Reflectieruimte

Binnenkort krijgt de universiteitsbibliotheek er een ‘reflectieruimte’ annex ‘stilteruime’ bij, zo konden we in UKrant lezen. Een plek waar je je even kunt onttrekken aan de hectiek van alledag, kunt nadenken, ontstressen of zelfs bidden.
Door Gerrit Breeuwsma

Maar hoe het ook zal worden genoemd en wat men er ook gaat doen, het kan alleen maar zijn bedacht door iemand die niet meer weet wat de functie van een bibliotheek ook al weer was.

Vier eeuwen voor Christus beschreef Hekataios van Abdera zijn bezoek aan de tombe van de Egyptische farao Ramses II. Het moet een enorm gebouw zijn geweest, met een portaal van zestig meter lang en twintig meter hoog, uitmondend in een ruimte waarvan iedere zijde ongeveer 120 meter was.

Via enkele doorgangen kwam hij bij het graf van de farao, maar eerst passeerde hij de heilige bibliotheek, waarboven geschreven stond: ‘Plaats van verzorging van de ziel’.

Dat het woord onontbeerlijk is voor de verzorging van de ziel, leert ook de Bijbel. ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God geworden’, aldus het Evangelie van Johannes, de meeste poëtische onder de evangelisten. Met het woord is alles begonnen en langs de weg van het woord is het mogelijk tot God te komen, daar komt het op neer.

De concurrentie denkt er precies zo over, want het eerste bevel in de Koran luidt: ‘Lees’. Het wordt tot driemaal toe gericht tot een onwillige (‘Ik ben geen lezer’) en verderop uitgelegd: ‘Lees, en Uw Heer is de Allermildste, die leerde middels de pen, die de mens leerde wat hij niet wist’.

Lezen maakt bescheiden, er is immers zoveel dat de mens niet weet, maar tegelijkertijd kan hij zijn onwetendheid verminderen door te lezen. En de bibliotheek is bij uitstek de plek om die onwetendheid te lijf te gaan. Het is immers ingericht voor de lezer, met de kennis over de wereld binnen handbereik.

De bibliotheek is veelal een plek waar een gewijde stilte heerst. In de aanwezigheid van boeken gedragen mensen zich behoedzamer, terwijl er niet, of slechts op gedempte toon wordt gesproken. Onderzoek laat zien dat bibliotheken een gunstig effect hebben op leesgedrag en leerprestaties van scholieren en studenten.

Dat de bibliotheek een ideale plek is voor contemplatie en reflectie, hadden de oude Egyptenaren dus al door. Een plek om te koesteren, zou je denken. Maar helaas, parallel aan de ontkerkelijking heeft er de laatste decennia een snelle ontlezing plaatsgevonden en waar Godshuizen steeds vaker een andere functie krijgen toebedeeld, van woonruimte tot speelparadijs, is ook het aanzien van de bibliotheek ingrijpend veranderd.

Om maar eens iets te noemen: het aantal boeken in open opstelling is in de meeste bibliotheken drastisch gereduceerd. Zo werd in de Amsterdamse universiteitsbibliotheek in zes jaar tijd het aantal boeken in open kasten teruggebracht van 50 tot 20 kilometer. Een ‘bibliotheekmanager’ van een hogeschool verdedigde in 2015 zelfs een compleet boekloze bibliotheek. Sommige hogescholen hebben het boek sindsdien maar helemaal uit hun onderwijsaanbod verbannen.

Wie nu de UB binnenwandelt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de bibliotheek vooral een ontmoetingsplaats is voor studenten, op zoek naar gezelligheid en wellicht meer. Overal zijn dan ook ruimtes ingericht die dat moeten faciliteren. Er wordt nog wel gelezen, maar vooral op de sociale media, die weer tot nieuwe ontmoetingen moeten leiden en ik kan me voorstellen dat je dat op een bepaald moment even te veel wordt.

Een reflectieruimte in de bibliotheek. Het heeft iets absurds, maar als het dan toch moet, zet dan met grote letters boven de ingang: ‘Plaats voor de verzorging van de ziel’.

30 October 2018 | 30-10-2018, 14:11