Routine

Foto Reyer Boxem

Routine

Gerrit Breeuwsma had de afgelopen jaren net een prettige routine opgebouwd. Maar sinds corona heeft hij het gevoel dat waar hij goed in is er ineens niet meer toe doet, en dat bevalt hem niks.
Door Gerrit Breeuwsma
16 september om 9:02 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:21 uur.
september 16 at 9:02 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:21 PM.

Zo’n vijfentwintig jaar geleden vertelde een hoogleraar ontwikkelingspsychologie me dat hij voorafgaand aan zijn eerstejaarscolleges altijd wat nerveus was. Ik had die colleges ooit nog bij hem gevolgd en kende hem als een zeer ontspannen docent, die met veel plezier les leek te geven. Dat was trouwens ook zo, maar niettemin was hij met al zijn jaren ervaring nog steeds wat gespannen. 

Ik vond dat wel geruststellend. Ik kon destijds nog voor jong doorgaan, maar gaf ondertussen al tien jaar college en ik ergerde me wel eens aan mijn nervositeit. Maar kennelijk hoorde dat erbij.

En inderdaad, een lichte spanning is altijd gebleven. Het is wellicht noodzakelijk om jezelf twee uur scherp te houden. De verantwoordelijkheid om een grote groep twee uur lang te onderhouden en ze ook nog iets te leren, moet niet worden onderschat.

Toch werd de spanning in de loop der jaren milder en de laatste jaren merkte ik zelfs dat het me steeds gemakkelijker af ging. Ik weet inmiddels vrij aardig wat er zo allemaal kan tijdens een college, hoeveel erin past, hoe je iedereen bij de les houdt. Het heeft lang geduurd, maar ik had dan eindelijk wat routine – zonder routineus te worden – opgebouwd en daar werd college geven aangenamer door.

Sinds de coronacrisis lijk ik echter weer terug bij af en heeft de routine plaatsgemaakt voor onzekerheid. Onzekerheid over hoe ik de colleges het beste vorm kan geven, maar ook onzekerheid over de technische uitvoering: werkt het allemaal wel? 

Mogelijk dat het mijn tekortkoming is (je moet er altijd rekening mee houden). Mogelijk dat ik te veel gehecht ben geraakt aan hoe ik de dingen normaal pleeg te doen en niet meer zo flexibel ben, maar de laatste tijd bekroop me vaak het gevoel dat alles waar ik goed in ben er ineens niet meer toe deed, terwijl ik niet veel snapte van de dingen die ik moest doen. Ik geloof dat ik de afgelopen maanden meer hulp heb gevraagd (en godzijdank heb gekregen) dan in alle voorafgaande jaren bij elkaar.

Ik ben wel een beetje klaar met de ‘we zetten de schouders eronder’-mentaliteit

Inmiddels heb ik mijn eerste college van dit jaar achter de rug. In de zaal een handjevol studenten, terwijl de rest mij volgde via de livestream. Althans dat dacht ik, want halverwege begonnen de berichten binnen te druppelen: ik was te zien noch te horen.

Ik zal het niemand persoonlijk aanrekenen, want ik twijfel er niet aan dat iedereen zijn best doet om alles zo goed mogelijk te laten verlopen, maar ik ben wel een beetje klaar met de ‘we zetten de schouders eronder’-mentaliteit die hier en daar wordt uitgestraald. Ik vind dat iets voor de plaatselijke damvereniging, die door de vergrijzing en een tekort aan nieuwe leden het hoofd amper boven water weet te houden, waarna de voorzitter de leden oproept om de schouders eronder te zetten. Bij een organisatie met duizenden werknemers en nog veel meer studenten kom je er niet mee weg en moeten er structurele oplossingen komen.

De beloofde verlichting met de toegezegde investering van 5,5 miljoen in online onderwijs, die ons onder meer 125 karretjes – pardon, ‘polycom-systemen’ – moeten brengen, stemt me echter niet direct gerust. Dat is toch een beetje alsof de kapitein van een onverwoestbaar geacht passagiersschip, dat net wat ongelukkig tegen een ijsschots is gevaren, kort voor het schip voorgoed naar de haaien gaat laat omroepen dat er de komende jaren flink geïnvesteerd wordt in reddingssloepen. 

Zet dan de muziek maar in: Nearer, my God, to thee.

Routine kun je ook zien als een soort van investering. Eigenlijk komt het er dus op neer dat ik mijn investering terug wil.