Nederlands

Vind je het gek dat niemand Nederlands wil studeren als je op de middelbare school nog steeds wordt verplicht ‘Kaas’ van Willem Elsschot te lezen? Zo graaft een opleiding zijn eigen graf, vindt UKrant-columnist Gerrit Breeuwsma.
Door Gerrit Breeuwsma

‘De studie van de moedertaal verdient koestering’, kopte de NRC onlangs in een redactioneel commentaar. Aanleiding vormde de opheffing van de bacheloropleiding Nederlands aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Treurig natuurlijk, zeker als je bedenkt dat het elders niet veel beter gesteld is. Ook aan de RUG bevinden de letterenstudies zich al een tijdje in zwaar weer.

Wij kunnen er niks aan doen, verdedigde de decaan het besluit, want er is een gebrek aan belangstelling voor het Nederlands. Vind je het gek, denk ik dan, want als het Nederlands ergens gemarginaliseerd en geridiculiseerd wordt, is het wel aan de universiteit.

Wie in het Nederlands publiceert, zet zich academisch op een zijspoor. Bovendien dragen we voortdurend uit dat we in het onderwijs niet alleen best zónder het Nederlands kunnen, maar dat het in het Engels ook nog eens veel béter kan. Studenten, gevoelig als ze zijn voor ‘pomp and circumstances’, geloven dat graag, al was het maar omdat het gebruik van al die met de paplepel ingegoten Engelse frases, een handige manier is om oppervlakkigheid mee te maskeren.

Nederlandse studenten kiezen al regelmatig voor een Engelstalige opleiding, in de veronderstelling dat ze daar verder mee komen. De laatste tijd krijg ik ook steeds vaker in het Engels geschreven mails van Nederlandse studenten en collega’s. ‘Praat Nederlands met me’, schrijf ik (Gerry B.) dan rap terug, maar het is een achterhoedegevecht.

Op sombere dagen overweeg ik wel eens me aan het Openluchtmuseum Arnhem aan te bieden, waar ze me dan als ‘Nederlandstalige wetenschapper’ kunnen stallen tussen de ambachtelijke bakkerij en de schuur met oude landbouwwerktuigen.

De NRC waarschuwt in het redactioneel voor de afbraak van het Nederlandse literatuuronderwijs, een probleem dat niet aan de universiteit, maar al op de middelbare school begint. Lezen voor de lijst wordt als saai en nutteloos ervaren en kennelijk slagen de steeds schaarser wordende leraren Nederlands er niet in hun leerlingen van het tegendeel te overtuigen.

Uit een recente studie naar het leesgedrag van havo- en vwo-scholieren blijkt echter dat ruim 75 procent van de onderzochte leerlingen hun boeken voor de lijst wel degelijk lezen, soms zelfs met plezier. Zo wordt de roman De engelenmaker van Stefan Brijs hoog gewaardeerd. De befaamde novelle Kaas van Willem Elsschot daarentegen komt er slecht vanaf. Misschien handig om te weten?

Als ik op vrijdagmiddag in de boekhandel de nieuwe aanwinst romans doorneem, komen er twee jongemannen van een jaar of zeventien binnenstappen. Ze vallen meteen op, want hun soort is in de boekhandel over het algemeen slecht vertegenwoordigd.

Deze exemplaren waren kennelijk al eerder langs geweest, want ze kwamen een boek ruilen. Een roman van Arjen Lubach, zo hoorde ik, was door hun docent van het Praedinius niet goed gekeurd. Te licht, te makkelijk, geen literatuur? Ik weet het niet.

Nu kwamen ze de boekverkoopster melden dat ze iets anders moesten uitzoeken. Kaas, zei de ene puistenkop aarzelend, alsof hij het zelf ook gek vond om in een boekhandel naar een zuivelproduct te vragen. Elsschot, reageerde de boekverkoopster zonder aarzelen en spoedde zich naar de kast waar ze een exemplaar vond.

Toen ze met hun ingepakte buit de zaak weer verlieten, riep de verkoopsters de jongens een bemoedigend ‘sterkte’ toe, zoals een apotheker zou kunnen doen, nadat hij een klant met een bijkans ongeneeslijke aandoening met een tas vol medicatie de apotheek uit ziet lopen. Mogelijk had ze de studie naar het leesgedrag ook gelezen.

Ik keek het van een afstandje aan. Jongens waren het, maar aardige jongens, dacht ik, die volgend jaar wellicht gaan studeren.

Maar iets in me zei dat het hoogstwaarschijnlijk geen Nederlands wordt.

06 March 2019 | 9-3-2019, 21:10