International

Student en fietskoerier

Wij bezorgen jouw pizza

Met ijzel en onweer; door regen, zonnestralen, hagel en sneeuw, rijden maaltijdkoeriers door de straten van Groningen om andermans honger te stillen.
Door Edward Szekeres / Vertaling Giulia Fabrizi / Foto’s Felipe Fonseca Silva

Een vroege-middagzonnestraal sluipt langs je gordijn en wekt je uit een diepe slaap. Je mond is droog; een vage herinnering aan het feestje van gisteravond omhult je als sigarettenrook; je katerige hersenen kunnen maar één gedachte produceren: honger. Je strompelt naar de keuken: geen eten, wat je even van je stuk brengt. Dan komen je half-lamme hersenen op dat altijd sluimerende idee: bestellen.

Iedereen heeft weleens eten besteld. Maar heb je je ook eens afgevraagd wat de verhalen zijn van die lachende mensen, vaak studenten, die zelfs door een sneeuwstorm naar je huis fietsen om je een pizza te brengen?

Dit zijn hun verhalen.

 

Oha (21)

Tweedejaars International Relations & International Organisations

‘Eerst droeg ik spijkerbroeken, maar dan werd ik altijd drijfnat. Dus nu zie ik eruit als een ski-leraar,’ zegt Oihana Jayo, wijzend naar haar waterdichte rode jas en zwarte regenbroek. Het is zaterdag en het miezert, maar ze lijkt het niet op te merken. Oha bezorgt sinds september voor de Groningse bezorgdienst FoodDrop.

Het duurde niet lang voordat de Spaanse studente gewend was aan het studentenleven en op zoek ging naar een bijbaan. Ze sloot zich aan bij FoodDrop, een dienst die gezonde maaltijden bezorgt in herkenbaar felrode tassen. ‘Ik vind dit werk leuk. Het past goed bij mijn studie- en tentamenrooster’, zegt ze.

FoodDrop promoot een cultuur van ‘gezonde bezorging’, daarom moet iedereen bij het bedrijf op zijn eigen fiets rijden. Oha vindt het niet erg om te fietsen, zolang het maar niet hoost van de regen – ‘dan is het verschrikkelijk’. In alle andere gevallen is het ‘net als naar de sportschool gaan, maar dan dat de sportschool je betaalt.’

Soms is haar werk meer een evenwichtsoefening dan een work-out. Ze moest eens zeventig smoothies bij een bedrijfsfeestje bezorgen, wat om meerdere zorgvuldige ritjes vroeg. Smoothies zijn het moeilijkst. Ondanks haar beste inspanning verschijnt Oha weleens met een rommeltje. Ze herinnert zich een rampbezorging; de klant accepteerde zwijgend zijn plakkerige, half-gemorste smoothie. ‘Ik voelde me een monster’, lacht ze.

Toch krabt ze zich ook wel eens op haar achterhoofd vanwege klanten – zoals die keer dat ze een puntje taart naar de andere kant van de stad moest brengen. Of bij de jongen die naakt opendeed. Oha wist niet wat ze moest zeggen. Hij was er nonchalant over.

Oha spreekt niet veel Nederlands, maar dat is normaal gesproken geen probleem. ‘Soms krijg ik die “leer Nederlands”-blik van klanten en blijven ze Nederlands praten’, zegt ze schouderophalend. ‘Maar meestal zijn mensen erg aardig.’

Alessandro (23)

Master in Energy and Environmental Sciences

De Italiaanse student Alessandro Zanchetta wacht in de rij van de McDonald’s op frietjes en burgers die hij nooit zal opeten. De voormalige voetballer en muzikant meldde zich bij Uber Eats aan toen het bedrijf in oktober naar Groningen uitbreidde. Met zijn groene bezorgtas aan zijn voeten checkt hij zijn Uber bezorgapp. Het programma heeft veel weg van Pokémon GO.

Het bedrijf heeft geen kantoor in de stad. ‘Soms voelt het alsof ik voor iemand werk die niet bestaat’, zegt Alessandro. Hij en zijn collega’s gebruiken McDonald’s als thuisbasis. ‘Aangezien we alleen hier vandaan bezorgen, is dit de beste plek,’ legt hij uit.

Omdat maaltijdbezorgers allemaal freelance werken, behandelt Uber ze niet als medewerkers. Om iemand van het bedrijf aan de telefoon te krijgen, moeten koeriers vaak doen alsof er iets mis is met een bezorging. Maar Alessandro geniet van de vrijheid en de flexibiliteit die bij de baan hoort. Hij wordt per bestelling betaald, dus hij besluit zelf hoeveel uur per week hij wil werken. Hij noemt het een ‘goksysteem’, waarin bezorgers hun tijd inzetten op geld van het bedrijf. ‘Tot zover zet ik aardig goed in’, zegt hij.

Eten bezorgen doet hij al een tijdje. In Italië reed hij voor een pizzeria rond op een scooter. ‘Als Italiaan is geld altijd al een probleem geweest’, vertelt hij me, terwijl we geduldig bij een klant voor de deur wachten. Hij is verbaasd wanneer hij fooi krijgt. ‘Dit is best ongebruikelijk!’ Hij juicht nog maar net als zijn telefoon afgaat voor een nieuwe bestelling. Hij stapt op zijn doorleefde fiets en klettert ervandoor, zich haastend om het meeste uit Ubers uitgebreide bonus- en promotiesysteem te halen.

Weekenden zijn het drukst. ‘Het is vermakelijk wanneer een zombie met een kater je bij de deur groet met een “thanks, man”’, zegt Alessandro.

Dávid (21)

Tweedejaars Economics and Business Economics

‘Klaar voor chaos?’ schreeuwt een in oranje geklede Thuisbezorgd-koerier terwijl hij op zijn e-bike springt. Naast hem staat de Hongaarse student Dávid Posza, die ook is uitgedost in een grote oranje jas, dikke zwarte broek en een oranje muts. Als hij in zijn werkkleding buiten loopt, vertelt hij, wordt hij zo vaak aangestaard dat hij voor hetzelfde geld een UFO had kunnen zijn.

Hij toont me de Thuisbezorgd-app. Die zorgt voor alles: gedetailleerde roosters, statusupdates, communicatie met de opdrachtgevers en andere bezorgers. Het bedrijf is een goed geoliede machine.

Op zondag, als het op z’n drukst is, bezorgt Dávid gemiddeld vijftien bestellingen. De meeste mensen bestellen in het weekend, maar maandagen zijn doods. Mensen beginnen de week waarschijnlijk wel met ‘voornemens om te koken’, mijmert hij. Gelukkig voor hem zijn ze tegen de tijd dat het vrijdagavond is, minder vastbesloten.

Thuisbezorgd heeft vaak tientallen koeriers tegelijk aan het werk. De opdrachtgevers in Enschede moeten bovenop de coördinatie en communicatie zitten. ‘Zij zijn de echte helden van deze onderneming’, zegt Dávid.

Op hun elektrische fietsen vallen Thuisbezorgd-koeriers op tussen de bezorgmeute. Zelfs als het druk is, ‘is het eerder mentaal vermoeiend dan fysiek. Een goede kop koffie is voldoende om weer aan de slag te gaan.’

‘Dat zijn de tegenstanders!’ grapt Dávid als we langs een paar concurrerende bezorgers zoeven. Hij zwaait naar een collega langs de weg en zit rustig op het zadel van zijn vrolijk zoemende fiets. ‘Ik houd echt van dit werk. Het is een fijne gemeenschap waarin iedereen heel behulpzaam is. Ze helpen je met het indelen van de tijd, zodat je voldoende overhoudt om op je studie te focussen.’

Dávid wil uiteindelijk naar de VS of Australië verhuizen om in ‘big data analyse’ te werken. Elke cent die hij in Groningen verdient, helpt hem dichterbij zijn doel te komen. Helaas’, zegt hij, ‘krijgen we niet veel fooi. Ik schat zo’n twee euro per tien klusjes.’

De meeste fooi geven mensen aan het begin van de maand, wanneer ze net zijn uitbetaald. Soms zijn klanten op andere manieren vrijgevig. ‘Een nacht sneeuwde het en moest ik mijn dienst verlengen voor een late bezorging. Toen ik na een uur door de straten te hebben geploeterd eindelijk bij de klant aankwam, bood hij me wat van zijn eten aan’, zegt Dávid. Hij sloeg het aanbod af.

‘Veel succes en doe voorzichtig’, zegt de medewerker van Burger King, terwijl hij Dávid een met vet doordrenkte zak aangeeft. En daar gaat hij weer – een fietstocht dichterbij zijn Amerikaanse droom.

English