Universiteit
Katherine Stroebe samen met haar dochter

Vergeet het maar met die concentratie

Zés kids. En dan dus thuiswerken?

Vanuit huis een paper schrijven, promovendi begeleiden en ook nog eens online college geven? Probeer dat maar eens als je jonge kinderen hebt. ‘Ik doe de helft van wat ik normaal doe.’ 


René Hoogschagen

Door René Hoogschagen

21 april om 16:01 uur.
Laatst gewijzigd op 21 april 2020
om 16:12 uur.
René Hoogschagen

By René Hoogschagen

april 21 at 16:01 PM.
Last modified on april 21, 2020
at 16:12 PM.
René Hoogschagen

René Hoogschagen

Freelancejournalist
Volledig bio
Freelance journalist
Full bio

Brani Ćurčić-Blake ziet regelmatig een kind in beeld schuiven bij collega’s tijdens online meetings. Haar eigen kinderen doen dat ook. ‘Dat vindt iedereen normaal, ik heb veel collega’s met kinderen. Maar dat ze lekker hard kunnen doorwerken moet je niet verwachten.’

Jelte Olthof probeert zich erbij neer te leggen. Normaal zit hij vier van de vijf dagen op kantoor of in de collegezaal als docent American studies of bij het honours college, nu zit hij in een hoekje van zijn slaapkamer en scharrelen er ook een baby, een kleuter en een zesjarige door het huis. ‘Die houden zich natuurlijk niet netjes aan wanneer ik ‘aan’ sta voor werk.’

Het is gezellig, geeft hij toe, ‘maar ik krijg gewoon niet zoveel gedaan’. Hij krijgt alles mee wat er in huis gebeurt. Tijdens dit interview moet hij zelf ook zachtjes doen. ‘De jongste ligt nu te slapen.’ En, vraagt hij zich af, ‘waar kan ik straks om zeven uur college geven? Dat is echt spitsuur.’ Boven lukt niet, want de jongste gaat dan naar bed en de oudste is dan nog beneden.

Het gezin van Brani Ćurčić-Blake

Reuring

‘Ik ben normaal een heel geconcentreerde werker’, zegt universitair hoofddocent sociale psychologie Katherine Stroebe. ‘Ik heb al onder allerlei moeilijke omstandigheden kunnen werken.’ Maar nu lukt dat minder goed. ‘Er is gewoon reuring in huis. Dan hoor ik ze naar buiten gaan en denk ik: hebben ze wel zonnebrand op? Want ze zijn al twee dagen achter elkaar verbrand.’

Hebben de kinderen wel zonnebrand op? 

Vooral de eerste maand was zwaar, zegt Stroebe, wier man ook bij de RUG werkt als hoogleraar. ‘Het was erg rommelig. De avond ervoor spraken we af: dan heb jij een vergadering en pas ik een uurtje of twee op en daarna wisselen we en ga ik in vergadering. Echt heel onrustig. Dan heb je geen blokken werktijd.’

Een paper schrijven wilde al helemaal niet bij Stroebe. De concentratie miste simpelweg. ‘Die heb je met dit type baan wel nodig. Zeker als je iets wetenschappelijks aan het doen bent, dat vraagt hogere concentratie.’

Oppas

Een collega tipte haar om op vaste momenten te wisselen. Dat hielp al iets. Maar het grootste verschil kwam toen ze twee weken geleden een oppas inhuurden. Ze komt vier keer per week een halve dag. ‘Vaker is wel erg kostbaar.’ Ze gaat verder nergens heen, dus het is relatief veilig, zegt Stroebe. Het voelt voor haar beter dan de kinderen naar school te sturen.

Het onderwijswerk van Stroebe en haar man valt officieel onder de cruciale beroepen, dus de kinderen zouden naar school mogen. ‘Maar dat doe je toch niet zo snel. Er zijn kinderen die het dringender nodig hebben dan wij, en het gaat ook ten koste van het onderwijs van andere kinderen die online les krijgen. We moeten maar accepteren dat de productiviteit minder is.’

Halve kracht

‘Ik denk dat ik ongeveer de helft doe van wat ik normaal doe’, schat Olthof. En dat is op zich al hard werken. Want hij moet, zo goed en zo kwaad als dat gaat, allerlei lessen zien te hervormen. Dat vindt hij jammer. ‘Ik ben niet het onderwijs in gegaan om achter een computer mensen te vertellen hoe ze dingen moeten doen.’

Hij heeft het idee dat zijn faculteit en de universiteit ook wel beseffen dat de productiviteit lager is, maar of er van mensen met kleine kinderen ook concreet minder verwacht wordt, dat is hem niet duidelijk.

Olthof maakt zich meer zorgen om anderen. ‘Hoe zit het met mensen die alleenstaande ouder zijn en geen co-ouderschap hebben met hun ex? Van die mensen kun je al helemaal niet verwachten dat ze inzetbaar zijn.’

Onderzoek stilgelegd

Brani Ćurčić-Blake werkt als universitair docent bij het UMCG, haar man Graeme Blake bij FSE. Hij heeft dit blok veel onderwijswerk, vertelt ze. ‘Vooral die eerste twee weken heeft hij weinig slaap gehad. Nu zit hij tentamens na te kijken.’ Ze spiekt even. ‘Nee, zijn deur is dicht, ik stoor hem maar niet.’

Van alleenstaande ouders kun je niet verwachten dat ze inzetbaar zijn

Haar eigen onderzoek, in neurologie, gaat nu even niet door. ‘De deelnemers zijn vaak kwetsbare mensen, dus dat is meteen stilgelegd.’ Ze is daarom vooral met data-analyse bezig en ze begeleidt studenten en promovendi. 

Haar werkplek is een provisorisch gebeuren. ‘We hebben de boel wat gereorganiseerd. Ik zit nu in een heel klein rommelig kamertje te werken.’ Maar het is ze wel gelukt om iedereen in huis een eigen kamertje te geven om te werken.

Thuisonderwijs

Nicky van Foreest heeft dat niet. Hij heeft zes kinderen en wisselt van slaapkamer naar slaapkamer. ‘Als de tweeling beneden zit, kan ik op een van hun kamers werken. En als ze er weer bij moeten, dan zoek ik weer een ander plekje.’ Zijn vrouw doet intussen het thuisonderwijs voor de twee, die twaalf zijn.

Machteld, de dochter van Nicky van Foreest

Het hele gezin Van Foreest is thuisonderwijs wel gewend. Al sinds hun oudste, Nederlands schaakkampioen Jorden, nog klein was. Hij is inmiddels klaar met school. Het is vooral wennen voor de twee die wel voor een gewone middelbare school kozen. ‘Die denken: niet naar school? Dan zal het wel vakantie zijn. Het zijn ook pubers, hè – met alle lusten en lasten die daarbij horen.’

Maar ook dat komt weer op gang. ‘Ze moeten steeds videobellen met de leraar.’ En dan schuift de universitair hoofddocent economie weer een kamertje op. ‘Nee, dat is niet zo handig’, zegt Van Foreest. Hij zit liever op zijn kantoor in het Duisenberggebouw. ‘Waarom kan dat niet open? Daar kunnen we toch prima afstand van elkaar houden?’

Deadlines

Al zou de uni weer opengaan, dat is geen oplossing voor Ćurčić-Blake, Stroebe en Olthof. Want wie is er dan voor de kinderen? Totdat ook de scholen weer open gaan, moeten we gewoon accepteren dat de productiviteit lager is, zeggen ze alledrie.

Dan moet je maar in de avonden en weekenden doorgaan

Stroebes leidinggevende draagt die boodschap ook wel uit, zegt ze, dat er minder verwacht wordt. Maar de wetenschappelijke deadlines blijven vooralsnog staan. ‘Dat geeft wel druk. In mijn tak van wetenschap leeft het idee dat je dan maar in de avonden en weekenden door moet gaan.’

Olthof is daar minder bang voor. Hij vreest meer dat het online lesgeven een soort standaard gaat worden. ‘Omdat de interactie en wederzijdse inspiratie het vak voor mij echt leuk maken.’

Zorgen

Ćurčić-Blake redt het wel, voorlopig. Ze kan zelfs ook genieten van deze periode. ‘Ik voel me anders vaak schuldig dat ik niet thuis ben om voor mijn kinderen te zorgen. Dat is nu helemaal weg.’ 

Maar ze maakt zich zorgen om de gezondheid van haar ouders in het buitenland, en om de toekomst van haar kinderen. ‘Die horen naar school te gaan, te spelen en te sporten.’

Ook bij Stroebe vullen zorgen haar hoofd. ‘Dit is een unieke tijd. Bij andere situaties weet je enigszins hoe het gaat, er is een soort plan van aanpak. Hier hebben we geen idee. Ik kan niet voorspellen of ik in oktober naar het buitenland kan, of wanneer ik mijn ouders weer veilig kan omarmen.’

English