Advertentie

Partijsecretaris Yantai baart minister zorgen

De aanwezigheid van een Chinese partijsecretaris op de geplande RUG-campus in Yantai is ‘zorgwekkend’, stelt minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs.
Door Thereza Langeler

‘Ik ben van mening dat de academische vrijheid, ook aan een Nederlandse opleiding in het buitenland, nooit ter discussie mag staan’, schrijft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in een brief aan de Tweede Kamer.

Eind november werd duidelijk dat de Chinese overheid alle buitenlandse universiteiten in China verplicht om een partijvertegenwoordiger aan te stellen. Ook in het bestuur van de University of Groningen Yantai (UGY) zou zo’n vertegenwoordiger moeten zitten.

De Universiteitsraad en de landelijke politiek schrokken van het nieuws, vooral omdat RUG-voorzitter Sibrand Poppema eerder had gegarandeerd dat de Chinese overheid zich niet in UGY zou mengen. Ook voor minister Van Engelshoven is het bericht reden tot bezorgdheid. ‘Mijn zorgen hierover zijn in een gesprek ook overgebracht aan de RUG.’

‘Vrijheden blijven hetzelfde’

De universiteit en de minister houden regelmatig contact over de plannen voor Yantai, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker. ‘Die academische vrijheid is echt gewaarborgd. De enige instanties die iets over de opleidingen te zeggen hebben, zijn wij, de NVAO en de minister’, benadrukt Bakker. ‘Zo hebben we het ook besproken.’

Het College van Bestuur wil in Yantai geen extra partijfunctionaris aanstellen, maar de president of the board tegelijkertijd ook de functie van partijsecretaris laten vervullen. Die president zou geen zeggenschap hebben over onderwijs en onderzoek: die ligt bij de Nederlandse vice chancellor. Poppema is ervan overtuigd dat de academische vrijheid ook met een partijsecretaris niet in het geding is: ‘Alle vrijheden blijven hetzelfde’, zei hij in november in de Universiteitsraad.

Niet lichtvoetig

Als de benodigde wetgeving helemaal rond is – vermoedelijk komend voorjaar – kan de RUG de aanvraag voor Yantai indienen bij de minister. Zij beoordeelt dan of UGY al of niet van start mag. ‘Gezien het belang dat ik hecht aan de academische vrijheid, zal ik daar bij de beoordeling niet lichtvoetig mee omgaan’, stelt ze in haar brief.

Overigens moet de aanvraag eerst in de Universiteitsraad in stemming gebracht worden. Het is nog niet bekend wanneer dat gebeurt.

12 January 2018 | 16-1-2018, 14:13
Advertentie