Opinie: Promoveren, niet studeren

Oud-beurspromovendus Martijn Wieling bepleitte deze week in de UKrant een promotiesysteem met alleen maar promotiestudenten. Dat is goedkoper en er komen meer plekken. Slecht idee, want dat leidt tot een race to the bottom, stelt het PNN in een reactie.
Door Anne de Vries en Marten van der Meulen

Wieling reageerde op een eerder UKrant-verhaal waarin Groningse promotiestudenten aangeven zich tweederangs promovendi te voelen. De toegezegde voordelen van het promotiestudent-experiment vallen tegen, maar promotiestudenten verdienen wel 20.000 euro minder dan promovendimedewerkers en bouwen geen pensioen op.

Wieling meent echter dat promotiestudenten blij moeten zijn dat zij een  promotieplek hebben. Volgens hem is de vraag die gesteld moet worden: ‘Als je 50 procent kans zou hebben op een AIO plaats […], of een gegarandeerde plaats als beurspromovendus, waarvoor zou je dan kiezen?’

Wieling beantwoordt deze vraag zelf: stel alle promovendi voortaan aan als student, dat is lekker goedkoop en ‘een promotie is immers een opleiding’.

Geen opleiding

Om met dat laatste te beginnen: een promotie is geen opleiding. Dat zeggen in ieder geval de Raad van State, het ISO en Eurodoc (de Europese koepelorganisatie van promovendi). In 2005 spraken Europese universiteiten bovendien af dat: ‘Doctoral candidates as early stage researchers: should be recognized as professionals – with commensurate rights – who make a key contribution to the creation of new knowledge.’

Onderzoek is een kerntaak van de universiteit en het is onverdedigbaar dat deze taak voor een groot deel wordt uitgevoerd door vermeende studenten. Wieling vergeet zelf dus een essentiële vraag te beantwoorden: Geven promovendi uitvoering aan het Nederlandse academisch onderzoek? Het antwoord is een volmondig ja en dus doen promovendi werk voor de universiteit.

Nu is het natuurlijk zo dat promovendi training ontvangen. Maar dat is niet ongebruikelijk bij juniormedewerkers. Een arts in opleiding staat ook onder begeleiding, een advocaat-stagiair heeft een patroon en volgt een advocatenopleiding (inclusief examens).

Mastergraad

Net als promovendi hebben zij een mastergraad behaald, en staan zij aan het begin van hun carrière. Zouden we over deze mensen als studenten spreken? Nee. Over promovendi moeten we het ook niet op die op die manier hebben, enkel omdat ze in een omgeving werken waar ook studenten zijn.

Het systeem met promotiestudenten heeft natuurlijk één groot voordeel: het zijn goedkopere arbeidskrachten. In Nederland houden we echter vast aan bepaalde normen voor arbeidsomstandigheden, zoals een gedegen loon en pensioenopbouw (CAO-conform).

In andere sectoren zou het absurd zijn om daaraan te tornen, maar in het hoger onderwijs wordt dit bepleit in het kader van het creëren van meer ‘werk’. Met als gevolg dat promotiestudenten een uitgeklede ‘arbeidspositie’ hebben, en zich daar bovendien niet goed tegen kunnen verdedigen: studenten vallen niet onder een vakbond. Eventuele misstanden kunnen dus rustig voortbestaan, want individueel staat de student zwak, alleen al door de ongelijke machtsverhouding met de promotoren.

Omdraaiing

In het voorstel van Wieling zit nog een vreemde omdraaiing. Hij vindt dat we promotiestudenten minder moeten betalen omdat de kosten dan ‘meer in lijn met de vergoeding vanuit de overheid’ zijn.

Daar gaat iets heel erg mis. De bekostiging van een toegenomen vraag naar onderzoek ligt bij de gehele gemeenschap en niet bij een klein en kwetsbaar deel daarvan.

Dat dit niet gebeurt is een lastig feit, maar dat betekent niet dat wij ons daar naar moeten schikken. Op die manier ontstaat een race to the bottom waarbij de verantwoordelijke partij (de overheid) lachend achterover leunt, en promovendi het kind van de rekening zijn.

Proefschrift

Daar komt bij dat het bekostigingssysteem zo werkt dat bij meer gepromoveerden de rijksbijdrage per proefschrift afneemt. Als universiteiten niettemin blijven inzetten op meer gepromoveerden, zal de rijksbijdrage per proefschrift alleen maar verder dalen.

Bij schaarste zijn er altijd mensen te vinden die bereid zijn onder slechte arbeidsomstandigheden te werken. Vanwege die ongelijke machtsverhouding kun je de keuze voor een uitgeklede  rechtspositie niet bij een individu leggen.

Kortom, wij weten het antwoord op Wielings misplaatste vraag wel: liever minder werk onder rechtvaardige arbeidsomstandigheden dan meer onbeschermde, onderbetaalde promovendi.

Anne de Vries is voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), Marten van der Meulen vicevoorzitter

English

01 November 2018 | 2-11-2018, 11:34