit natuurlijk eerst factchecken, waarna er allerlei mitsen en maren aan toegevoegd worden, maar ik ben slechts een eenvoudige columnist en hoef alleen maar op mijn eigen oordeel af te gaan en volgens mij klopt het wel.

In ieder geval is de neiging om een omgeving naar eigen wensen aan te passen bij mij sterk ontwikkeld. Ik hoef maar een nacht in een hotel te verblijven of ik begin al met de meubels te slepen, schilderijen te verhangen en een stapeltje boeken op het nachtkastje te leggen, zodat het er uitziet alsof ik er al tijden woon. En dan hebben we het dus over een hotelkamer.

Op mijn werkkamer ga ik voor de full package. Nou ja, niet helemaal. Foto’s op het bureau – portretten van vrouw en kinderen – vind ik eerlijk gezegd een beetje dubieus: pronkerig en bezitterig, wat vaak hetzelfde is (bij mij liggen ze in een la, zodat ik ze in geval van nood onmiddellijk in stelling kan brengen). Maar in plaats van een half vergane kamerplant op mijn bureau, heb ik het riante zicht op een complete hortus. Verder zorgen schilderijen, oude meubels, boekenkasten, een bescheiden garderobe en heel veel rommel ervoor dat mijn werkkamer onmiskenbaar mijn kamer is.

Het faculteitsbestuur zal er niet blij mee zijn, maar er zijn dagen dat ik met een aan geluk grenzende tevredenheid op mijn kamer zit te werken. Bewijzen kan ik het niet, maar ik weet bijna zeker dat ik dan die 25 procent extra productiviteit fluitend haal.

Hoe dan ook, als ze mij van mijn kamer halen, beloof ik nu al vast minstens 25 procent minder hard te gaan werken en met mij waarschijnlijk 120 andere medewerkers, wat een verminderde productiviteit met het equivalent van 30 medewerkers oplevert. Die 30 medewerkers moeten dan dus eigenlijk aangenomen worden om dezelfde hoeveelheid arbeid te kunnen leveren, maar zullen in dat geval werkruimte nodig hebben die er dan niet is, zodat deze hele operatie geen tekort aan werkruimte oplost, maar creëert.

Kijk, als ik dat al snap, moet het niet zo moeilijk zijn om tot een oplossing te komen.