Ontgroening wordt 'frisse introductie'

Studentenverenigingen moeten harmonieus zijn met hun omgeving, positief bijdragen aan het imago van de stad en hun oude inwijdings- en ontgroeningsrituelen omvormen tot een ‘frisse introductietijd’.
Door Peter Keizer

Dat schrijft het universiteitsbestuur in een memo aan de universiteitsraad. In oktober werd bekend dat studentenverenigingen voortaan een ‘kritische zelfreflectie’ moeten schrijven om in aanmerking te komen voor geld uit het profileringsfonds, de pot met geld waaruit bestuursbeurzen worden betaald. Het universiteitsbestuur maakt nu bekend waaraan die zelfreflectie moet voldoen.

De verenigingen dienen in elk geval duidelijk maken wat de normen en waarden binnen de club zijn, welke risico’s er aanwezig zijn (zoals alcohol- of drugsverslaving, psychische druk of gebrek aan hygiëne) en hoe die worden beheerst. Ook moeten ze hun leden elk jaar een anonieme enquête laten invullen over de verenigingscultuur en peilen hoe de eerstejaars de introductieperiode ervaren.

Daarnaast moeten de verenigingen open en transparant zijn, want ‘afzondering behoort niet meer tot de mogelijkheden’, aldus het universiteitsbestuur. ‘Er is een positieve invalshoek gekozen, met als startpunt Groningen als studiestad, een studentenstad waarin de sociale veiligheid van studenten de aandacht krijgt’, aldus de memo.

Accreditatie

In oktober werd een vijfkoppige commissie opgesteld die de kritische zelfreflecties van de verenigingen zal beoordelen. Studentenvereniging Vindicat is als eerste aan de beurt. De commissie Verenigingsaccreditatie zal het document voor 1 maart beoordelen en rapport uitbrengen aan de besturen van de RUG en Hanzehogeschool. De zelfreflectie van de vereniging blijft vertrouwelijk, maar het rapport van de commissie zal openbaar worden gemaakt.

Aanleiding voor de oprichting van de commissie was de ophef die ontstond nadat bekend werd dat een aspirant-lid van Vindicat in augustus tijdens de introductieperiode ernstig gewond was geraakt nadat een ander lid op zijn hoofd was gaan staan.

Uit een verslag van de Advies Commissie Introductietijden (ACI), de in 1998 opgerichte commissie die de verenigingen adviseert over hun introductieperiodes, bleek dat het universiteitsbestuur al enkele dagen na het incident was ingelicht over de mishandeling. De RUG zag toen geen aanleiding om de vereniging op de ontgroeningspraktijken aan te spreken. Dat veranderde toen minister Bussemaker eind september de reactie van de universiteit ‘volstrekt onvoldoende’ noemde. RUG-bestuurder Sibrand Poppema zei de dag erna: ‘We stoppen met ontgroeningen in deze stad.’

Toezicht

De ACI concludeerde na de mishandeling bij Vindicat dat het ‘niet de mogelijkheden en de middelen heeft om effectief toezicht uit te oefenen’. De commissie werd eind jaren negentig opgericht nadat Reinout Pfeiffer, een eerstejaars bij Vindicat, overleed toen hij onder dwang een liter jenever had gedronken. De ACI controleert sindsdien de veiligheidsplannen voor de introductietijden van vrijwel alle verenigingen. Maar dit blijkt onvoldoende om excessen volledig uit de wereld te helpen, concludeert de commissie nu. De ACI adviseert slechts, en reageert pas als de verenigingen zelf een incident melden.

Toezeggingen die de verenigingen doen worden ‘niet altijd even zorgvuldig nagekomen’, schrijft de commissie in een brief aan het RUG-bestuur. ‘We hebben sterk de indruk dat de betrokken verenigingen – medeoprichters van de ACI – de ACI onvoldoende serieus nemen.’

Het RUG-bestuur verplicht de verenigingen nu ervaringen te delen met de ACI en actief mee te werken aan de rapportages van de commissie. Ook gaat de RUG met de Hanzehogeschool en de ACI in gesprek, om na te gaan hoe de commissie meer bevoegdheden kan krijgen, zodat ze sneller en efficiënter kan optreden.

English

16 January 2017 | 16-1-2017, 17:25