Nieuwe organisatie moet onderwijskwaliteit FSE redden

Nieuwe organisatie moet onderwijskwaliteit FSE redden

De inrichting van het onderwijs aan de bètafaculteit is een chaos. Een nieuwe organisatie moet dat oplossen. Maar de veranderingen zijn groot en worden wel heel snel ingevoerd, vindt de faculteitsraad.
11 februari om 14:19 uur.
Laatst gewijzigd op 12 februari 2020
om 9:02 uur.
februari 11 at 14:19 PM.
Last modified on februari 12, 2020
at 9:02 AM.

Christien Boomsma

Door Christien Boomsma

11 februari om 14:19 uur.
Laatst gewijzigd op 12 februari 2020
om 9:02 uur.
Christien Boomsma

By Christien Boomsma

februari 11 at 14:19 PM.
Last modified on februari 12, 2020
at 9:02 AM.

Het rapport van vorig jaar was niet mals. De kwaliteit van het onderwijs bij de Faculty of Science and Engineering was in gevaar. De werkdruk was torenhoog, het was onduidelijk wie er nou eigenlijk de baas was en hier en daar was de situatie zelfs ‘onwerkbaar’, stond in het rapport van een speciale commissie die de situatie onder de loep nam. Nu ligt er dan een plan dat daar verandering in moet brengen. Vorige week ging de faculteitsraad akkoord met de hoofdlijnen. 

Belangrijkste verandering is dat er straks één groot onderwijsinstituut komt – een samenvoeging van het huidige Education Support Centre (ESC), de undergraduate school (USSC) en een deel van de graduate school (GSSE), onder leiding van een onderwijsmanagementteam. Elk onderzoeksinstituut krijgt bovendien zijn eigen onderwijsdirecteur die zorgt voor de communicatie met de onderzoekers. 

Verder worden de 37 opleidingen binnen de faculteit in zes clusters ondergebracht. Dit moet ervoor zorgen dat de afstand die medewerkers uit de onderwijsorganisatie en die van de onderzoeksinstituten tot elkaar ervaren minder wordt. Een commissie van facultair onderwijsexperts gaat het faculteitsbestuur en het onderwijsmanagementteam adviseren. 

Overzichtelijker

‘Er moest iets veranderen’, zegt onderwijscoördinator Eva Teuling, die vanuit de faculteitsraad de operatie in de gaten houdt. ‘Het instellen van clusters en onderwijsdirecteuren wordt als een goede oplossing gezien. Het maakt alles wat kleiner en overzichtelijker.’ 

Een aparte graduate school gaat zich bezighouden met het PhD-programma en blijft buiten de onderwijsorganisatie staan. ‘Er zijn weinig raakvlakken tussen de masteropleidingen en de promotieopleiding’, staat in het plan. ‘Er is weinig reden om te denken dat dit zal veranderen.’ 

Hoewel Teuling in principe positief is over het plan, is ze kritisch over de haast waarmee het wordt ingevoerd. Al deze maand gaat een een implementatieteam aan de slag, zodat de organisatie al per september 2020 van start kan. ‘Veel mensen hadden het niet erg gevonden om het nog een jaar uit te stellen’, zegt ze. ‘Maar het bestuur wilde niet dat de staf nog een jaar in onzekerheid zou zitten over wat er ging gebeuren. Daar kun je van alles van vinden, maar oké.’

Werkdruk

Bovendien lost het plan een ander groot issue níet op: dat van de werkdruk. ‘Dat is een heel ander probleem’, vindt Teuling. ‘Mensen moeten nog altijd hetzelfde onderwijs in dezelfde tijd geven.’ Wel denkt ze dat de frustraties door onduidelijkheid in de organisatie kunnen verminderen.

Hoewel de faculteitsraad akkoord ging met de hoofdlijnen van het plan, kan er in de precieze uitvoering nog van alles veranderen. Zo wil het faculteitsbestuur onderzoeken of het mogelijk is om het aantal examencommissies terug te brengen. Er wordt gedacht aan één examencommissie per cluster, of zelfs één grote examencommissie met daaronder ‘kamers’ als vakinhoudelijke expertise vereist is. 

Daarover hield de raad zich nadrukkelijk op de vlakte. Als het faculteitsbestuur hier iets aan wil veranderen, moet het zich weer melden bij de de faculteitsraad. 

English

advertentie