Aantal vrouwelijke hoogleraren moet omhoog, daarom nieuwe leerstoel

Rector: ‘We bungelen onderaan’

RUG stelt nieuwe leerstoel in voor vrouwen

De RUG stelt dit jaar een nieuwe leerstoel in voor vrouwen: de Aletta Jacobsleerstoel. Daardoor krijgen vijftien vrouwen de kans om hoogleraar te worden.
6 maart om 15:59 uur.
Laatst gewijzigd op 7 maart 2020
om 9:40 uur.
maart 6 at 15:59 PM.
Last modified on maart 7, 2020
at 9:40 AM.


Giulia Fabrizi

Door Giulia Fabrizi

6 maart om 15:59 uur.
Laatst gewijzigd op 7 maart 2020
om 9:40 uur.
Giulia Fabrizi

By Giulia Fabrizi

maart 6 at 15:59 PM.
Last modified on maart 7, 2020
at 9:40 AM.
Giulia Fabrizi

Giulia Fabrizi

Nieuwscoördinator
Volledig bio
News coordinator
Full bio

Dat vertelde rector Cisca Wijmenga vrijdag tijdens de uitreiking van de Aletta Jacobsprijs in het Academiegebouw. De tweejaarlijkse prijs gaat dit jaar naar Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer.

De prijs wordt voor het eerst uitgereikt door een vrouw, memoreerde Wijmenga, omdat zij de eerste vrouwelijke rector van de RUG is. ‘Dat waren tot dusver altijd heren. Immers, ik ben na 405 jaar de eerste vrouwelijke rector. Een mijlpaal in onze academische geschiedenis. Dat we er nog niet zijn op het gebied van gelijkwaardigheid bij de RUG, mag duidelijk zijn.’

‘Wij halen dit jaar ons streefgetal van 27 procent vrouwelijke hoogleraren niet’, zei Wijmenga. ‘We halen een schamele 23 procent en bungelen daarmee onderaan de lijst van brede klassieke universiteiten.’

Impuls

Om het aantal vrouwelijke hoogleraren een impuls te geven, stelt de RUG dit jaar de Aletta Jacobsleerstoelen in. De vijftien plaatsen worden verdeeld over alle elf faculteiten.

Aan bijna alle Nederlandse universiteiten stijgt het aantal vrouwelijke hoogleraren. Dat geldt ook voor de RUG, maar die zit onder het landelijk gemiddelde en scoort over de hele linie nog steeds middelmatig.

De RUG telde in 2017 19,6 procent vrouwelijke hoogleraren, in 2018 was dat 21,7 procent, oftewel een stijging van 2,1 procentpunt. Zelfs traditionele ‘mannenbolwerken’ als de technische universiteiten in Eindhoven en Twente deden het beter dan Groningen.