Onvolkomenheden

Foto Reyer Boxem

Onvolkomenheden

Als er iets financieels aan de knikker is op de RUG, dan gaat het steeds om een bedrag van ruim een miljoen euro, constateert columnist Gerrit Breeuwsma. En hij vraagt zich af: Zit daar systeem in? Worden de accountants van de RUG pas wakker als ze zes nullen zien?
Door Gerrit Breeuwsma
21 januari om 12:33 uur.
Laatst gewijzigd op 30 januari 2020
om 10:11 uur.
januari 21 at 12:33 PM.
Last modified on januari 30, 2020
at 10:11 AM.

Slechte reclame is ook reclame, menen sommige communicatiestrategen, maar ik ga er van uit dat die cynische gedachte niet de reden is geweest voor het interview dat collegevoorzitter Jouke de Vries onlangs in de NRC had. Het had veel weg van een slechtnieuwsgesprek.

De aanleiding voor het interview was de subsidiefraude van 1,2 miljoen euro door een hoogleraar globalisering en humanitaire hulp en twee van zijn medewerkers. Alle drie zijn (of waren) betrokken bij het internationale Network on Humanitarian Action (NOHA) waarin ook de RUG participeert.

Ze hadden daar een stichting voor opgericht, van waaruit ze hun financiële zaken konden regelen, buiten de universiteit om. Er zijn geen directe aanwijzingen voor zelfverrijking, maar hun invulling van het fenomeen ‘humanitaire hulp’ kan kennelijk niet door de beugel, want de hoogleraar is ontslagen, terwijl de andere twee een ‘ernstige waarschuwing’ hebben gekregen.

De universiteit zelf wist overigens lange tijd van niets; de fraude werd aanhangig gemaakt door een van de Europese partners, die de RUG vorig jaar op ‘onvolkomenheden’ wees.

Al lezende gingen mijn gedachten terug naar het medewerkersonderzoek dat een tijd geleden aan de universiteit werd gedaan. Daarin werden vragen gesteld waar ik me destijds het hoofd over brak, om ze vervolgens snel te vergeten. Nu schoten ze me weer te binnen.

‘Waar bent u het meest trots op bij de RUG?’ luidde een van de vragen. Ik kon daar niets mee, wellicht omdat ik meer een het-glas-is-halfvol-type ben; dan zie je alles meestal van de schaduwzijde. Daar ben ik niet per se trots op.

Ik bedacht me nu dat ik waarschijnlijk een stuk minder moeite zou hebben gehad met de vraag waar ik niet zo trots op ben bij de RUG, want hoe vervelend deze affaire ook is, het is allesbehalve de enige ‘onvolkomenheid’. De Maltese paspoortaffaire, de faciliteitsmanager die bevriende ondernemers voor ruim een miljoen aan opdrachten gunde en wat te denken van Yantai dat de RUG ook meer dan een miljoen kostte?

Gouden tip: Weet maat te houden en stop bij een tonnetje of negen. Hoor je er nooit meer wat van

Het gaat in al die gevallen, realiseer ik me nu, om een bedrag van ruim een miljoen. Zit daar systeem in? Worden de accountants van de RUG pas wakker als ze zes nullen zien? Dat zou dan meteen een gouden tip kunnen zijn voor toekomstige fraudeurs: weet maat te houden en stop bij een tonnetje of negen. Hoor je er nooit meer wat van.

Collega’s van de subsidiefraudeurs zetten trouwens vraagtekens bij de beschuldigingen en suggereren (anoniem) in Dagblad van het Noorden dat ‘de hoogleraar de constructie met de stichting in het leven heeft geroepen om de bureaucratie van de RUG te omzeilen’.

Gek genoeg houd ik dat niet eens voor onmogelijk, want wie van ons heeft zich nooit gestoten aan een paarse krokodil? Maar misschien is het probleem wel fundamenteler en zijn dit soort fraudegevallen een uitwas van de commercialisering van de universiteit, waarin we allemaal aangemoedigd worden als quasi-ondernemers geld binnen te slepen en vaak ongemerkt onze ziel verkopen.

In zijn manifest Het nut van het nutteloze wijst filosoof en literatuurwetenschapper Nuccio Ordine erop dat bedrog, fraude, gesjoemel en belangenverstrengeling sinds de vermarkting van de universiteit internationaal tien keer zo groot is geworden (misschien dat er een ranking kan komen voor de top frauderende universiteiten; mogelijk dat we dan toch nog iets hebben om trots op te zijn).

De Vries wil schoon schip maken en lijkt daarbij te mikken op een betere financiële controle. Ik denk echter dat een meer kritische houding ten aanzien van de commercialisering van de universiteit nog veel belangrijker is. Anders vrees ik dat dit niet de laatste onvolkomenheid zal zijn.