Scholing

‘Studenten wijzen bij start van het academisch jaar op het ontbreken van elke pedagogische scholing bij veel universitair docenten’, lees ik in de NRC. En dan realiseer ik me dat het uit is met de zomerpret.
Door Gerrit Breeuwsma

De vakantiespullen kunnen naar zolder, de schaatsen mogen bijna uit het vet en het eerste college komt eraan. Kennelijk is het daarbij onvermijdelijk om elkaar direct maar de maat nemen en dat gebeurt dan ook op grote schaal.

Om maar met het belangrijkste te beginnen: de RUG valt uit de top 100 van de QS World University Ranking. Dat zal me een klap geven, denk je dan, maar het valt mee, want er is nogal wat aan te merken op de ranking. Dat vindt de universiteit tenminste en die is het er dan ook niet mee eens. Zo wordt de meetprocedure die de QS hanteert als ‘niet transparant en gebrekkig’ gekwalificeerd en ‘uiterst onbetrouwbaar’ genoemd.

Ik kan niet overzien hoe terecht dit verweer is, maar het brengt me wel op een idee, want het zou ook wel eens van toepassing kunnen zijn op het vermeende gebrek aan pedagogische scholing bij veel universitair docenten.

Die scholing wordt volgens het NRC-artikel opgehangen aan het aantal docenten dat over een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) zou beschikken en dat zit net boven de 70 procent. Dat vind ik persoonlijk eerder in aanmerking komen voor de kwalificatie ‘veel’ dan de bijna 30 procent die niet over een BKO beschikken. Maar vooruit.

Problematischer voor de zegeningen van de BKO is dat de studenten van universiteiten die relatief laag scoren op het aantal gekwalificeerde docenten, juist het meest tevreden zijn over hun ‘ongekwalificeerde’ docenten.

BKO. Ik moet bij dat woord altijd denken aan de BKR van weleer. BKR, ik leg het maar even uit, stond voor de Beeldende Kunst Regeling, die van 1956 tot 1987 liep. Het verstrekte kunstenaars een uitkering waardoor zij zich volledig aan hun beroep konden wijden, met als enige tegenprestatie dat zij kunstwerken bij hun gemeente in moesten leveren. Daar werden publieke ruimten mee verfraaid, maar al gauw kwam er zo’n stortvloed aan kunst dat het voor altijd in het depot verdween. Er werd geklaagd dat er kunstenaars waren die snel wat werk in elkaar flansten om vervolgens te kunnen cashen bij de gemeente. De BKR stond al gauw voor alles wat kunst juist niet moest zijn.

Ik zei het al, het is maar een associatie, maar toen ik aan hogerhand eens vroeg of ze mij konden uitleggen wat de BKO concreet zou bijdragen aan mijn kwaliteiten als docent, kreeg ik daarop het antwoord dat het nu eenmaal moest en, o ja, het zou de faculteit geld opleveren. Dus wanneer dacht ik mijn portfolio in te leveren? Portfolio is Frans voor papierwinkel (ik zeg het er maar even bij).

Het ironische is dat hoe meer en massaler we onderwijs zijn gaan volgen, hoe wantrouwender we zijn geworden over de vruchten daarvan. Een dag na de klacht over gebrekkig pedagogische scholing sloegen de docenten terug door zich, eveneens in de NRC, te beklagen over de slechte beheersing van het Nederlands van hun studenten. Veel spelfouten, weinig begrip van grammatica en een geringe woordenschat. Dat levert vaak tenenkrommende zinnen op, maar ook grappige missers als ‘een staande ovulatie’ waar ovatie bedoeld werd (voor iedereen met een gemankeerde woordenschat).

De oplossing van dat probleem wordt gezocht in bijspijkercursussen en instaptoetsen voor taal, maar wat is een vwo-diploma nog waard als we van studenten allerlei aanvullende kwalificaties eisen voor ze daadwerkelijk toegelaten worden aan het wetenschappelijk onderwijs?

Van het uitventen van wederzijds wantrouwen in elkaars kennis wordt het onderwijs niet beter. Wij moeten studenten serieus nemen en zij moeten de noodzaak inzien serieus bij te dragen aan het onderwijs. Als dat allemaal niet lukt, is het misschien een idee, om docenten en studenten samen hun BKO te laten halen.

07 September 2016 | 8-9-2016, 11:08