Portret

Om negen uur precies klopte de fotograaf op mijn kamerdeur: ‘Ik kom een foto van je maken’, zei hij, waarna hij me eens opnam en er aan toevoegde: ‘Waarom weet ik niet, want je ben niets veranderd.’ Ik vatte dat maar op als een compliment.
Door Gerrit Breeuwsma

Vijfentwintig jaar geleden bezocht ik in het Amsterdams Historisch Museum een tentoonstelling over de ouderdom. Er werden vooral schilderijen getoond die lieten zien dat er door de eeuwen heen, op zijn zachtst gezegd, een nogal negatieve beeldtaal kleefde aan het proces van veroudering.

Het fysieke verval, maar ook de mentale aftakeling en de versterking van slechte karaktertrekken; ze waren prominent aanwezig. Je kon er ook een gezichtsscan laten maken en nagaan hoe je er over pakweg tien, twintig, dertig jaar zou uitzien. Het resultaat toonde je waar de haargrens ging wijken, waar je trekken veranderden en de rimpels de macht overnamen. Ik durfde niet verder te gaan dan mijn vijfenvijftigste jaar, maar schrok eerlijk gezegd wel een beetje.

Ik moet inmiddels veel gelijkenis vertonen met wat destijds mijn toekomstige portret was.

Ik was dus niets veranderd, maar kennelijk bestond er bij deze of gene de behoefte aan een recenter fotoportret en daar gingen we nu aan voldoen. ‘Veel mensen vinden op de foto moeten bijna net zo erg als naar de tandarts’, zei de fotograaf, maar ik stelde hem gerust: dat gold niet voor mij. Ik vind het wel leuk – ijdelheid is mij niet vreemd – en bovendien had ik er alle vertrouwen in dat de fotograaf er iets moois van zou maken. Dat had hij eerder – dit was de vierde keer dat hij me fotografeerde – ook steeds gedaan.

Toch is geportretteerd worden niet een onverdeeld genoegen. Iemand ongevraagd op de foto zetten, is in veel opzichten een inbreuk op zijn of haar privacy. Ook onrechtmatig gebruik van privéfoto’s zullen de meeste mensen niet kunnen waarderen. Wanneer je ontdekt dat een vreemde met jouw portretfoto op zak loopt, is dat een uitstekend begin voor een Scandinavische thriller.

Een aantal jaren geleden werd de computer van een jonge Deense vrouw gehackt. Er stonden enkele erotische foto’s op die een vriendje van haar had gemaakt toen ze zeventien was. De naaktfoto’s werden verspreid door de hacker. Al gauw stonden ze op pornosites en nadat ook de identiteit van de vouw was onthuld, kreeg ze vanuit alle hoeken van de wereld een karrenvracht aan smerige berichten over zich heen gestort.

Een tijdlang moest ze dit lijdzaam ondergaan, maar toen besloot ze zelf het heft in handen te nemen en de foto’s op een onlinemagazine over kunst, lichaam en cultuur te plaatsen. Een nogal tegen-intuïtieve zet, maar het bleek doeltreffend; nu bepaalde zij wat ze liet zien en ontnam ze haar belagers de regie.

Nu fotograferen met een mobiele telefoon zo eenvoudig is geworden, staan we waarschijnlijk op heel wat foto’s van mensen die we niet eens kennen. Die zullen daar in veel gevallen geen acht op slaan, maar zeker weten doe je het niet. Ik vind dat een raar idee.

Lastiger zijn echter de mensen die je wel kent en die op grond daarvan menen je beeldrecht te hebben. Een tijd geleden maakte ik er op een familiefeestje een punt van dat foto’s met mij er op niet op Facebook mochten worden geplaatst. Vrijwel iedereen vond dat ik daarmee afbreuk deed aan de feestvreugde. Nadien lieten mijn kinderen weten dat ze zich hadden doodgeschaamd. Als ik nog één keer zo ‘achterlijk’ deed, moest ik voortaan maar thuis blijven. Een verleidelijk aanbod.

Ondertussen was de fotocamera uit de tas gehaald, was er wat met het licht gerommeld en werd er een lege muur gevonden, waarvoor ik ging staan en op verzoek van de fotograaf wat poses aannam. In minder dan een uur was alles klaar en konden de spullen weer in de tas.

De fotograaf ging nog eens door zijn opnamen en zei dat hij wel tevreden was: ‘Er zit wel iets moois bij’. Ik was nieuwsgierig, maar heb niet gevraagd de foto’s te mogen bekijken. Ik zie wel wat het wordt, maar ergens hoop ik dat de fotograaf gelijk heeft en dat ik niets ben veranderd.

03 April 2018 | 3-4-2018, 16:51