Opnieuw

Foto Reyer Boxem

Opnieuw

Er zijn allerlei omstandigheden die het verlangen naar een nieuw begin kunnen aanwakkeren: een nieuwe liefde, een verhuizing, een nieuwe baan en zelfs een nieuw jaar. Wordt columnist Gerrit Breeuwsma in 2021 een ander mens? Nee toch?
Door Gerrit Breeuwsma
5 januari om 11:38 uur.
Laatst gewijzigd op 5 januari 2021
om 11:42 uur.
januari 5 at 11:38 AM.
Last modified on januari 5, 2021
at 11:42 AM.

Opnieuw beginnen: wie wil dat niet? Deze vraag stelden Marli Huijer en Reinjan Mulder zich in een aardig boek waarin ze de ‘metamorfosen in het bestaan’, zoals ze het noemen, in kaart brengen. Kort samengevat komt hun antwoord er op neer dat iedereen het wel eens wil, maar dat het slechts weinigen gegeven is die ambitie waar te maken.

Voor ontwikkelingspsychologen, die de levensloop graag als een aaneenschakeling van metamorfosen voorstellen, is de vraag beroepshalve ook interessant. Zijn we als volwassene te herleiden tot onze kindertijd of is onze ontwikkeling een permanente staat van verandering?

Er is een theorie die de begintoestand van de pasgeborene voorstelt als een tabula rasa, een schone lei – of onbeschreven blad – dat beschreven dient te worden met kennis, vaardigheden en alles wat zich in het leven aandient. Dat maakt het verleidelijk om te veronderstellen dat je het leitje schoon kunt vegen, waarna je weer opnieuw kunt beginnen.

Voordat u zich illusies maakt: die theorie is niet houdbaar gebleken. Veel van wat en wie we zijn, ligt al besloten in onze kindertijd en eenmaal op leeftijd schrik je er, terugkijkend op je leven, soms van hoe weinig je in essentie bent veranderd.

Er zijn allerlei omstandigheden die het verlangen naar een nieuw begin kunnen aanwakkeren: een nieuwe liefde, een verhuizing, een nieuwe baan en zelfs iets willekeurigs als een nieuw jaar. Het fungeert als startpunt om het allemaal eens flink anders aan te pakken en warempel, aanvankelijk lijkt dat nog aardig te lukken ook. Je lijkt helemaal fris van de lever te kunnen herbeginnen, maar dan sluipt de routine er weer in, wordt het nieuwe gewoon en blijkt dat er eigenlijk niet veel is veranderd.

Dat laatste vooral ook omdat je zelf, als eenmaal de nieuwigheid van je nieuwe liefde, huis, baan of jaar er af is, verdacht veel bent blijven lijken op je ouwe zelf. Vertrouwd, dat wel, en dat is ook wat waard, maar niet altijd naar tevredenheid, want wie zou zichzelf niet eens volledig willen veranderen. Sprankelender, origineler, geliefder, wellicht ook een paar kilo lichter.

Vaak ben je het trouwens niet zelf die zo nodig moet veranderen, maar probeert je omgeving het bij je af te dwingen

Vaak ben je het trouwens niet zelf die zo nodig moet veranderen, maar probeert je omgeving het bij je af te dwingen, zoals Trees die na al het gezuip in december vindt dat haar man Arie in het nieuwe jaar maar eens een maandje droog moet staan.

Op oudjaarsnacht stemde hij daar nog goedgemutst mee in (zat natuurlijk), maar op 1 januari trekt hij zijn eerste flesje wijn al weer open, maar dan schalt het door de keuken:

‘Wat hadden we afgesproken, Arie?’

‘Moet dat nu, Trees?’

‘Ja, nu Arie!’

Toen ik, jaren geleden al weer, ging studeren, had ik twee grote ambities. De eerste ben ik vergeten en de tweede was dat ik van mijn Friese tongval af wilde. Studeren, verhuizen naar ‘de grote stad’, op mezelf wonen, ik zag het als een nieuwe start en kennelijk hoorde daar ook iets van een breuk met het verleden bij en die werd belichaamd door mijn accent.

Het is me niet gelukt en nog steeds komt het voor dat ik na een lezing, waarin ik een uur lang opzichtig mijn eruditie etaleer, na afloop wordt aangeklampt door een dame op leeftijd, die dan begint: ‘Breeuwsma, wêr komme jo wei?’

Inmiddels heb ik me er min of meer mee verzoend – veranderen is niet eenvoudig – en voel ik meer verwantschap met de woorden van Gezang 179, waar staat: ‘Ieder woelt hier om verandering en betreurt ze dag aan dag. Hunkert naar hetgeen hij zien zal, wenst terug ‘tgeen hij eens zag’.

Terug naar hoe het was, is dat ook opnieuw?