Seksuele voorlichting blijkt vooral iets voor meisjes

Onderzoek: Jongens wordt passieve rol aangeleerd

Seksuele voorlichting is vooral voor meisjes

Seksuele voorlichting is erop gericht om meisjes te leren hun grenzen te bewaken. Jongens hoeven bijna niets te doen, ontdekte Jelle Wiering in zijn promotieonderzoek naar seksuele gezondheid in Nederland.
Door Sara Rommes
7 oktober om 9:02 uur.
oktober 7 at 9:02 AM.

Het lijkt zo logisch. Meisjes zijn de kwetsbare partij als het gaat om seksuele gezondheid. Zij lopen het risico om zwanger te worden, zij zijn vaker slachtoffers van seksueel geweld. Dan lijkt het niet meer dan vanzelfsprekend dat je meisjes moet leren om grenzen te bepalen: als zij nee zegt, dan bedoelt ze nee.

Maar, ontdekte antropoloog Jelle Wiering, dat levert onbedoelde gevolgen op. ‘Jongens krijgen op deze manier aangeleerd dat de vrouw de actieve rol op zich neemt en om af te wachten tot er grenzen worden opgesteld’, zegt hij. Als gevolg daarvan leren ze nauwelijks na te denken tot ze tegen zo’n grens aanlopen. ‘En dan krijg je een situatie waarbij het heel makkelijk is om je verantwoordelijkheid te vermijden.’

Observeren in de les

Wiering kwam tot zijn inzichten toen hij zelf seksuele voorlichting ging geven op middelbare scholen als onderdeel van zijn promotieonderzoek naar seksuele gezondheid in Nederland. ‘Als antropoloog probeer je hetgeen te doen dat je onderzoekt’, zegt Wiering. Zo kon hij precies observeren wat er gebeurt tijdens dergelijke lessen.

Hij stuitte op talloze powerpoints en filmpjes over wensen en grenzen, het belangrijkste onderwerp binnen de lessen. Daarbij ontdekte hij dat er heel veel aandacht was voor hoe een meisje moet aangeven wat ze niet wil en wat ze niet fijn vindt. Maar die focus op vrouwen zorgt er dus ook voor dat je een rolverdeling creëert waarin jongens passief zijn en meisjes actief. 

Dat terwijl jongens juíst hun verantwoordelijkheid moeten pakken. ‘Maar daar worden ze niet in getraind. In plaats daarvan wordt het jongens heel moeilijk gemaakt om actief mee te doen aan een gesprek over seksualiteit. En het is al zo’n lastig onderwerp, want je zegt al zo snel iets verkeerd. Je kunt als man haast geen fouten maken’, zegt Wiering. 

Allemaal vrouwen

Bovendien waren bijna alle voorlichters vrouwen. ‘Het viel echt op dat ik een man was. Er kwam zelfs een keer in de les een jongen naar mij toe. Hij vroeg: “Waarom ben jij eigenlijk geen vrouw?”’ zegt Wiering. ‘Dan wordt de norm pijnlijk duidelijk.’

Ook viel het Wiering op dat veel mensen in het veld het met elkaar eens zijn. Zo vindt iedereen dat preutsheid ongewenst is en dat we taboes moeten doorbreken. ‘Aan de ene kant is dat absoluut waar,’ zegt Wiering, ‘maar als je vastzit in dat idee, ga je ook aan een heleboel andere dingen voorbij.’

Onhandig gedrag

Juist door zijn frisse blik kan hij met nieuwe inzichten komen, denkt hij. ‘Ik zie normen die mensen in het veld niet zo snel zullen zien en die kan ik aankaarten.’ En dat is essentieel, zegt hij. Want hoewel er natuurlijk ook heel veel goed gaat met seksuele voorlichting, is het zijn taak als wetenschapper is om kritiek te leveren. ‘Om verder te komen, heb je kritiek nodig.’ 

Bovendien, zegt hij, kunnen we hierdoor misschien iets vergevingsgezinder zijn naar de mannen die onhandig gedrag vertonen en daar gemakkelijk bakken kritiek op krijgen. Ze zijn immers het slachtoffer van een patroon dat hen is aangeleerd. ‘Maar door de kritiek die ik lever kunnen we kijken of we het eigenlijk wel willen op deze manier. Ik hoop dat we daarover gaan nadenken.’