‘Diploma is meer waard dan compensatie’

Van links naar rechts: Wessel Giezen (rector Vindicat), Jouke de Vries (voorzitter college van bestuur van de RUG), presentator Marcel Bamberg, minister Ingrid van Engelshoven, Rozemarijn Gierkink (Lijst Calimero).

Onderwijsminister in gesprek met studenten

‘Diploma is meer waard dan compensatie’

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs ging woensdag met Groningse studenten in gesprek. De boodschap die ze meeneemt naar Den Haag? Kijk hoe en waar studenten elkaar weer kunnen ontmoeten.
10 maart om 19:29 uur.
Laatst gewijzigd op 15 maart 2021
om 16:09 uur.
maart 10 at 19:29 PM.
Last modified on maart 15, 2021
at 16:09 PM.


Door Giulia Fabrizi

10 maart om 19:29 uur.
Laatst gewijzigd op 15 maart 2021
om 16:09 uur.

By Giulia Fabrizi

maart 10 at 19:29 PM.
Last modified on maart 15, 2021
at 16:09 PM.

Giulia Fabrizi

Nieuwscoördinator
Volledig bio
News coordinator
Full bio

Terwijl op de Vismarkt honderden studenten aandacht vroegen voor hun mentale welzijn, was Van Engelshoven woensdagmiddag te gast in de kroeg van Albertus Magnus voor de eerste editie van het online evenement Lucht je Hart. Daarin sprak ze met studenten over wat er nodig is om het studentenleven weer draaglijk te maken en studenten perspectief te bieden.

Ook in de als talkshowstudio ingerichte kroeg van Albertus – waar het volgens Van Engelshoven naar ‘oud bier’ rook – ging een groot deel van de gesprekken over het mentale welzijn van de studenten. ‘De nadruk ligt nu bij het heropenen van onderwijs, zoals fysieke tentamens en fysieke colleges. Maar ik ben bang dat we de burn-outs en depressies onder studenten er niet mee verhelpen’, zei Wessel Giezen, rector van Vindicat en een van de gasten aan tafel.

Wat wel zou helpen? ‘Een biertje drinken met je vrienden op het terras.’

Zijn voorbeeld haakte in op de mogelijkheid die het demissionair kabinet ziet om onder voorbehoud eind maart de terrassen weer te openen. Maar als het aan de studenten ligt, gaat het verder dan dat. Waarom zou je de grote verenigingsgebouwen niet gebruiken om kleine evenementen te organiseren, zoals debatten of workshops? En hoe zit het met het gebruik van openbare locaties om op kleine schaal ontmoetingen mogelijk te maken?

Niet op korte termijn

‘Ik zie dat perspectief nadrukkelijk wel’, zei Van Engelshoven. ‘En we zijn ook bezig met pilots op allerlei gebieden om te kijken wat wel en niet werkt.’ Maar dat betekent niet dat er op korte termijn, waar de studenten wel voor pleiten, een oplossing komt. 

Van Engelshoven heeft goede hoop dat in het nieuwe academisch jaar meer mogelijk zal zijn. ‘Hetzij doordat veel mensen gevaccineerd zijn, hetzij omdat er meer mogelijk is met sneltesten, of door een combinatie ervan.’

Ze hoopt dat de komende KEI-week dan ook niet volledig online hoeft te zijn. ‘Ik vind het belangrijk dat introductieweken, binnen wat verantwoord en mogelijk is, gewoon doorgaan.’

‘We moeten ervoor zorgen dat studenten het eerste contact kunnen leggen, want dat is een belangrijke basis als je gaat studeren.’ Een groot feest op de Vismarkt zal waarschijnlijk niet tot de opties behoren. ‘Maar ik hoop dat universiteiten en burgemeesters op zoek gaan naar wat wel kan.’

Slag om de arm

Hoewel Van Engelshoven de noodzaak van sociaal contact erkent, hield ze op alle vlakken een slag om de arm. Omdat de verkiezingen eraan komen en er volgende week een nieuw kabinet gevormd wordt. Omdat het nog niet zeker is hoe het gaat met de besmettingen en een ‘zwart scenario’ nog steeds mogelijk is. Omdat het grootschalig vaccineren en testen hoop biedt, maar nog geen feit is. Ook als het om onderwijs gaat.

Want studenten snakken daar ook naar, bleek uit het gesprek. ‘Ik denk dat fysiek onderwijs echt een sleutel is tot het welzijn van studenten’, vatte fractievoorzitter Rozemarijn Gierkink van studentenpartij Lijst Calimero, ook te gast aan tafel, het samen. ‘Als ik een biertje kan drinken met mijn vrienden is dat fijn. Maar als ik de volgende dag geen zin heb om weer naar een beeldscherm te kijken en mijn vrienden ook niet, dan weet ik niet of dat zal helpen om me beter te voelen.’

Fysiek onderwijs

Op grootschalig fysiek onderwijs hoeven studenten wat betreft collegevoorzitter Jouke de Vries, ook aan tafel, niet te rekenen. ‘Ik zie niet voor me dat we weer massacolleges geven. Hoorcolleges kun je streamen en dan moet je een kleinere didactische schaal zoals werkcolleges gebruiken om mensen weer bij elkaar te krijgen.’

En om dat mogelijk te maken, zou je volgens De Vries de hele stad als universitas moeten beschouwen. ‘Fysiek college is nodig om elkaar te leren kennen en zo beter te leren. Als je daar de hele stad voor gebruikt, is er veel meer mogelijk.’

Van Engelshoven leek het met De Vries eens te zijn. Betrek ook de gemeente erbij en kijk samen waar openbare plekken zijn die gebruikt kunnen worden om meer mogelijk te maken. Of dat na de zomer, nadat een groot deel van Nederland een prik heeft gekregen en sneltesten wellicht beschikbaar zijn, ook zonder de anderhalve meter kan? Dat kon Van Engelshoven niet zeggen. ‘Maar ik zie de noodzaak er wel van in, want het beperkt zeker de capaciteit die het hoger onderwijs heeft.’

Compensatie

Dan was er nog de roze olifant in de kamer: de compensatie voor studenten voor wat zij als een ‘verloren jaar’ beschouwen. Ja, studenten krijgen volgend jaar een halvering van het collegegeld. Maar hoe zit het dan met degenen die nu afstuderen?

‘Het klopt dat niet iedereen gecompenseerd wordt. We hebben een regeling gemaakt die zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk tegemoetkomt. Maar ik moet eerlijk zijn: het is ons niet gelukt om het beleid zo fijnmazig te maken dat iedereen er binnen valt.’

Dus worden studenten voor wie dit jaar het laatste studiejaar is, niet gecompenseerd. Volgens Van Engelshoven heeft dat vooral met de uitvoerbaarheid van het beleid te maken. Want, zo stelde ze, je wilt niet alleen zoveel mogelijk mensen helpen, maar ook zorgen dat het binnen een afzienbare periode uitgevoerd kan worden.

‘Volgens mij is het jaar waarin je afstudeert geen verloren jaar’, zei ze. ‘Het krijgen van een diploma is veel meer waard dan het krijgen van compensatie.’