Onderzoek

Angsten overwinnen in de Durfpoli

Wennen aan een vogelspin


In de Durfpoli confronteert Rachel de Jong kinderen met hun angst tot ze niet meer bang zijn. ‘Als je je angst blijft vermijden, kom je er nooit overheen.’
Door Tamara Uildriks / Foto’s Luís Felipe Fonseca Silva

 

Peter

Rachel de Jong haalt een harige vogelspin uit een kleine kartonnen doos. ‘Dit is Peter’, zegt ze en beweegt Peter over de tafel in mijn richting. ‘Hij is vernoemd naar het hoofd van onze afdeling.’ Ze glimlacht. ‘Je kunt hem komen opzoeken als je hem mist. Normaal woont hij in mijn kantoor in het Heymansgebouw.’

De psychologe is helemaal gewend aan haar achtpotige huisdier, ‘Ik was nooit bang voor Peter, sowieso ben ik niet bang voor dieren uit onze polikliniek. Alleen wespen een beetje, die vind ik niet fijn om mee te werken.’

De Jong doet een PhD in klinische psychologie, en zette voor haar onderzoek de Durfpoli op. Samen met cognitieve gedragstherapeuten helpt ze nu kinderen en jongeren over hun angsten heen te komen. ‘Er is tot nu toe vooral onderzoek naar angst bij volwassenen. Wij willen onderzoeken hoe het behandelen van angst verbeterd kan worden bij kinderen.’

De kliniek opende haar deuren in de zomer van 2017. ‘We zochten voor ons onderzoek nog een manier om kinderen en jongeren te bereiken.’ Samen met jeugdinstelling Accare zetten de onderzoekers een kliniek op waar de kinderen gratis een paar sessies kunnen ondergaan. Ook in Leeuwarden en Drachten heeft Accare intussen durfpoli’s geopend.

‘Sommigen komen helemaal uit Almere naar onze kliniek. We worden de eersten die gespecialiseerd zijn in angsttherapie, dus ze hebben hoge verwachtingen.’

Voorbeelden

Als kinderen ouder worden, komen angstproblemen vaker voor. Zo’n tien procent van kinderen van dertien jaar en ouder heeft een angststoornis, iets wat ze erg in de weg kan zitten in hun dagelijks leven. ‘De angst die we hier het vaakst tegenkomen is voor honden. Kinderen die bang zijn voor honden willen niet meer bij vriendjes spelen die een hond hebben en zijn bang op het schoolplein, waar honden soms loslopen.’

De kliniek behandelt een lange lijst aan verschillende angsten. De lijst staat vol dieren, maar er staan ook roltrappen, mensen met amputaties en harde geluiden op. De Jong vindt de aparte angsten het interessantst. ‘Laatst was iemand bang voor fruit. Ik vind het lastig voor te stellen waarom je daar bang voor bent, dus het is interessant om te horen waarop die angst gebaseerd is.’

Inhibitory learning

De therapie is gebaseerd op de inhibitory learning-theorie. ‘Deze theorie stelt dat angst te maken heeft met een associatie in je hoofd, je ziet een hond en associeert het met gebeten worden. Je kunt deze connectie veranderen door te leren dat de associatie verkeerd is: je aait een hond en merkt dat deze niet bijt.’

Veel oefenen is hierbij belangrijk, ‘Door herhaling wordt de connectie van hond met niet bijten sterker en onderdrukt die uiteindelijk de oude connectie.’

Zo wordt elk kind behandeld met precies waar hij bang voor is. ‘Een kind dat bang is voor het donker vragen we ’s nachts zijn nachtlampje uit te doen, of om vijf minuten in het donker op de wc te zitten.’

Onderzoek

Tijdens de behandeling verzamelen de specialisten data voor hun onderzoek. ‘We willen weten of het een verschil maakt of de therapie hier wordt uitgevoerd, of thuis met of zonder hulp van ouders,’ vertelt De Jong.

Bij jongeren doen ze een apart onderzoek, ‘we kijken of het een verschil maakt of je in kleine stapjes naar je doel gaat, of juist met grote sprongen. Het kan afschrikken als je te snel gaat, of het werkt juist en dan bespaart het tijd.’

In ieder geval nemen de therapeuten de tijd wanneer dat nodig is. ‘De sessies kunnen best zwaar zijn voor de kinderen. Opeens moeten ze veel denken, praten en oefenen met het enge ding dat ze normaal juist proberen te vermijden.’

Resultaat

De Jong ziet een duidelijk verschil tussen kinderen voor en na de behandeling. ‘Het merendeel heeft minder angst, wat ze een stuk gelukkiger maakt. Ze zijn zorgelozer, omdat ze nu niet meer rekening hoeven te houden met hun angst, en dit allemaal in een paar weken.’

Toch is het lastig het positieve resultaat te behouden. ‘Zo’n zestig procent is na de therapie van zijn angst af, maar een deel daarvan valt toch weer terug. Daarom proberen we de sessies te verbeteren. Kinderen hebben daar hun hele leven profijt van.’

Spinnenangst

Met het negeren van angst kom je er nooit overheen. Zo helpt het niet dat ik de spin in de hoek van mijn kamer vermijd en hoop dat hij vanzelf weer verhuist. Precies daarom ben ik vandaag in de Durfpoli met vogelspin Peter.

Voordat De Jong de vogelspin erbij haalt, wil ze eerst meer weten over mijn angst. Ik weet natuurlijk dat mijn angst voor spinnen irrationeel is, ‘De spin is banger voor jou dan jij voor hem’, denk ik vaak. Toch blijf ik ze vies en eng vinden.

Ik ben bang dat ze op me lopen of in mijn haar komen, schrijf ik op in het Durfpoli-werkboek. Ik gok de kans dat dat gebeurt op veertig procent; gering. Maar hoe erg dat zou zijn geef ik een acht.

Samen stellen we mijn stappenplan op, van rondlopen met Peter in een potje, naar Peter op mijn hand. Ondertussen vertelt De Jong meer over de vogelspin, ‘hij eet normaal krekels, hij ziet jou alleen maar als een soort plant of tak.’

De Jong’s ontspannenheid rondom Peter slaat op mij over, en zo loop ik na een halfuur ook met Peter op mijn hand door de kamer. Doel van de dag gehaald! De volgende stap is die spin uit mijn kamer zetten.

English