Alex Friedrich: ‘We moeten ervan uitgaan dat Covid-19 blijft’

Foto: UMCG

Interview met arts-microbioloog Alex Friedrich

‘We moeten ervan uitgaan dat Covid-19 blijft’

Arts-microbioloog Alex Friedrich werd het gezicht van de coronacrisis in het Noorden. Hij is positief over de maatregelen die het kabinet dinsdag aankondigde. En pleit voor versoepeling van de maatregelen per regio.
24 april om 10:31 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:20 uur.
april 24 at 10:31 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:20 PM.


Giulia Fabrizi

Door Giulia Fabrizi

24 april om 10:31 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:20 uur.
Giulia Fabrizi

By Giulia Fabrizi

april 24 at 10:31 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:20 PM.
Giulia Fabrizi

Giulia Fabrizi

Nieuwscoördinator
Volledig bio
News coordinator
Full bio

Premier Rutte kondigde dinsdagavond de eerste versoepelingen van de coronamaatregelen aan: basisscholen mogen op halve kracht weer open en jonge kinderen mogen weer sporten. Hoe luisterde u daarnaar?

‘Het gaat vooral om de basisscholen en sportfaciliteiten voor kinderen. Wie ziek is, moet nog steeds thuisblijven. Ja, dat kun je een versoepeling noemen en die past bij het beeld dat we nu zien. De toename van het aantal patiënten neemt af, maar het is nog steeds een toename. Het is daarom goed dat we maar kleine stappen nemen, want zo heb je voldoende tijd om bij te sturen als het aantal besmettingen toch weer vermeerdert.’

Hoe zou een verdere versoepeling van de coronamaatregelen er volgens u uit kunnen zien?

‘Allereerst moeten we nu de getallen goed blijven monitoren. We zitten in iets rustiger vaarwater. En als de komende weken blijkt dat het goed blijft gaan, kun je nadenken over de volgende stappen. Dat zou kunnen betekenen dat basisscholen niet slechts vijftig procent van de leerlingen tegelijk mogen binnenlaten, maar alle kinderen. En dat middelbare scholen langzaam ook meer mogelijkheden krijgen. Het is heel goed en belangrijk dat we het loket niet in een keer opengooien.

Ik denk ook dat we na moeten denken over versoepeling per regio. We hebben nu effectief vier verschillende epidemieregio’s: Noord, Midden, Zuid en West. De epidemie is niet homogeen en verloopt in de regio’s verschillend. De cijfers verschillen enorm, daarom kun je de landelijke gemiddelden niet zomaar gebruiken om te voorspellen hoe het verder zal verlopen. Anders overschat je de situatie voor de ene regio, terwijl je die voor een ander onderschat.

De epidemie is niet homogeen en verloopt in de regio’s verschillend

Maar het belangrijkste is dat we ervan uit moeten gaan dat Covid-19 blijft. We hebben nu de eerste impact achter de rug, maar we moeten zorgen dat we het onder controle houden. Totdat we kunnen vaccineren, komt er een periode in de winter waarin het virus mogelijk weer terugkomt.

Mensen moeten wennen aan flexibele maatregelen. Dat scholen na een paar maanden weer even dichtgaan en we weer een tijdje thuiswerken, bijvoorbeeld. Dat is een realistisch scenario tot het virus of een normaal snotneusvirus wordt, of totdat we een vaccin of goede behandeling hebben. We moeten ons aan kunnen passen om de zorgcapaciteit te behouden.’

In de drie noordelijke provincies zijn de besmettingen het laagst. Uw beleid om meer te testen dan in eerste instantie landelijk werd gedaan, heeft daarbij geholpen. Waarom werd er ingezet op het testen van zorgpersoneel en werden mogelijke coronapatiënten die zich met klachten bij de huisarts meldden niet getest?

‘Omdat de testcapaciteit niet oneindig is en je deze zo efficiënt mogelijk in wilt zetten. Zorgmedewerkers kunnen niet thuisblijven en komen bovendien in contact met kwetsbare mensen. Je moet bedenken dat een ‘normaal’ persoon twee tot drie mensen kan besmetten, terwijl dat aantal bij een zorgmedewerker twintig of dertig mensen kan zijn. Als je zorgpersoneel test, kun je de ergste verspreiders er het snelst uithalen.

Tot nu toe heeft ons beleid gezorgd dat er negentig positieve zorgmedewerkers op tijd uit het ziekenhuis naar huis zijn gegaan. Daarmee hebben we bijna duizend extra besmettingen kunnen voorkomen. Wat ons geholpen heeft, is dat wij in tegenstelling tot andere plekken in het land ook al bij lichte symptomen testen.

We wachten hierbij niet tot iemand koorts heeft, maar testen al als je lichte verhoging hebt of een klein beetje hoest. Als je dan positief blijkt, vragen we ook met wie je in de 48 uur daarvoor in contact bent geweest. Die contacten testen we ook, net als families van zorgpersoneel die klachten hebben.

Zo is gebleken dat mensen ook zonder symptomen het virus al in hun neus en keel hebben en het al aan andere kunnen overdragen. En contacten die negatief testen, waarschuwen we. Want hoewel ze vandaag negatief zijn, kunnen ze de komende dagen alsnog symptomen ontwikkelen.’

Is dat de enige reden waarom het Noorden ‘schoner’ is gebleven dan andere regio’s?

‘Het heeft er absoluut aan bijgedragen, maar het is niet de enige reden. In Brabant hadden ze een perfect storm: zowel mensen die terugkeerden van vakantie uit de risicogebieden in Italië, als carnaval waardoor het zich snel onder een hele grote groep mensen kon verspreiden.

De vakanties vielen in het Noorden eerder, waardoor minder besmette mensen terugkwamen en wij hebben geen carnaval. Door ons testbeleid hebben we wel de positieve zorgmedewerkers die van vakantie uit Oostenrijk terug zijn gekomen vroegtijdig kunnen opsporen en daarmee de verspreiding beter kunnen afremmen dan andere regio’s.

Brabant had de ‘perfect storm’; carnaval en mensen die terugkeerden uit Italië

Toen de landelijke maatregelen werden aangekondigd, was de situatie in het Noorden vele malen minder erg dan in Brabant. Het verbieden van evenementen, sluiten van de horeca en zoveel mogelijk thuiswerken kwam voor ons goed op tijd.

Dat gold ook voor de besluiten van het UMCG en de RUG, twee instituten waar het risico op verspreiding vanuit het buitenland, maar ook vanuit de rest van Nederland heel erg groot is. De RUG heeft als eerste het besluit genomen om geen handen meer te schudden én het UMCG heeft een reisbeperking voor medewerkers aangekondigd zodat ze niet buiten het Noorden af zouden reizen. Op die manier konden wij tot nu toe een grotere piek voorkomen.’

Als ik u zo hoor, moeten de belangrijkste maatregelen nog altijd van kracht blijven: organiseer geen evenementen, houd afstand en blijf zoveel mogelijk thuis.

‘Ja, dat klopt. Zo houden we de verspreiding het beste tegen. Natuurlijk in combinatie met het testen van zorgpersoneel, ook buiten de ziekenhuizen, en hun families. En binnenkort wellicht ook de leraren en andere beroepsgroepen die niet thuis kunnen blijven.

Het hoofddoel blijft alle kwetsbare groepen en de mensen die met hen werken te beschermen. Dat doen we door te testen en mensen op tijd thuis te laten blijven. Deze twee groepen zorgen voor een snelle verspreiding binnen ziekenhuizen en verpleeghuizen, dus als we het daar tegenhouden, kunnen we de epidemie afremmen. Dat is de strategie. Houd afstand en blijf dus zoveel mogelijk thuis, want alleen zo houden we de verspreiding tegen.’

Moeten we wel of geen mondkapje gebruiken?

‘Als zorgmedewerker of patiënt moet je hem kunnen gebruiken. Dat is niet zozeer om onszelf te beschermen, maar om de ander tegen ons te beschermen. De mondkapjes ontstonden in de chirurgie en dat was om te voorkomen dat besmet speeksel van de chirurg in een wond terecht kwam tijdens een operatie. Ook nu is de hoofdreden om de ander niet te besmetten, maar ze zijn ook effectief om de drager te beschermen.

Buiten de zorg worden ze relevant als we spreken over versoepeling van de huidige maatregelen. In bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld in het openbaar vervoer waar je geen plexiglas platen kunt plaatsen, kunnen ze van pas komen. Maar in de open lucht, onder de uv-straling van de zon, zijn ze minder relevant.

Een mondkapje is niet om onszelf te beschermen, maar om de ander tegen ons te beschermen

Theoretisch gezien zouden mondkapjes nu ook meer zin hebben in Noord-Brabant dan in Groningen. Simpelweg omdat daar veel meer besmettingen zijn. Het zou zinvol kunnen zijn dat wij onze mondkapjes aan hen geven. Het is niet intuïtief voor mensen, maar als we ze afstaan aan Brabant, hebben wij uiteindelijk er ook profijt van als het de epidemie daar af kan remmen.’

Tot nu toe horen we landelijk dat ze weinig nut zouden hebben en wordt het gebruik door de regering afgeraden. Tegelijkertijd weten we ook dat er gewoonweg niet voldoende mondkapjes zijn.

‘Het is hier hetzelfde als toen we in het begin spraken over testcapaciteit. Daarvan werd ook gezegd dat testen niet belangrijk was om de verspreiding tegen te houden. Dat was omdat er onvoldoende mankracht was om de testen af te nemen, terwijl testen wel degelijk effect heeft gehad.

Maar je moet niet zeggen dat het niet werkt, als het wel nut kan hebben. Ik denk dat je gewoon eerlijk moet zeggen hoe het ervoor staat. Op dit moment is het inderdaad zo dat we een tekort hebben aan mondkapjes. Zorgpersoneel moet dan voorgaan. Als je kiest om het dragen van mondkapje ook publiek beleid te maken, dan heb je er heel veel nodig. Dus moeten we eerst het tekort oplossen. Niet door ze in te kopen, maar door ze massaal in Nederland te produceren.’

English