RUG moet trots zijn op kritische student

Wat de universiteitsraad niet voor elkaar kreeg, bleek wél mogelijk toen studenten het Academiegebouw bezetten. Noodopvang voor dakloze internationals werd beter en de RUG sprak zich uit tegen perverse prikkels in het financieringsmodel. Hoe kon dat gebeuren?
Door Thereza Langeler

Het was er afgelopen donderdag ineens, het grootste Groningse studentenprotest sinds de jaren ’70. Een honderdtal studenten van DAG, ROOD en DWARS bezetten het trappenhuis van het Academiegebouw. Ontevreden over hoe de universiteit reilt en zeilt.

Ze waren niet de enigen. In Groningen en ver daarbuiten is de laatste weken met verbazing en verontwaardiging gekeken naar wat zich bij de RUG afspeelde. Een ongekend aantal eerstejaars kwam uit heel de wereld naar Groningen, maar voor honderden van hen waren er geen kamers. Ze waren aangewezen op de barmhartigheid van medestudenten, een peperdure hotelboot of koude tenten bij de ACLO.

Zelf hielden RUG en Hanzehogeschool stug vol alles te doen wat ze redelijkerwijs konden, maar de academische gemeenschap dacht daar anders over. En dus zwermden donderdag tientallen studenten het Academiebouw in met de belofte pas weg te gaan als het RUG-bestuur hun eisen inwilligde.

Pervers

In de eerste plaats moest de universiteit meer doen voor studenten zonder kamer. En ze moest zich publiekelijk uitspreken tegen het huidige – in hun ogen perverse – financieringsmodel voor het hoger onderwijs.

Gespannen ogen volgden de verrichtingen in het Academiegebouw. Zouden de studenten afdruipen of weggestuurd worden? Dat de actie kon slagen, geloofde eigenlijk niemand. Over dat financieringsmodel is al lang en veel vergeefs gelobbyd. En wat de huisvesting van internationals betreft, was de RUG steeds overtuigd van haar eigen gelijk.

Toch kregen de demonstranten hun zin. De dakloze studenten mogen tot november gratis in een oud schoolgebouw wonen, en het RUG-bestuur vaardigde een publiek statement uit tegen de perverse prikkel in het financieringsmodel om meer en meer studenten aan te trekken. Wat in de universiteitsraad niet kon, bleek wél mogelijk als honderd studenten op een trap gaan zitten. Hoe kon dat?

Voor het blok

Universiteitsbestuurder Jan de Jeu stond donderdagavond voor het blok. Hij had de demonstratie onder politiedwang kunnen afkappen – maar dat was een pr-nachtmerrie geworden. Zijn enige reële opties waren afwachten tot de demonstranten het trapzitten beu werden, of in gesprek gaan.

Hij koos voor het laatste, met een akkoord tot gevolg. Ergens siert hem dat. Maar, zoals hij zelf toegaf: ‘Op de inhoud stonden we niet lijnrecht tegenover elkaar.’ Hoe prettig dat ook is in een onderhandeling, het roept wel de vraag op waarom dit protest dan überhaupt nodig was.

Net zoals we ons de afgelopen weken afvroegen waarom er boze u-raadpartijen nodig waren om de ACLO-tenten overdag toegankelijk te maken. Of waarom er eerst 12,50 euro moest worden betaald voor een nacht in de tent, maar na grote publieke verontwaardiging ineens niet meer.

Overschat

Het universiteitsbestuur wekt de indruk dat het overschat waarmee het weg kan komen. Studenten nemen toch wel aan wat volwassen, ervaren mensen zeggen, lijkt de gedachte te zijn. Je kunt het de bestuurders amper kwalijk nemen: die strategie slaagde tot dusverre vaak.

Maar nu is er in elk geval een deel van de studenten dat simpelweg niet meer zomaar slikt wat hen gezegd wordt. Ze laten zich niet intimideren door plechtig jargon of ingewikkelde beleidsstukken. Waarom zouden ze ook? Ze zijn wetenschappers in de dop. Die horen kritisch te zijn, vragen te stellen, en niet te accepteren dat hun instelling de olifantenpaadjes afloopt.

Een universiteit die zichzelf serieus neemt, kan alleen maar trots zijn op zulke studenten.

English

11 September 2018 |