advertentie

 

RUG moet ‘boerkaverbod’ niet naleven

Opinie

RUG moet ‘boerkaverbod’ niet naleven

Het besluit van de RUG om het zogeheten boerkaverbod na te leven mag dan in lijn zijn met de nationale wet- en regelgeving, maar is wel degelijk opmerkelijk, betoogt PhD-student Aukje Muller.
Door Aukje Muller, PhD-student
4 november om 10:58 uur.
Laatst gewijzigd op 5 november 2019
om 14:18 uur.
november 4 at 10:58 AM.
Last modified on november 5, 2019
at 14:18 PM.

Het besluit van het RUG-bestuur om het zogeheten boerkaverbod te handhaven is weliswaar in lijn met de nationale wet- en regelgeving. Maar, zoals de politie en verscheidene openbaar vervoersbedrijven hebben laten zien, bestaat er speelruimte wat betreft de daadwerkelijke handhaving van het verbod.

De keuze van de RUG om die speelruimte niet te gebruiken en de positie die zij daardoor inneemt is dan ook zeer problematisch en zeker niet vanzelfsprekend.

Het boerkaverbod lijkt een open, ‘religie-neutrale’ en civiele wetgeving te zijn. Volgens de overheid dient het verbod uitsluitend de openbare veiligheid en dienstverlening. Maar het verbieden van sommige kledingstukken reflecteert eigenlijk hoe de nationale gemeenschap en de publieke ruimte georganiseerd wordt op basis van identiteitskenmerken als etniciteit en herkomst.

Het boerkaverbod is een voorbeeld van hoe institutioneel racisme en op etniciteit gebaseerde uitsluiting van sommige groepen van de nationale gemeenschap wordt verbloemd en gerechtvaardigd door het ‘neutrale’ en geaccepteerde karakter van de wet.

Op deze manier weerspiegelt het verbod een vorm van ‘etnisch nationalisme’, waarbij de nationale gemeenschap, en de wijze waarop bepaald wordt wie daar bij hoort en wie niet of minder, gedefinieerd wordt door gemeenschappelijke voorouders, taal, religie, tradities, normen en waarden.

Binnen deze constructie heeft de culturele meerderheid altijd de macht om te bepalen wie aan deze voorwaarden voor volledige inclusie voldoet. De buitensluiting wordt vervolgens genormaliseerd doordat, als gevolg van het verbod, islamitische vrouwen er voor lijken te ‘kiezen’ om een overtreding te begaan wanneer ze een publieke ruimte betreden in een nikaab.

De RUG draagt de boodschap uit dat islamitische vrouwen en moslims niet erkend worden als volwaardig onderdeel van de academische gemeenschap

Dit sluit aan bij het idee dat, om in de nationale gemeenschap opgenomen te worden, je de regels zult moeten volgen. Op deze manier lijkt de wet van inclusieve aard te zijn, waarbij iedereen als het ware een keuze heeft om er bij te horen. Maar wanneer de wet zich impliciet tegen bepaalde groepen keert, maskeert het idee van de ‘neutrale’ wet de vicieuze cirkel van buitensluiting van bepaalde groepen mensen.

Het gevolg in dit geval is dat openbare, publieke ruimten geracialiseerd worden; oftewel, sommige mensen zullen op basis van hun afkomst, ethniciteit en religieuze identiteit buitengesloten worden van deze plekken.

Het boerkaverbod, waaronder ook kledingstukken als bivakmutsen worden verboden, treft namelijk vooral islamitische vrouwen. En met het oog op het huidige antimigratie- en islamofobische klimaat in Nederland, zal het verbod verder bijdragen aan de sociale buitensluiting van deze vrouwen, en aan het beeld dat moslims in het algemeen niet volledig thuishoren in Nederland.

De RUG zou, als ‘inclusieve’ onderwijsinstelling een passend standpunt in moeten nemen en moeten benadrukken dat het verbod niet aansluit bij haar visie en positie in de samenleving. Het handhaven van het boerkaverbod staat haaks op de speerpunten van de RUG als internationalisering, diversiteit en het kunnen genieten van onderwijs in vrijheid.

Onvoorwaardelijke toegang tot onderwijs zou altijd prioriteit moeten krijgen. Maar op deze manier draagt de RUG de boodschap uit dat islamitische vrouwen en moslims in het algemeen niet erkend worden als volwaardig onderdeel van de academische gemeenschap.

Bovendien zou de universiteit een veilige omgeving voor alle studenten en medewerkers moeten zijn. Door het boerkaverbod zullen islamitische vrouwen, ook zij die een hijaab dragen, een verhoogd risico op direct geweld lopen. Zij zullen een gemakkelijk doelwit worden van discriminatie en intimidatie.

Dit geldt ook zeker voor moslims die onderwijs willen en vrij zouden moeten kunnen genieten aan de RUG. Door de handhaving van het verbod zullen zij als probleem worden gezien, dat vervolgens als ‘rechtvaardiging’ voor discriminatie gebruikt kan worden.

Het is daarnaast zeer te betreuren dat de universiteit facilitaire medewerkers verantwoordelijk stelt voor de handhaving van het verbod en hen op die manier medeplichtig maakt aan een discriminerende wet jegens andere medewerkers en studenten.

De RUG zou het goede voorbeeld moeten geven door het verbod niet te handhaven. Idealiter zou de RUG zich uit moeten spreken tegen het verbod om de vrijheid en veiligheid van alle medewerkers, studenten en bezoekers te waarborgen.

Aukje Muller is PhD-student aan de RUG en Macquarie University (Sydney, Australië). Ze onderzoekt de relatie tussen religie, inclusie en nationale identiteit met betrekking tot nationale migratiepolitiek in Nederland en Australië.

Dit opiniestuk is gebaseerd op een blogpost die eerder is gepubliceerd op The Religion Factor.

English