advertentie

 

Papieren toets is soms best wel fijn

Digitale tentamens zijn gebruiksvriendelijker dan een ouderwetse toets op papier. Maar studenten zien ook voordelen in papieren tentamens, concludeert Anja Boevé in een onderzoek naar toetsing in het hoger onderwijs.
Door Menno van der Meer

Boevé bestudeerde niet alleen digitale tentamens. Ook andere onderwijsinnovaties passeren de revue in haar promotieonderzoek, waaronder het nut van deelscores, het effect van digitale oefentoetsen en de invloed van een flipped classroom.

Een veldexperiment onder psychologiestudenten liet zien dat de resultaten bij digitale en schriftelijke tentamens hetzelfde zijn. ‘Een hele geruststelling voor studenten en docenten’, stelt Boevé.

Wel heerste er onder studenten in 2014 nog flinke scepsis over tentamens op computers. Slechts een kwart van de ongeveer vierhonderd ondervraagde studenten gaf de voorkeur aan een digitale toets, terwijl de helft een papieren versie prefereerde. Het overige kwart had geen voorkeur.

Die resultaten van het onderzoek, waarop ze deze maand promoveert, verrasten Boevé. ‘Omdat de hele maatschappij doordrongen is van technologie, zou je verwachten dat studenten voorstanders zijn van digitale toetsen. Maar dat is dus lang niet altijd het geval.’

Stress

Sommige studenten lezen liever van papier, ze vinden het laden op de computer te lang duren of zijn bang dat hun gegevens niet goed worden opgeslagen. Dat zorgt voor stress tijdens een computertentamen. Bovendien missen ze dan de mogelijkheid om iets te onderstrepen of te markeren.

Maar voorstanders van digitaal toetsen zijn blij dat ze hun antwoorden niet op een los antwoordformulier hoeven in te vullen, omdat ze daar dan ook geen fouten mee kunnen maken. Ook vinden ze het fijn dat ze bij een digitaal tentamen met meerkeuzevragen meteen een indicatie te krijgen van het aantal goede en foute antwoorden.

Volgens Boevé kunnen computertentamens flexibeler en gebruikersvriendelijker gemaakt worden. Zo kun je studenten de mogelijkheid bieden om zowel alle vragen onder elkaar te zien als om telkens één vraag in beeld te hebben. ‘Er kunnen nog digitale voordelen worden benut. Het doel is om studenten het gevoel te geven dat ze de manier van toetsing onder controle hebben.’

Belangrijke consequenties

Of alle ingevoerde innovaties het onderwijs ook daadwerkelijk beter maken, is moeilijk aan te tonen. Het is namelijk niet of nauwelijks mogelijk om bij wijze van experiment de studenten van een vak in tweeën te splitsen, waarbij de ene groep wel met innovaties werkt en de andere groep niet. ‘Dat kan je ethisch gezien niet maken wanneer er voor studenten daadwerkelijk belangrijke consequenties zijn verbonden aan officiële cijfers’, zegt Boevé.

Daarom heeft Boevé in haar onderzoek vooral verschillende jaargangen bij bepaalde vakken vergeleken, waarbij meer innovaties toegepast zijn bij latere jaargangen. Maar dan is de variatie in cijfers weer afhankelijk van allerlei extra factoren. ‘Het blijft dus lastig om een causaal verband tussen onderwijsinnovaties en een toename van onderwijskwaliteit vast te stellen.’

01 May 2018 | 1-5-2018, 16:30
advertentie