Mónica López López is Nederlands beste promotiebegeleider

5 vragen aan Mónica López López, Supervisor of the Year

Universitair hoofddocent orthopedagogiek Mónica López López is uitgeroepen tot Supervisor of the Year door het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), dat haar een veelzijdige en inspirerende promotiebegeleider noemt. UKrant vroeg haar wat haar geheim is.
10 juni om 10:55 uur.
Laatst gewijzigd op 10 juni 2020
om 12:54 uur.
juni 10 at 10:55 AM.
Last modified on juni 10, 2020
at 12:54 PM.


Giulia Fabrizi

Door Giulia Fabrizi

10 juni om 10:55 uur.
Laatst gewijzigd op 10 juni 2020
om 12:54 uur.
Giulia Fabrizi

By Giulia Fabrizi

juni 10 at 10:55 AM.
Last modified on juni 10, 2020
at 12:54 PM.
Giulia Fabrizi

Giulia Fabrizi

Nieuwscoördinator
Volledig bio
News coordinator
Full bio

PNN is lovend over de manier waarop je promovendi helpt, niet alleen met het ontwikkelen van hun onderzoeksvaardigheden, maar ook met hun netwerk en andere relevante vaardigheden. Hoe doe je dat?

‘Tijdens mijn eigen promotietraject had ik veel baat bij internationale netwerken en contacten met geweldige onderzoekers uit de hele wereld. Daardoor kon ik internationale samenwerkingen aangaan, steun voor mijn projecten krijgen en uiteindelijk zelfs een baan in de academische wereld. 

Het is heel belangrijk dat je tijdens je promotietraject op netwerken kunt rekenen, want – nog afgezien van alle voor de hand liggende academische voordelen – levert het je ook veel sociale steun op tijdens de moeilijkste momenten van je traject. Ik wil dat mijn promovendi dezelfde steun en kansen hebben die ik ook had.

Ik bespreek netwerken met mijn team en met andere promovendi die me voor advies benaderen. Ik deel mijn vaardigheden, mijn ervaringen, ik leg uit waar ik fouten maakte, ik stel ze voor aan de onderzoeksgemeenschap, ik promoot hun werk bij mijn collega’s en houd ook ruimte voor mijn team in wetenschappelijke bijeenkomsten. 

Ik spoor mijn promovendi aan om symposia te organiseren en leiderschapsposities in te nemen bij internationale conferenties en soms vraag ik ze om samen met mij als keynote speaker op te treden. Ik spoor ze ook aan om hun ervaringen met anderen te delen en ik leer zelf erg veel van hun strategieën.’

PNN is ook lovend over de verscheidenheid die je in je begeleiding biedt. Hoe krijg je dat voor elkaar in de veeleisende academische omgeving? 

‘Ik denk dat ze bedoelen dat ik verschillende rollen aanneem, of dat ik geef om andere aspecten van mijn promovendi dan alleen hun wetenschappelijke productie. En laten we eerlijk zijn, het is ook moeilijk om daar voorbij te kijken, want het systeem is erg veeleisend, zoals je al zei. 

In deze stressvolle omstandigheden is het makkelijk om tunnelvisie te ontwikkelen: alleen de papers zien die gepubliceerd moeten worden en de deadline voor de verdediging in de gaten houden. Dat kan ertoe leiden dat we niet het hele verhaal achter een persoon zien, de obstakels die iemand beperken, de persoonlijke problemen die hun promotievoortgang beïnvloeden. 

Als je beter begrijpt wie ze zijn, wat hen motiveert, wat hun uitdagingen zijn en wat zij aan de wetenschap toevoegen, dan ben je als begeleider veel beter in staat om de hulp die je geeft aan hun unieke behoeftes aan te passen. En dat zorgt altijd voor betere onderzoeksresultaten.’

Mónica López López (midden met bril) tijdens de Women’s March in Groningen, begin maart.

Wat is de belangrijkste les die je hebt geleerd door promovendi te begeleiden?

‘Ik denk dat ik aan het begin wat terughoudender naar mijn team toe was over waar ik zelf mee worstelde en waar ik in heb gefaald. En ik denk dat dat een fout was. Het is belangrijk om onze promovendi te laten zien waar wij tegenaan lopen en waar het mis gaat. 

Als ze jou alleen maar subsidies zien krijgen en papers en andere prestaties zien vieren, zouden ze valse verwachtingen van het academische leven kunnen krijgen. En daardoor kunnen ze onzeker worden en het gevoel krijgen dat ze hier niet thuis horen, dat ze als wetenschapper door de mand gaan vallen. 

Daarom zorg ik er tegenwoordig voor dat ik ze vertel over mijn vele mislukkingen en fouten als wetenschapper. We praten en lachen erover, we erkennen dat het pijnlijk is en we motiveren elkaar om door te blijven werken.’

Wat is het belangrijkste advies dat je jouw promovendi geeft?

‘Ik zou zeggen, investeer tijd in het ontwikkelen van betekenisvolle relaties en het creëren van jouw academische gemeenschap. Vind collega’s die je zowel intellectueel als emotioneel zullen steunen en doe hetzelfde voor hen. Dat is niet alleen beter voor je geestelijke gezondheid, maar zo kunnen we onze instituten ook ten goede veranderen. 

Wees solidair binnen de wetenschap en doe beter je best om groepen te begrijpen die op bepaalde manieren onderdrukt worden. Het is belangrijk om er te zijn voor collega’s die het moeilijk hebben binnen het academische instituut. Vraag hen tactvol naar hun ervaringen, lees je in en onderwijs jezelf over kwesties van sociale gerechtigheid en gelijkheid. En wees er klaar voor om uit je comfort zone te stappen en om jouw macht en privilege aan te wenden om structurele veranderingen teweeg te brengen binnen de universiteit, zodat het een meer ethische en inclusieve plek wordt.’  

Je bent een graag geziene gast op lokale promovendidagen. Wat is de belangrijkste ontwikkeling die jij op dit moment ziet in het academische leven en hoe zou de academische gemeenschap hiervan moeten leren en profiteren?

‘Ik zie dat er geweldige dingen gebeuren op deze universiteit, dankzij promovendi die op formele en informele manieren samenwerken om het academische leven in positieve zin te veranderen. Ook veel medewerkers zetten zich hiervoor in. Ik zie dat er bijvoorbeeld veel gedaan wordt om aandacht te vragen voor problemen met geestelijk welzijn binnen de wetenschap. Dit was zelfs het belangrijkste onderwerp van de PhD Day 2019. 

Ik zie dat veel promovendi zich uitspreken tegen systematische problemen die vooral de groepen treffen die ondervertegenwoordigd zijn in de wetenschap. We beginnen eindelijk te praten over institutioneel seksisme, racisme en machtsverhoudingen. En langzaam maar zeker beginnen we als universiteit ook rekening te houden met LGBTQIA+-groepen, bijvoorbeeld door genderneutrale toiletten in te voeren. 

Dit soort gesprekken zijn belangrijk, maar het is wel eens moeilijk geweest om ze te voeren. Maar ik denk dat we nu klaar zijn om daadwerkelijk de daad bij het woord te voegen. Ik heb er vertrouwen in dat Gerry Wakker vanuit het nieuwe Diversity and Inclusion Office deze gesprekken in echte acties zal kunnen omzetten. Ik ben heel enthousiast over dit project.’

English