Wat betekent Rutte III voor de RUG?

Na 209 dagen formeren ligt er een regeerakkoord. Wat zijn de plannen van het kabinet-Rutte III voor studenten en het hoger onderwijs? De UK zet het op een rijtje.
Door Thereza Langeler

Het leenstelsel blijft

Een verrassing kun je het niet noemen, ook al hadden regeringspartijen CDA en ChristenUnie liever de basisbeurs weer teruggebracht. Hoe dan ook: het sociale leenstelsel is een blijvertje.

Wel halveert het kabinet het collegegeld voor eerstejaarsstudenten, zodat de financiële drempel om te gaan studeren niet te hoog wordt. In je eerste studiejaar betaal je dus geen tweeduizend, maar duizend euro. Voor (academische) pabostudenten geldt dit zelfs voor de eerste twee jaar.

Het geld dat de regering bespaart door geen basisbeurs meer uit te keren, de zogenaamde studievoorschotmiddelen, gaat naar onderwijsinstellingen. Die mogen het geld besteden aan verhoging van de onderwijskwaliteit. Een onafhankelijke commissie beoordeelt of de maatregelen inderdaad tot kwaliteitsverhoging leiden. Is dat niet zo, dan gaat de geldkraan dicht.

Selecteren mag, maar niet zomaar

‘Naast de legitieme redenen voor selectie, zijn er ook zorgen over de gevolgen voor de toegankelijkheid van de masterfase in het hoger onderwijs’, schrijft Rutte-III. De nieuwe regering gaat selectie voor opleidingen aan banden leggen.

Hoe ze dat precies voor zich ziet, wordt niet helemaal duidelijk. In elk geval is het de bedoeling dat de selectiemethodes voor de masterfase ‘transparant en eerlijk’ zijn. Ook moet tenminste iedere afgestudeerde bachelorstudent door kunnen stromen naar minstens één masteropleiding binnen het eigen vakgebied.

Een numerus fixus voor een bacheloropleiding blijft mogelijk. Maar: de onderwijsinstelling moet die beslissing ‘adequaat’ kunnen onderbouwen. Vindt de minister van OCW de onderbouwing onvoldoende, dan kan hij of zij het numerus fixus-besluit blokkeren.

Internationalisering

Het kabinet wil studeren in Nederland zo aantrekkelijk mogelijk maken voor internationale studenten. Andersom moet het voor elke Nederlandse student mogelijk zijn om in het buitenland te studeren. Hoe Rutte-III dat voor elkaar wil krijgen? Geen flauw idee, staat niet in het akkoord.

Overigens is er ook goed nieuws voor mensen die hun moerstaal missen in de collegebanken, of zich groen en geel ergeren aan het stone coal English van hun docenten. De regering gaat er scherper op toezien dat opleidingen alléén Engelstalig zijn als dat ‘toegevoegde waarde heeft, de kwaliteit van voldoende niveau is en er in voldoende mate Nederlandstalige opleidingen zijn’.

Investering in onderzoek

Goed nieuws voor wetenschappelijk onderzoek, want daar mag van het nieuwe kabinet wel wat meer geld naartoe. Het budget voor fundamenteel onderzoek gaat stapsgewijs omhoog: vanaf 2020 is er elk jaar 200 miljoen euro voor beschikbaar. Voor toegepast onderzoek geldt hetzelfde.

Daarbij is er ‘speciale aandacht’ voor technische wetenschappen. Vrij vertaald: mocht je graag een kostbaar onderzoek willen opstarten in de wis-, natuur- of scheikunde, dan is dit een goed moment. Overigens krijgt ook het onderwijs in de technische hoek ‘specifieke aandacht’ van de regering bij het verdelen van de financiering.

Verder: Open science en open access worden de norm in wetenschappelijk onderzoek. Resultaten van onderzoek dat met publiek geld is bekostigd, moeten voor iedereen toegankelijk zijn.

Ook leuk om te weten

Er komen meer sprinters op het spoortraject Groningen-Zwolle. Prettig als je naar thuis-thuis moet.

Het verplichte eigen risico in de zorg gaat niet omhoog. Het blijft staan op 385 euro.

Word je 18? Dan krijg je van Rutte een boekje met de canon van de Nederlandse geschiedenis.

Jongeren kunnen een zogenaamde maatschappelijke diensttijd vervullen: een half jaar vrijwilligerswerk doen, bijvoorbeeld bij een zorg- of overheidsinstelling. Zo’n maatschappelijke diensttijd is niet verplicht, maar als je het wel doet, heb je een streepje voor als je solliciteert bij een overheidsinstelling. De regering trekt honderd miljoen euro uit voor het plan.

Er is een fakkeloptocht en een kwaaie Freek de Jonge voor nodig, maar dan wordt er naar je geluisterd: de regering maakt werk van het aardbevingsgebied in Groningen. Zo gaat de gaswinning met 1,5 miljard kubieke meter per jaar omlaag en komt elk jaar 50 miljoen aan gasbaten in een speciaal fonds voor de regio terecht. De NAM blijft financieel verantwoordelijk voor de afhandeling en het herstel van de bevingsschade, maar mag zich er inhoudelijk niet meer mee bemoeien.

Wat vindt het hoger onderwijs er zelf van?

De Vereniging van Universiteiten (VSNU) is blij dat er extra geld naar onderzoek gaat, en dat de studievoorschotmiddelen in onderwijskwaliteit gestoken kunnen worden. Ze betwijfelt wel of de extra uitgaven voor onderzoek voldoende zijn om bij de internationale top te kunnen blijven horen.

Het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) is diep teleurgesteld dat het leenstelsel niet wordt teruggedraaid. De korting op het collegegeld voor eerstejaars vindt ISO-voorzitter Rhea van der Dong ‘pure symboolpolitiek’. ‘Studenten moeten een studieschuld van gemiddeld 20.000 euro aangaan. Dan is die duizend euro een heel schrale troost.’

Over de maatschappelijke diensttijd is ISO ook niet te spreken. ‘Als een maatschappelijke diensttijd je een voordeel bij je sollicitatie oplevert, levert het óók een nadeel op voor studenten die het niet doen.’

De organisatie heeft ook iets positiefs te zeggen. Ze is blij met de aandacht voor internationalisering, met de bestemming van de studievoorschotmiddelen, en met de plannen om selectie aan banden te leggen.