Terug

Terug

Vijf maanden heeft columnist Gerrit Breeuwsma vanwege de lockdown geen collega gezien, noch een student. Maar nu is hij terug in zijn kantoor. Eerst illegaal, maar inmiddels bevoegd.
Door Gerrit Breeuwsma / Foto Reyer Boxem
1 september om 16:00 uur.
Laatst gewijzigd op 8 september 2020
om 13:13 uur.
september 1 at 16:00 PM.
Last modified on september 8, 2020
at 13:13 PM.

Na vijf maanden – tweeëntwintig weken – afwezigheid, was ik maandag 17 augustus voor het eerst weer op mijn werk. Dat is te zeggen, op mijn werkkamer op het Heymansinstituut, want ik heb in de achterliggende maanden natuurlijk wel gewerkt, maar dan vanuit huis, zoals iedereen.

Vijf maanden geen collega’s en studenten gezien. Nou ja, via Zoom en Skype, maar daar was de aardigheid snel af. Zonder fysieke colleges en met afgelaste lezingen kwam ik vooral de eerste maanden bijna niet van het erf.

Ik hoefde ’s ochtends niet naar het werk te fietsen (kwam snel een paar kilo aan), maar kon zo vanuit het bed achter de laptop kruipen. Bij het stijgen der temperaturen in steeds bedenkelijkere staat, geef ik toe, maar het is voor iedereen beter als ik daar niet te diep op in ga.

Ik heb dus vijf maanden thuis gewerkt.

Nu heb ik thuis niet echt een eigen werkkamer. Niet dat ik ’s avonds of in het weekend nooit iets doe, zeg ik er maar even bij. Ik moet tenslotte ook mijn bijdrage leveren aan de tienduizend uur onbetaald werk die wij dagelijks moeten leveren om de universiteit draaiende te houden.

Die tienduizend uur heeft dan ook nog betrekking op de situatie vóór de coronacrisis, zodat het inmiddels waarschijnlijk een veel te lage schatting is.

Kortom, ik werkte wel vaker thuis, maar ik zonderde me daarvoor normaliter niet af van de rest van het gezin. Toen we echter ineens met zijn vieren thuis kwamen te zitten, was het even de vraag wie waar ging werken.

Ik kreeg ‘de grote kamer’ toebedeeld, of beter gezegd, die bleef gewoon over nadat iedereen zijn plek had geclaimd. Ik leg me daar dan bij neer. Tegen mijn vrouw kan ik toch niet op en mijn kinderen… Laten we het zo zeggen, ik bracht ze groot, maar mij kregen ze klein.

Ik moet ook mijn bijdrage leveren aan de 10.000 uur onbetaald werk om de uni draaiende te houden

De grote kamer hebben we zo’n tien jaar geleden boven de schuur gemaakt. Ik zie altijd erg op tegen verbouwingen, maar als het dan achter de rug is, ben ik extra blij met het resultaat. Wat een grote kamer, zei iedereen die we onze nieuwe aanwinst lieten zien en onwillekeurig hebben we die kwalificatie maar overgenomen.

Omdat de kamer groot is, leent hij zich voor de meest uiteenlopende zaken. Er wordt in gelogeerd, gesport (er liggen matten onder het Perzisch tapijt), er staat afhankelijk van het seizoen een schaatsplank, fietstacx of tennistafel, er is een massagetafel, het beddengoed hangt er te drogen en ik heb er een klein studiootje waar ik muziek maak.

Mijn vrouw zegt me soms net iets te enthousiast dat je daar beneden echt niets van hoort, maar los daarvan is het natuurlijk een voordeel dat ik er op elk tijdstip zonder bezwaar herrie kan maken. Verder is de lange, hoge achterwand tot aan de nok toe gevuld met boeken, zodat het vertrek ook goed voor studeerkamer door kan gaan.

Omdat het allemaal maar tijdelijk zou zijn, installeerde ik me gerieflijk op de grote bank; paar bijzettafeltjes er omheen voor de laptop, boeken, koffie, enzovoort, en dan aan de slag. Ik zat er aanvankelijk prinsheerlijk bij, maar na drie tot vier weken bankhangen begaf mijn rug het en ben ik maar aan een tafel gaan zitten.

Nu ben ik dus terug. De eerste week illegaal, zonder me op te geven voor een werkplek, maar inmiddels ben ik bevoegd het Heymansgebouw te betreden, met als reden: werkoverleg. De vraag is nog even met wie, want vrijdagochtend was ik helemaal alleen op de lange gang. Maar het bevalt me goed.

O ja, de kilo’s ben ik ook al weer kwijt.