Studenten

Twee meningen over studiestress - als die bestaat

Piept de student te snel?

Studenten lijken massaal te bezwijken onder de verfoeide en torenhoge prestatiedruk. Klopt dat? Heerst er meer leed dan een decennium geleden? Of piept de student anno 2018 gewoon te snel?
Door Thereza Langeler / Beeld René Lapoutre

Wat is er aan de hand met de student anno 2018? Veel, als we allerlei onderzoeken moeten geloven. Negentig procent gebruikt alcohol op een problematisch niveau. Twee derde is eigenlijk nooit níét gestrest. Bijna een op de vijf overweegt suïcide.

Zorgverleners die zich in studenten specialiseren, zien hun wachtlijsten langer en langer worden. Studentenbelangenbehartigers roepen de universiteit en de overheid op om iets te doen aan de torenhoge werk- en prestatiedruk.

Opiniemakers van boven de dertig betogen regelmatig dat de huidige generatie jongeren – de millennials, geboren tussen ruwweg 1985 en 2000 – bestaat uit slapjanussen. Dat ze in hun kindertijd alles cadeau kregen, omdat ze hun papa’s en mama’s bijzondere prinsjes en prinsesjes waren, en dat ze daarom en masse de nuchtere Hollandse realiteit van hard werken niet aankunnen. Kortom, dat al dat geklaag over te hoge druk maar overdreven is.

(Mocht je dat geluid gemist hebben: een goed beeld krijg je van de bloemlezing Ze drinken cappuccino zo verwend op Tumblr.)

Hoe zit het nu? Hebben de studentpsychologen en de belangenbehartigers gelijk, of de opiniemakers van boven de dertig? Of schieten ze juist allebei te ver door en ligt de waarheid ergens in het midden?

UKrant sprak twee experts die dieper ingaan op wat er aan de hand is. Allebei vinden ze het belangrijk om dieper te kijken dan de alarmerende krantenkoppen en de persoonlijke meningen. Maar hun conclusies verschillen als dag en nacht.

Toske Andreoli (28) – sociaal filosoof, afgestudeerd aan de RUG op disfunctioneren bij studenten

‘Studenten krijgen steeds maar weer de boodschap: dat deze omstandigheden jou te veel worden is jouw schuld.’

persoon 1

Toske Andreoli

‘Je moet voor de grap eens naar de websites van een paar universiteiten gaan en zoeken op ‘psychische problemen’. Dan krijg je cursussen mindfulness, timemanagement, ‘Lekker in je vel’, omgaan met faalangst, meer zelfvertrouwen, noem het maar op. Onlangs verscheen er nog een bericht op My University: “Heb je last van stress? Zoek hulp!” De boodschap is steeds: het ligt aan jou, jij moet er iets aan doen.

Dat stoort me. Ik zie overal om me heen leeftijdsgenoten worstelen met wat er allemaal van hen verwacht wordt. Die worsteling wordt in het huidige beleid als een individueel, persoonlijk probleem gezien – maar dat lijkt me niet terecht. Er kunnen niet toevallig ineens veel meer individuen met persoonlijke problemen zijn.

Die worsteling wordt als een individueel, persoonlijk probleem gezien – dat lijkt me niet terecht

Mijn afstudeeronderzoek vertrekt vanuit de gedachte dat psychische klachten niet zomaar in een vacuüm ontstaan; de omgeving heeft er invloed op. Daarom heb ik de omgeving van de student onderzocht: de universiteit. Hoe ziet die er eigenlijk uit?

Anoniem en vrijblijvend, dat ten eerste. Er is geen onderlinge betrokkenheid, geen ritme, geen discipline. Ja, er zijn wel eisen, maar die zijn puur gericht op resultaat, ze faciliteren je niet in je studie. Mis je bijvoorbeeld voortdurend een college, dan wordt dat geregistreerd: je hebt niet aan je aanwezigheidsplicht voldaan, dus je haalt je vak niet. Maar niemand vraagt je waar je eigenlijk blijft en waarom je er niet bent.

Iedereen moet ‘excellent’ zijn. Als je met minder ook wel tevreden bent, dan werk je niet hard genoeg

Tegelijkertijd, en dit geldt voor de hele samenleving, zie je dat perfectionisme en ambitie worden aangemoedigd. Iedereen moet ‘excellent’ zijn. Als je met minder ook wel tevreden bent, dan werk je niet hard genoeg.

Daar doen jullie als krant ook aan mee, trouwens. Vorig jaar stond er een serie op UKrant over studenten met een eigen onderneming. Die verhalen heetten ‘Net zoals Bill Gates’ of ‘Net zoals Steve Jobs’. Oh, denk je dan, de lat ligt dus helemaal dáár. Het is die combinatie van vrijblijvendheid en hameren op excellentie waar studenten over struikelen.

Bij de studenten in mijn omgeving nam dat struikelen ruwweg twee vormen aan. Mensen werden óf ongelooflijk ambitieus, combineerden hun studie met bijbanen, verenigingen, cursussen, buitenlandstages en wat al niet meer, net zo lang tot het niet meer ging. Of ze raakten verlamd door angst om het niet goed te doen, voelden zich vervolgens schuldig over hun gebrek aan daadkracht, en trokken zich helemaal terug.

Het is die combinatie van vrijblijvendheid en hameren op excellentie waar studenten over struikelen

Hoe nieuw dat is? Worstelende twintigers zijn van alle tijden, denk ik. Maar vroeger kenden docenten hun studenten bij naam, je kreeg meer tijd en meer ruimte.

Ik begon met studeren in 2008 en ik zag de maatregelen een voor een komen. Eerst was er instellingscollegegeld, waardoor een tweede studie veel duurder werd. Daar stond iedereen al behoorlijk van te kijken. Toen kwamen er prestatieafspraken en een bindend studieadvies. Toen verzon Halbe Zijlstra de langstudeerboete; daar schrok ik pas echt van.

Wanneer is ‘langstudeerder’ een vies woord geworden? En waarom?

Ik was zelf zo’n langstudeerder. Ik begon met psychologie, haalde goeie resultaten, maar na een jaar dacht ik: dit is niets voor mij, ik ga wat anders doen. Het kwam nooit bij me op om die stap als falen te zien, of iets om me schuldig over te voelen. Maar toen ging het ineens over een boete voor langstuderen. Wanneer is ‘langstudeerder’ een vies woord geworden? En waarom?

Het lijkt erop dat studenten tegenwoordig gezien worden als uitkeringstrekkers. Ze kosten de overheid maar geld, ze dragen niets bij, dus moeten ze zo snel mogelijk door die opleiding heen en de arbeidsmarkt op. Zo komt de maatschappelijke taak van de universiteit in gevaar, vind ik, en daar mag de universiteit best tegen protesteren. Universiteitsbestuurders zeggen maar al te graag: ‘Tja, dat komt van Den Haag’, alsof dat het einde van alle discussie is.

Kom eens op voor je studenten! Laat Den Haag je tanden zien! Maak duidelijk dat er veel meer onderwijzend personeel nodig is, meer contacturen, sociale controle. Dat werkt vele malen beter dan een BSA, of faalangstcursussen bij de studentpsycholoog.

Bewustwordingscampagnes voor psychische klachten zijn niet zo onschuldig

Begrijp me niet verkeerd, ik ben blij dat er studentpsychologen zijn en dat ze gevonden worden. Maar bewust­wordings­campagnes voor psychische klachten zijn niet zo onschuldig. Ze sporen mensen aan zich te laten behandelen als ze niet altijd productief, vrolijk en energiek zijn.

Zo krijgen studenten dus steeds maar weer de boodschap: dat deze omstandigheden jou te veel worden is jouw schuld, niet die van de omstandigheden. En dat vind ik stuitend. Iedere andere beroepsgroep zou bij zo’n behandeling in staking gaan.’

persoon 2

Peter van der Velden

‘Stel, jij wilt ergens de aandacht op vestigen. Maakt niet uit waar het over gaat. Als je dan zegt: Dit of dat neemt toe, of is erger dan we dachten – dan worden de media wakker. Zeg je: Het is al jaren stabiel – dan kom je niet in de krant.

Het is een heel bekend patroon en ik zie het nu gebeuren rondom studenten en psychische moeilijkheden. Studentenbonden, partijen, studentenpsychologen en -huisartsen roepen allemaal om het hardst dat het steeds slechter gesteld is met de geestelijke gezondheid van studenten – en de media duiken er bovenop. Zodra journalisten horen dat iets erger wordt, denken ze niet meer na, lijkt het wel.

Voor de goede orde: er komen absoluut psychische problemen voor bij studenten. Soms zelfs heel ernstige. Dat zie je in iedere groep, het zou heel vreemd zijn als het voor studenten niet zo was. Maar het geluid dat je nu overal hoort, dat de problemen zouden toenemen, daar vind ik geen enkel bewijs voor.

Stoornissen blijken bij studenten niet méér voor te komen dan bij leeftijdsgenoten

Er is een groot onderzoek uit 2016, een verzameling van epidemiologische studies van over de hele wereld. Daarin is echt gekeken naar psychische stoornissen, angsten, depressies, noem het maar op. Die blijken bij studenten niet méér voor te komen dan bij leeftijdsgenoten die niet studeren.

Zelf heb ik gegevens geanalyseerd van een groot Nederlands panel, het LISS-panel (Langlopende Internet Studies voor de Sociale wetenschappen, red.). Daar zitten 7500 mensen in die samen een representatieve steekproef vormen van de bevolking. Wij hebben voor drie verschillende momenten – 2007, 2012 en 2017 – de gezondheidsgegevens erbij gepakt van mensen tussen de 19 en 24 jaar. Zijn ze vermoeid, ervaren ze psychische problemen, bezoeken ze een therapeut, enzovoort.

En wat zien we in die tien jaar tijd? Geen verschil

En wat zien we in die tien jaar tijd? Geen verschil. In 2007 maakte zo’n 30 procent melding van psychische problemen, in 2012 ook, in 2017 ook. Zo’n 35 procent voelt zich in 2007 vaak vermoeid; da’s in 2012 en 2017 precies hetzelfde. Mensen die in behandeling zijn: 11 procent in 2007, 11 procent in 2012, 11 procent in 2017.

Ik wil zeker niet ontkennen dat studentpsychologen nu meer mensen behandelen. Maar veel publiekscampagnes zijn er ook op gericht om mensen die met problemen zitten, aan de therapie te krijgen.

Als er bij de politie meer aangiftes binnenkomen, zegt dat niet dat er meer criminaliteit is

Momenteel loopt er volgens mij eentje over depressie: ‘Praat erover’. Dus dan moet je er niet van schrikken dat er meer mensen naar de studentpsycholoog gaan. Als de politie meldt dat er steeds meer aangiftes worden gedaan, kun je daaruit ook niet concluderen dat er meer criminaliteit is. Hooguit dat de rapportage toeneemt.

Of studenten nu meer onder druk staan dan eerder, dat is een andere kwestie. Ja, de studiefinanciering is weggevallen, je moet sneller afstuderen, de omstandigheden zijn anders dan tien jaar geleden. De vraag is of dat zich gelijk vertaalt in het aantal mensen met ernstige psychische problemen.

Want vermoeid zijn omdat je te hard werkt, of een depressie ontwikkelen omdat je te hard werkt, dat zijn twee verschillende categorieën. Een depressie is een ontzettend nare ziekte. Het druk hebben, zelfs het té druk hebben, is echt niet hetzelfde als psychisch leed.

Ik vroeg: Hoeveel uur per week ben jij bezig met je studie? Niemand zat boven de veertig

Misschien is de werkdruk nu wel echt hoger. Maar dat is toch niet direct een probleem? Misschien was de druk hiervoor wel extreem laag. Als mijn studenten verzuchtten dat ze zoveel moesten doen, vroeg ik ze wel eens: Hoeveel uur ben jij per week echt met je studie bezig? Ik denk dat ik die vraag aan een paar honderd studenten gesteld heb, alles bij elkaar. Niemand zat boven de veertig uur.

Dan is er nog de aanname dat studenten náást hun studie allerlei spannende dingen zouden moeten doen, want dat willen werkgevers op het CV zien. Is dat zo? Iedereen doet er aan mee, maar klópt het?

Als ik op een CV zie dat iemand de hele wereld heeft rondgereisd en in allerlei commissies heeft gezeten, maar op de cijferlijst is alles maar net voldoende, dan ben ik niet onder de indruk. Het is een beetje de gekte van deze tijd: we dénken dat we van alles moeten, allemaal groter, meer en beter. De vraag is of we elkaar niet vooral ophitsen.

Dat mis ik een beetje in alle krantenkoppen over dit onderwerp. Dat we ons afvragen: Wat zien we hier nu eigenlijk gebeuren, en komt het wel echt door de studie, of spelen er heel andere mechanismen? En is het wel echt aan de universiteit om het allemaal op te lossen?

English