advertentie

 

Vliegen

Wetenschappelijke conferenties zijn zinvol en eerlijk gezegd ook leuk. Maar de RUG zou strenger moeten zijn als medewerkers het vliegtuig pakken om naar zo’n conferentie toe te gaan, vindt UKrant-columnist Casper Albers.
Door Casper Albers

Duurzaamheid is een van de speerpunten van de RUG. Althans, qua onderzoek en onderwijs dan. Want deze universiteit kan (en moet) nog een stuk duurzamer. Als de RUG aan haar duurzaamheidsprofiel wil werken, zou zij wat aan de vele vliegreizen van haar medewerkers kunnen doen.

Conferenties zijn een oud concept. In 1660 werd de Royal Society opgericht en die organiseerde met regelmaat bijeenkomsten voor wetenschappers. Alle wijze mannen van die tijd (aan wijze vrouwen werd nog niet gedaan) kwamen dan bij elkaar in Londen om de state of the art van de wetenschap te bespreken. Dit was handig en efficiënt. Fax, mail en Skype bestonden nog niet en de papieren post was traag.

Wetenschappelijke conferenties zijn nuttig en hebben meerdere doelen. Je krijgt presentaties van het nieuwste onderzoek te horen, je kunt met collega’s binnen jouw vakgebied van gedachten wisselen en netwerken, en ze zijn gewoon leuk. Ik wil het geen snoepreisjes noemen, maar nog even je slides doorkijken terwijl je met je voeten in een zwembad op Cyprus zit, is toch net wat leuker dan vanuit je eigen werkkamer.

Maar hoe nodig zijn conferenties tegenwoordig nog? Dankzij internet kan je met iedereen samenwerken, ook als je niet samen bent. Ik heb de afgelopen jaren met meerdere personen via mail, Twitter en Skype artikelen geschreven zonder hen ooit in levende lijve te ontmoeten.

Sommigen wonen dichtbij – Leiden en Eindhoven – anderen letterlijk aan de andere kant van de wereld. (Bijkomend voordeel van samenwerken met Nieuw-Zeelanders: de kans is nagenoeg nihil dat je beiden tegelijk dat Wordbestand in de gedeelde Dropboxmap bewerkt)

Het aantal conferenties waar je heen kunt, groeit als kool. Zelfs voor de meest obscure hoeken in de wetenschap heeft de onderzoeker de keuze uit meerdere alternatieven per jaar. Je kan er als onderzoeker voor kiezen om naar een conferentie in de VS of Japan te gaan, maar je kan het ook dichter bij huis zoeken.

Ik heb er dit jaar bewust voor gekozen om alleen naar treinbare conferenties te gaan: Rotterdam, Utrecht, Groningen en Parijs. Bij de Thalys word ik niet gevraagd om voor het instappen mijn schoenen en riem uit te doen en de trein stopt tenminste in Parijs en niet een dik half uur erbuiten.

Niet alleen een klimaatvoordeel dus. Voor de relatief korte afstanden is het sowieso niet nodig om te vliegen, dus een makkelijke beleidsmaatregel zou zijn om die vluchten voortaan niet meer te vergoeden.

Vanzelfsprekend hebben conferenties nog steeds waarde bovenop de onlinecontacten, maar twee keer per jaar een intercontinentale vlucht pakken is bijna een questionable research practice te noemen. Medewerkers zouden zich bewuster van hun CO2-voetafdruk moeten zijn en dit mee laten wegen in de keuze waar ze naartoe gaan.

Als een medewerker toch vaak een verre vlucht pakt, zou die op zijn minst moeten kunnen motiveren waarom dit nodig is. En vanzelfsprekend dient niet alleen de vlucht, maar ook de CO2-compensatie ten laste van het onderzoeksbudget te gaan. Ik hoop dat de aankomende nieuwe rector het voortouw kan nemen in deze energietransitie.

26 February 2019 | 27-2-2019, 10:09
advertentie