Techniek gaat ons niet redden

Foto: RO Photography

Uitstoot CO2 blijft toenemen

Techniek gaat ons niet redden

Elektrische auto’s en bijstoken met biomassa moeten ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag gaat. Maar dat gaat niet gebeuren, concludeert Jan Hessels Miedema in zijn proefschrift.
Door Christien Boomsma

Hij was zo optimistisch. Toen Miedema zes jaar geleden begon met zijn studie naar de impact van technische innovaties op de reductie van broeikasgassen, was hij op zoek naar oplossingen. Hoe gaan we het probleem fixen? Maar in de loop van zijn onderzoek zakte de moed hem in de schoenen. ‘De mogelijkheden van de techniek worden chronisch overschat’, zegt hij.

Hij nam drie technieken onder de loep waarop Europa – en ons eigen kabinet – volop inzet om de opwarming van de aarde te beperken: lithiumbatterijen voor elektrische auto’s, het bijstoken van biomassa in kolencentrales en het vergassen van biomassa om groen gas voor huishouden te produceren.

Van het tweede punt heeft het kabinet zelf al begrepen dat dat niet handig is – weliswaar leidt het stoken van biomassa tot minder CO2-uitstoot, maar voor je de brandstof op zijn plek hebt, ben je je milieuwinst alweer kwijt. ‘Als je alles meeneemt, zit je misschien zelfs in de negatieve cijfers.’

150 miljoen

Lithiumbatterijen voor auto’s lijken een beter idee. Niet voor niets wil het kabinet elektrisch rijden stimuleren. Maar daar duiken andere problemen op. Tot 2050 – het jaar waarin de uitstoot nul moet zijn, volgens het klimaatakkoord van Parijs – komen er zo’n 150 miljoen auto’s bij in Europa alleen, berekende Miedema.

Maar er is simpelweg niet genoeg lithium in de wereld om zoveel batterijen te maken. Zeker 50 miljoen zullen op andere technieken moeten rijden – waterstof bijvoorbeeld. Maar de auto’s van nu zijn er dan ook nog. Kortom: we gaan zoveel meer rijden dat er nog altijd meer uitgestoten wordt.

Laatste hoop was ‘groen gas’, geproduceerd door biomassavergassing. ‘Maar met de tijd die je nodig hebt om de nieuwe technieken te implementeren, is het niet voor 2035 of 2040 interessant’, zegt Miedema. ‘Het is geen oplossing voor onze structurele problemen.’

‘We stevenen af op een materialencrisis’, zegt Miedema. ‘Onze hele maatschappij is gebaseerd op koolstof – niet alleen om op te stoken, maar ook in plastics, medicijnen, overal. We kunnen ons niet veroorloven het simpelweg te verbranden. Ook voor andere technieken, zoals zonnepanelen en windmolens zijn grondstoffen nodig, en die kunnen we niet snel genoeg produceren. Prijzen zullen stijgen en dat kunnen wij hier in Europa misschien nog wel betalen, maar dit is een mondiaal probleem.’

Legitimatie

Miedema heeft slechts drie technieken doorgerekend, geeft hij toe. Maar hoe hij ook puzzelde met andere innovaties, het beeld bleef hetzelfde. Elke winst wordt teniet gedaan door de zucht naar economische groei.

‘De verbrandingsmotor deed honderd jaar geleden 1 op 3. Nu misschien 1 op 30. Maar zo’n efficiëntieverbetering zal niet nog eens gebeuren. Toch blijven we doen alsof we de consequenties van ons gedrag voor kunnen zijn en dat creëert een legitimatie om door te gaan.’

Dus we lossen dit probleem niet op voor 2050, zegt hij. Toch wil hij niet fatalistisch zijn. In zijn nieuwe baan als docent milieufysica aan Hogeschool Van Hall Larenstein stortte hij zich op de vraag hoe we om moeten gaan met de gevolgen van ons consumptiegedrag. ‘We moeten naar een ander systeem toe’, zegt hij. ‘We moeten alles gaan hergebruiken en al bij het ontwerp nadenken over een tweede, derde, vierde leven.’

Groei afleren

En groei? Die moeten we echt afleren, want groei betekent dat er iets bij moet. En dát kan niet meer. Nadenken over wat we willen, wat we echt belangrijk vinden, is zinniger. ‘We kunnen best met minder toe en nog altijd heel tevreden zijn.’

Hij droomt hardop over een diensteneconomie. Zolang Philips geld verdient met gloeilampen, loont het om die lampen snel kapot te laten gaan. Maar als een fabrikant licht gaat ‘verhuren’ voor een klein bedrag, kun je gloeilampen verwachten die wel twintig jaar meekunnen.

Maar hij maakt zich zorgen. ‘De discussie duurt veel te lang en nergens wordt echt doorgepakt. Maar de vraag is hoeveel tijd we nog hebben om erover te praten.’

English

09 January 2019 | 9-1-2019, 15:35