Overtuigen

Foto Reyer Boxem

Overtuigen

Vorige week is door ruim zestig medewerkers van de rechtenfaculteit een warm pleidooi gehouden voor het hoorcollege. Hoewel columnist Gerrit Breeuwsma van een andere faculteit is, sluit hij zich er graag bij aan.
Door Gerrit Breeuwsma
13 april om 10:03 uur.
Laatst gewijzigd op 13 april 2021
om 10:05 uur.
april 13 at 10:03 AM.
Last modified on april 13, 2021
at 10:05 AM.

Wanneer de paus de gelovigen zou laten weten dat hij nog eens goed heeft nagedacht over de hedendaagse functie van de kerk, met als conclusie dat kerkdiensten voortaan afgeschaft – en online gegeven – kunnen worden, zou iedereen hem voor gek verklaren.

Oké, zo’n kerkdienst is natuurlijk ouderwets, met vreemde rituelen en een priester die zonder noemenswaardige interactie zijn boodschap over de gelovigen uitstort, maar het is wel de kern van de geloofsbeleving. Afschaffen van de kerkdienst is het einde van de kerk als gemeenschap.

Wanneer een schouwburgdirecteur na een jaartje corona vaststelt dat zo’n cabaretier die anderhalf uur zijn grappen op het publiek loslaat, wel erg ‘eenrichtingsamusement’ is, en daarom het management van Freek, Youp, Claudia, Theo, Hans en Brigitte meedeelt dat er voortaan alleen nog maar onlineregistraties van hun voorstellingen zullen worden gemaakt, zal niet serieus genomen worden.

Het is waar, het publiek heeft als ‘lachvee’ niet echt een actieve inbreng, maar het maakt een voorstelling wel tot wat het is. Afschaffen daarvan zou het einde van het cabaret betekenen (en van de schouwburgen).

Natuurlijk is er geen paus of andere kerkelijk leider die ook maar overweegt de fysieke kerkdiensten af te schaffen, zoals er ook geen schouwburgdirecteur is die zijn theater wil sluiten voor publiek. Integendeel, ze snakken naar hun gelovigen dan wel theaterpubliek.

Sommige kerkgenootschappen zijn bereid de coronamaatregelen er voor te overtreden, schouwburgen doen graag mee aan experimenten met publiek en wat je verder ook van kerken of cabaret vindt, je snapt het ongeduld om weer terug naar normaal te mogen.

Waarom snakt het college van bestuur van onze universiteit dan zo weinig naar meer mogelijkheden voor hoorcolleges?

Vorige week is door ruim zestig medewerkers van de rechtenfaculteit een warm pleidooi gehouden voor het hoorcollege. Hoewel ik van een andere faculteit ben, zou ik me graag bij de meesters willen aansluiten. Bij deze.

Waarom snakt het cvb van onze universiteit dan zo weinig naar meer mogelijkheden voor hoorcolleges?

Zij wijzen erop dat hoorcolleges alleen al nodig zijn om de grote massa aan studenten te kunnen bedienen; het ontbreekt domweg aan voldoende capaciteit voor kleinschalig onderwijs. Maar ze breken ook een lans voor het hoorcollege als vorm en spreken hun verbazing uit over het dedain waarmee er over wordt gesproken.

Dat is niet alleen beledigend voor een ieder die met veel inspanning zijn colleges zo interessant en aantrekkelijk mogelijk probeert te maken (een goed hoorcollege bevindt zich ergens tussen een overtuigende preek en een onderhoudende voorstelling), maar ook een miskenning van de betekenis die het hoorcollege heeft.

Het hoorcollege heeft niet alleen met kennisoverdracht te maken, maar ook met inwijding in de academische gemeenschap. Vooral in het eerste jaar speelt het een rol in de overgang van scholier naar student en draagt het bij aan de academische vorming. Ze leren er elkaar kennen en leren er iets over de academische omgangsvormen – worden er deelgenoot van – en worden daarbij veelal toegesproken door de besten van hun toekomstig vakgebied.

Een kleine rondgang langs collega’s leerde me dat iedereen onuitwisbare herinneringen heeft aan bepaalde hoorcolleges. Eerlijk is eerlijk, soms omdat ze onvergetelijk slecht waren, maar vaker omdat ze een blijvende indruk hebben achtergelaten. Vergelijkbare herinneringen zijn er niet aan werkgroepjes met goedbedoelende student-assistenten.

In die zin is het dramatisch dat we door corona nu een lichting studenten ‘opleiden’ die daar niet van heeft kunnen proeven en we zullen ons de komende jaren sterk moeten maken die achterstand in te halen; ook met hoorcolleges.

Het ironische is dat buiten de muren van de academie het grote publiek, met de populariteit van publiekslezingen en tv-colleges door spraakmakende wetenschappers, al lang overtuigd lijkt van het belang van het hoorcollege.

Nu het college van bestuur nog zien te overtuigen.