'Publiek pakt stad terug van grote jongens'

Groningen heeft een landelijke primeur met zijn gloednieuwe verhuurdersvergunning, die huurders moet beschermen tegen malafide pandjesbazen. Vijf vragen aan RUG-hoogleraar Michel Vols, wiens onderzoek de basis was voor de nieuwe vergunning.
Door Thereza Langeler / Foto Edwin van de Graaf
Waarom is er eigenlijk niet veel eerder iets bedacht op huisjesmelkers?

‘Ja, dat vraag ik me eigenlijk ook af. Voor mijn onderzoek heb ik in 2015 vijftig gemeenten gevraagd of ze last hadden van verhuurders die zoveel mogelijk geld proberen te verdienen door zich niet aan de wet te houden – dat is wat huisjesmelkers in feite zijn. Groningen zei als enige: nee hoor, nergens last van. Ik woon hier natuurlijk zelf, heb hier ook gestudeerd, dus ik wist dat het niet klopte.

Toen ontstond er ineens momentum: de SP heeft het onderwerp een tijdje zitten pushen, Tim Hofman van BNN had een aanvaring met Wim Bulten, Sikkom met Joshua Camera. Daarna vond de gemeenteraad van links tot rechts dat er iets moest gebeuren. Ik heb de gemeente advies gegeven, verteld waarop ze moesten letten, wat ze beter niet konden doen en wat juist wel.’

En wat moesten ze precies doen?

‘Het komt erop neer dat je pandjesbazen moet benaderen als ondernemers. Die moeten zich aan regels houden, anders mogen ze hun bedrijf niet voortzetten. Neem een café-eigenaar: die moet ervoor zorgen dat het lawaai binnen de perken blijft. Een ondernemer in de prostitutie mag zich niet bezighouden met mensenhandel.

Voor huisbazen waren dat soort regelingen er helemaal niet. Als jij een pand had en een onttrekkingsvergunning (wat betekent dat het gebouw mag worden ‘onttrokken’ aan de reguliere woningmarkt, red.), mocht je daar studenten in stoppen en huur innen. Maar in werkelijkheid is zo’n huisjesmelker natuurlijk ondernemer, net als de café-eigenaar en de pooier.

Dat was dus mijn advies aan de gemeente: kijk naar de vergunningenstelsels die er al zijn voor de horeca en de prostitutie en ontwerp op basis daarvan een verhuurdersvergunning, die je kunt intrekken bij slecht verhuurdersgedrag. “Slecht verhuurdersgedrag” is trouwens afgeleid van de Horecawet, daar heet het “slecht levensgedrag”. Je mag geen illegale dingen doen, daar komt het op neer.’

Nu ligt er dus een wet. Wat denkt u – wordt Groningen hier beter van?

‘We moeten de consequenties goed in de gaten gaan houden, maar ik vind dit een heel goeie wet. Goed dat-ie óók op bestaande situaties van toepassing is: alle verhuurders moeten een nieuwe vergunning aanvragen, niet alleen nieuwe verhuurders. Tegelijk is het ook goed dat iedereen in eerste instantie automatisch een vergunning krijgt, en pas bij slecht gedrag het risico loopt om ‘m kwijt te raken.’

Kan het nieuwe stelsel ook negatieve consequenties hebben? Stel, ik huur een huis bij een particulier en die raakt zijn verhuurdersvergunning kwijt – sta ik dan op straat?

‘Welnee. Omdat de huurovereenkomst gewoon van kracht blijft, moet die huisbaas jou van alternatieve woonruimte voorzien. De gemeente zelf heeft ook aangegeven dat het niet de bedoeling is dat huurders de dupe worden van de maatregel, dus dat komt echt wel goed.

Bovendien verwacht ik dat de vergunning vooral preventief gaat werken. En je hoeft niet direct de nucleaire optie in te zetten, hè? De gemeente kan ook dwangsommen opleggen. Ze moeten nog een beetje gaan spelen met de handhaving, juist omdat het allemaal zo’n experiment is.’

Hoe leuk is een experiment als dit voor een hoogleraar Openbare-orderecht?

‘Heel interessant. En ik vind het belangrijk om me als wetenschapper in te kunnen zetten voor mijn eigen stad, om impact te hebben. Nou is dat voor mij ook een stuk makkelijker dan voor een natuurkundige, maar toch.

Eigenlijk zie je hier hoe het publiek de stad probeert terug te pakken van de paar grote jongens die nu de touwtjes in handen hebben. De vraag is dan natuurlijk: werkt het? En werkt het alleen voor Groningen, of kunnen andere steden er ook iets aan hebben? We moeten het allemaal zien.’

English

02 October 2018 | 2-10-2018, 11:49