Nieuws

Foto Reyer Boxem

Nieuws

Ook columnist Gerrit Breeuwmsa zit al weken thuis met vrouw en kinderen. Hij begint het besef van tijd en plaats een beetje kwijt te raken. ‘Alsof we met een zeiljacht ergens op de Stille Oceaan dobberen. De motor heeft het begeven en er staat geen zuchtje wind.’
Door Gerrit Breeuwsma
15 april om 9:10 uur.
Laatst gewijzigd op 15 april 2020
om 9:54 uur.
april 15 at 9:10 AM.
Last modified on april 15, 2020
at 9:54 AM.

Op het werk gebeurt niet altijd even veel, maar thuis gebeurt nog minder, daar ben ik inmiddels wel achter. Tjonge jonge, wat is het rustig zo met zijn vieren in en rond het huis. Er komt geen kip meer langs en wij komen nergens meer, precies zoals de minister-president het wil.

Vorige week was mijn enige uitstapje een bezoek aan de supermarkt, waar ik slalommend tussen het schichtige personeel en klanten, die zich bij binnenkomst eerst ritueel laten desinfecteren, mijn karretje mocht volgooien met proviand, genoeg voor een maand op zee.

Zo voelt het soms ook. Alsof we met een zeiljacht ergens op de Stille Oceaan dobberen. De motor heeft het begeven en er staat geen zuchtje wind.

Je verliest elk besef van tijd en plaats en soms ben ik bang dat Floortje Dessing (dat die graag naar het einde van de wereld wil, moet zij weten, maar waarom ze steeds weer terug komt, is mij een raadsel) plotseling aan boord stapt om te vragen hoe het nu voelt: zo lang, zo alleen, zo ver weg op zee.

Het zullen hallucinaties zijn, door het gebrek aan prikkels.

Om het moreel hoog te houden, zetten we nog braaf de wekker, waarna we na het ontbijt allemaal min of meer aan het werk gaan. De jongste is met het cancelen van het centraal examen, naar eigen zeggen, al zo goed als geslaagd.

De oudste is bezig met werkstukken waarvan hij me de strekking kennelijk niet bondig kan of wil uitleggen, daar ben ik nog niet achter. En mijn vrouw belt en zoomt de hele dag dat het een lieve lust is en afgaande op de stelligheid waarmee ze dat doet, krijg ik de indruk dat ze de koningin van de bijenkast is.

En ik doe zo’n beetje wat ik altijd doe. Hoe we dat moeten waarderen, laat ik liever in het midden, maar ik vrees dat het niet tot de vitale beroepen behoort.

’s Avonds thuiskomen en met enthousiasme beginnen ‘wat ik nou toch meegemaakt heb!’, dat is er niet bij, want ze weten precies wat ik meegemaakt heb: niets.

Om het moreel hoog te houden, zetten we nog braaf de wekker, waarna we na het ontbijt allemaal min of meer aan het werk gaan

Wat het er niet gemakkelijker op maakt, is dat mijn vrouw eenzijdig een nieuwsstop heeft afgekondigd. Ze was er helemaal klaar mee, al die berichten over corona. Ze werd er naar van en wil er nu niets meer van weten – geen journaal meer, geen actualiteitenprogramma’s – en wij hebben ons daar maar aan te houden.

Alleen goed nieuws mocht nog doorgeseind worden: berichten over een doorbraak in het onderzoek naar een vaccin, een afname in het aantal sterfgevallen. Dat soort zaken.

Natuurlijk probeer ik op mijn laptop tussendoor dan toch nog een onderhoudsdosis nieuws tot me te nemen, om snel weg te klikken als ik de voetstappen van mijn vrouw hoor (een beetje zoals echte mannen die thuis stiekem porno zitten te kijken).

Soms gaat het echter mis en laat ik me ontvallen dat het aantal opnames op de IC weer is toegenomen, maar dan zie ik de blik van mijn vrouw en voeg ik er snel aan toe dat het vooral mannen op leeftijd zijn die er terechtkomen.

‘Godzijdank, alleen mannen’, reageert zij daarop iets te enthousiast, ‘Dan zit ik goed’.

‘Mam, je weet dat je met drie mannen samenwoont en dat pap (‘ze noemen me pap en zo voel ik me ook’, grapte Freek de Jonge jaren geleden en die grap ben ik steeds beter gaan begrijpen) de jongste niet meer is’, zegt een van de jongens.

‘Och, je vader is zo sterk, die gaat niet dood’, zegt ze beslist.

Ik ga er maar vanuit dat dat onder goed nieuws valt.