Help dokter, beer is ziek

Een bezoek aan het ziekenhuis kan best spannend zijn voor jonge kinderen. Studenten geneeskunde willen die angst wegnemen met het Teddy Bear Hospital. Zij kunnen samen met ‘echte dokters’ hun ‘zieke’ knuffel beter maken. Zie ook de fotoreportage onderaan dit verhaal.
Tekst en Foto’s Freek Schueler

Knuffel stevig onder de arm, zelfgemaakte doktershoed op het hoofd. Met grote ogen aanschouwen de dokters in spe de apothekerstafel met indrukwekkende goedjes in de tot ziekenhuis omgetoverde hal in het UMCG. Het is de week van het jaarlijkse Teddy Bear Hospital. Zevenhonderd kinderen komen hun knuffelbeesten ‘genezen’ en hun ziekenhuisangst overwinnen.

Witte jassen, gips, verband, medicijnen en dokters. Een bezoek aan het ziekenhuis kan best spannend zijn voor jonge kinderen. Deze week houdt de internationale organisatie voor geneeskundestudenten IFMSA-Groningen voor de dertiende keer het Teddy Bear Hospital.

Kinderen tussen de vier en zes jaar kunnen met hun ‘zieke’ knuffel naar het UMCG komen, waar ze samen met ‘echte dokters’ – studenten van de medische faculteit – hun knuffel beter maken.

Beer valt

De doktersjassen reiken tot de grond, kleine handjes komen onder de opgerolde mouwen uit. Na herhaaldelijk en luidkeels ‘BE-HEEEER’ duikt de mascotte van de dag, een grote maar verlegen beer op. Op zijn weg naar de kinderen toe maakt hij een vervelende val. Geschrokken kijken de kinderen hoe toegeschoten ambulancebroeders de beer verzorgen.

Het is een speelse manier om kennis te maken met het ziekenhuisleven. Voorzitter Irene Schaafsma (20), zelf geneeskundestudent, kijkt genoegzaam toe en springt in waar nodig. ‘In totaal komen er deze week zo’n zevenhonderd kinderen, in shifts van veertig tot vijftig kinderen per keer.’ Flink aanpoten dus, maar de kinderen vinden het fantastisch, vertelt ze.

Mooie pleister

Samen met een huisarts kijken de kinderen wat hun knuffel mankeert. Twijfelend schuifelt Ivar (5) naar de verbandtafel. Zijn Ernie is van de trap gevallen. De dames van de verbandtafel stellen Ivar met moederlijke stem gerust: met een verbandje en een mooie pleister komt het helemaal goed met Ernie. Ivar lijkt het niet te horen. Hij is zo onder de indruk van het ziekenhuis dat Ernie even op de tweede plaats komt.

Twan, eveneens vijf jaar oud, is een stuk minder bang. Enthousiast rent hij van de verbandtafel naar de gipstafel. Dat zijn knuffel ziek is, lijkt bijzaak. Hij geniet vooral van zelf doktertje spelen. ‘We moeten alleen nog even drankjes maken’, zegt Twan, wijzend naar de apothekerstafel.

Ook voor de studenten is het een leerzame dag. Frouke Weynschenk (19) had nog nooit gips aangelegd. Bovendien is ze vanuit haar studie niet gewend om met kinderen te werken. ‘Het is goed om je te realiseren dat kinderen anders zijn dan volwassenen. Je moet ze anders benaderen’, vertelt ze. Dat beaamt ook dokter Marit Geelink (19): ‘Je moet duidelijk articuleren en geen moeilijke woorden gebruiken.’

Bijzondere verhalen

Leerzaam, maar vooral erg leuk. ‘Kinderen komen met de meest bijzondere verhalen. Gisteren was er eentje met een knuffel die allergisch was voor houtkachels. Gelukkig hadden ze bij de apotheek daar wel een medicijn voor’, lacht Amarins Oosterhof (20), één van de vrijwilligers.

Na een uur zijn alle tanden gepoetst, poten gegipst en medicijnen gemaakt. Met een diploma in de hand – ze zijn nu echte berendokters – is het tijd voor ranja en een spekkie. Nog een laatste high five met de grote beer en een rondje op de brancard voordat het ziekenhuisbezoek erop zit. Trots tonen de kinderen hun diploma’s aan de toekijkende ouders. Zo eng was het allemaal niet.

 
 
 
 
 
 
17 May 2018