Kwestie-Joost Herman: Persona non grata op de RUG?

Zaak-Joost Herman

Opinie: Persona non grata op de RUG?

Hoogleraar Jacques Zeelen is geschokt door de manier waarop de RUG omgaat met de ontslagen Joost Herman, schrijft hij in een open brief. ‘De universitaire gemeenschap is de enige die deze hardvochtige juridisering van dit proces kan stoppen.’
Door Jacques Zeelen
29 oktober om 12:12 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:22 uur.
oktober 29 at 12:12 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:22 PM.

Vorige week woensdag was ik bij het gerechtshof in Leeuwarden voor de hogerberoepzaak inzake het ontslag van Joost Herman, hoogleraar bij letteren van de RUG.

Na een lange – voor Joost Herman slopende – zitting vroeg de voorzitter van het hof aan hem, speculerend op een van de mogelijke uitkomsten van het hoger beroep, of hij nog een toekomst voor zich zag te blijven werken aan de RUG.

Herman antwoordde: ‘Ik heb 25 jaar met heel veel plezier samengewerkt met fantastische collega’s, mijn werk was fantastisch. Ik ben alleen in conflict gekomen met enkele bestuurders. Ik zou graag daar verder willen werken.’

Vervolgens richtte de voorzitter de vraag aan de RUG-vertegenwoordigers of de universiteit – als het oordeel zou uitvallen ten gunste van een voortzetting van de arbeidsrelatie – verder zou willen met Joost Herman. Na kort overleg met
de RUG-vertegenwoordiger, langs het plexiglas vanwege corona, antwoordde de advocaat zonder ogenschijnlijk moeite te doen een vileine vorm van triomf te verbergen: ‘De universiteit ziet de heer Herman als persona non grata.’

Daar zit je dan bij als RUG-collega. Ik loop ook al een tijdje mee en net als Joost Herman vaak met veel genoegen. Wordt dan zo maar een naaste collega, na 25 jaar toewijding en vele betekenisvolle lokale, landelijke en internationale verdiensten, op zo’n onbetamelijke manier weggezet? En dan ook nog zonder schroom of enig spoor van ingetogenheid.

Wat is hier aan de hand? Waar komt die hardheid en agressie vandaan? Waarom ‘Joost H.’ in dit proces zo kleineren en vernederen? Ik wilde opstaan en uitroepen: ‘In naam van mijn universiteit kunnen deze heren mijn collega niet zo bejegenen. Genoeg is genoeg’. Maar ik ken de regels; ik hield mijn mond.

In naam van mijn universiteit kunnen deze heren mijn collega niet zo bejegenen. Genoeg is genoeg

Ik had me misschien hierop mentaal beter moeten voorbereiden. Immers, er ging het nodige aan vooraf.

Een lange lijst voorvallen van begin af aan, zoals Joost Herman nooit de gelegenheid te hebben geven zijn verhaal te doen; geen rekening houden met zijn burn-out en het feit dat hij psychiatrische begeleiding krijgt; ernstige beschuldigingen zonder enig bewijs in de openbaarheid verspreiden; reeds in april 2019 procedures voor een schadevergoeding van 1,2 miljoen starten zonder adequate onderbouwing; blokkeren van bankrekeningen; beslag leggen op zijn huis; zijn RUG-accounts afsluiten; toegang tot zijn kamer ontzeggen; documenten achterhouden die Herman voor zijn verdediging wilde gebruiken; hem zwart maken in allerlei overleggen in Groningen, Den Haag en Brussel; en proberen te verhinderen dat hij na 1 mei jl. een ziektewetuitkering zou krijgen.

Wat is hier aan de hand? Waarom tussentijds niet een respectvollere weg inslaan? Kansen waren er genoeg. Talloze mogelijkheden werden door de RUG bestuurders ongebruikt gelaten – tot de dag van vandaag – om de zaak tot humanere proporties terug te brengen.

Bijvoorbeeld toen het bestuur een brief van collega-hoogleraren en -docenten om de RUG te verzoeken de menselijke maat terug te brengen, straal negeerde. Teneur van die brief, na een overzicht van indrukwekkende verdiensten van Herman voor de RUG: ‘Ja, er zijn fouten gemaakt, die hij zelf ook toegeeft, maar daarover kan toch eerst een gesprek plaatsvinden om vervolgens gezamenlijk naar oplossingen te zoeken?’

Ook hierop geen antwoord, zelfs geen bevestiging van ontvangst aan de hoogleraren. Hoe staat het met de bestuurlijke omgangsvormen op de RUG?

Ik wist van al die dingen. Toch kwam het in het gerechtshof in Leeuwarden door de RUG uitgesproken persona non grata hard aan.

Dat het ontslag, eerder uitgesproken door de rechtbank in Groningen, zal worden bekrachtigd, is bepaald niet uit te sluiten. Er zijn inderdaad fouten gemaakt en voor ontslag is blijkbaar niet veel nodig, ook al heeft Joost Herman geen euro in eigen zak gestoken en is het geld besteed aan de uitvoering van de NOHA-programma’s.

Maar: genoeg is genoeg. De universitaire gemeenschap is de enige die deze hardvochtige juridisering van dit proces kan stoppen en ervoor kan zorgen dat het slopen van professor Joost Herman en zijn familie een halt wordt toegeroepen.

Jacques Zeelen is hoogleraar leven lang leren en sociale interventie, Globalisation Studies Groningen

English