Mijn wetsvoorstel: drie weken van tevoren een rooster

Alex Steenbreker (1996, Enschede) studeert biologie aan de RUG. Ze is oprichter van de website Leerpunt ADD. Alex schrijft de komende tijd om de twee weken voor UKrant. nl een column.
Door Alex Steenbreker

Sinds minister Van Engelshoven haar plan presenteerde om 40 studiepunten als maximum te stellen voor het bindend studieadvies (BSA), ben ik ervan overtuigd dat zij geen keukenweegschaal in huis heeft.

Een paar handenvol studiepunten ziet er wel goed uit, moet ze gedacht hebben. Op zo’n zelfde manier meet ik mijn macaroni af, want ik heb ook geen keukenweegschaal. Na de macaroni heb ik dus altijd zin in chips.

De BSA-maatregel heeft zogenaamd te maken met het reduceren van studiestress en psychische problemen bij studenten. Is 40 studiepunten echt een betere grens dan onze eigen 45, of bijvoorbeeld 50?

Optimum

Er moet haast wel een optimum bestaan: genoeg maar niet te veel. Er moet een puntenaantal zijn waarbij studenten hun studiekeuze goed moeten overwegen en studeren niet onderaan een prioriteitenlijstje kan bungelen, maar er tegelijk ruimte bestaat voor imperfecties en pech.

Een BSA-grens van 60 punten is dus niet handig, tenzij je studiepunten ‘cadeau doet’ misschien, zoals de Erasmus. Maar een grens van 0 punten, waarbij we het BSA afschaffen, is ook niet de beste optie.

Je persoonlijke BSA kan aangepast worden als psychische problemen invloed hebben op je studieprestaties. Verder werkt het omlaag halen van de grens niet bij studenten die ook met een verlaging nog problemen hebben.

Hoeveel studenten zijn dan geholpen met dit hele ideetje? Slechts een fractie van de eerstejaars.

Makkelijk scoren

Dat is dus makkelijk scoren voor de minister, die direct een hoop waardering krijgt van studentenwoordvoerders. Maar ondertussen rolt het hoger onderwijs met haar ogen, want die BSA-grens dient wel een doel: onnodige studievertraging en bijbehorende kosten terugdringen.

De prestatiecultuur is berucht als oorzaak voor te veel stress, maar het mag best de norm zijn om bijna al je studiepunten in één keer te halen. Het giftige zit ‘m niet in hard werken en je studie serieus nemen. Het studentenleven is alleen weinig stressbestendig ingericht. Als je graag de stress onder eerstejaars wil aanpakken, doe dan iets aan de kamernood. Onvrijwillig heen-en-weerreizen, regelmatig hospiteren en huisjesmelkers zijn weinig rustgevend.

Nauwelijks te plannen

Maar opleidingen zelf hebben soms ook een recept voor stress. De roosters van mijn vakken zijn bijvoorbeeld vaak zo kort van tevoren bekend, dat er nauwelijks mee te plannen is.

Regelmatig bellen mijn medestudenten naar een collega op hun bijbaan. ‘Ik heb die middag tóch practicum, kan jij werken?’ Het is lastiger als er medische afspraken ingepland moeten worden. Wachtlijsten zijn het ergst: je mag hopen dat een overvolle agenda van een arts jou geen studievertraging gaat opleveren.

Mijn wetsvoorstel: minstens drie weken van tevoren een volledig rooster. Toegegeven, die drie heb ik niet netjes afgewogen, want ik heb geen keukenweegschaal.

Net als de minister.

11 September 2018