Studenten

Bindend studieadvies moet maatwerk worden

Weg met die tikkende tijdbom

Nu Tweede Kamer én de onderwijsminister zich ertegen hebben gekeerd, lijkt het bindend studieadvies in de huidige vorm zijn langste tijd gehad te hebben. Maar wat is het alternatief? ‘Opleidingen kunnen ophouden zich te fixeren op het aantal punten.’
11 november om 9:49 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:16 uur.
november 11 at 9:49 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:16 PM.


Sara Rommes

Door Sara Rommes

11 november om 9:49 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:16 uur.
Sara Rommes

By Sara Rommes

november 11 at 9:49 AM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:16 PM.
Sara Rommes

Sara Rommes

Student-redacteur
Volledig bio
Student editor
Full bio

Voor een positief studieadvies moest Floris (21) zestig punten halen in het eerste jaar van liberal arts and sciences aan het University College Groningen. Dat werden er vijftig. Hij weet nog goed dat hem werd verteld dat hij de studie moest verlaten. ‘Dat kwam hard aan, want ik dacht lange tijd dat het wel goed zou komen.’

Een jaar later probeerde hij het opnieuw met rechten. Ditmaal moest hij 45 punten halen. ‘Ik voelde de druk en als het even tegenzat kreeg ik allerlei doemscenario’s in mijn hoofd.’ Weer kwam Floris niet aan het vereiste aantal punten en moest hij met zijn opleiding stoppen.

Als het tegenzat kreeg ik allerlei doemscenario’s in mijn hoofd

Het is de realiteit voor iedere eerstejaarsstudent: je moet een verplicht aantal punten halen – meestal 45 – om door te mogen naar het tweede jaar. Red je dat niet, dan moet je elders je geluk beproeven.

Het bindend studieadvies (bsa) werd in 1993 ingevoerd, met als doel studenten sneller te laten afstuderen en ongeschikte studenten te kunnen verwijderen van de studie. Hogescholen en universiteiten mochten zelf bepalen of ze het bsa invoerden en hoe dat er precies uit zou komen te zien. De RUG heeft pas sinds 2010 een bsa. 

Eigen verantwoordelijkheid

De Tweede Kamer en onderwijsminister Ingrid van Engelshoven willen nu echter van het bsa af. Ze vinden dat de druk op de studenten te hoog wordt, dat het studenten ervan weerhoudt om activiteiten buiten de studie te ondernemen en dat het afbreuk doet aan de eigen verantwoordelijkheid van de student.

Voor de Groninger Studentenbond (GSb) is dit reden voor een feestje. ‘Wij zien het vrij simpel’, zegt voorzitter Marinus Jongman. ‘Het bsa heeft een doel en dat haalt het niet.’ Jongman doelt op een onderzoek uit 2018, dat laat zien dat veel studenten na een negatief bsa dezelfde opleiding op een andere universiteit gaan volgen. ‘En dat terwijl het doel is om studenten op de juiste plek te krijgen.’

De GSb strijdt al jaren tegen het bsa, om precies de redenen die de Kamer nu aanvoert. Het is een kinderachtige maatregel, vindt de bond, die onnodig belastend is voor eerstejaars. ‘Je zit in een nieuwe omgeving en hebt te maken met allerlei nieuwe indrukken’, zegt Jongman. ‘Dan kan je die extra druk er echt niet bij gebruiken.’

Verkeerd signaal

Mirjam Nederveen, studieadviseur van wiskunde en technische wiskunde, merkt ook dat veel beginnende studenten stress ervaren door het bsa. ‘Ik zou graag willen dat ik kon adviseren: doe wat minder vakken dit blok, zodat je de druk wat minder voelt. Maar met het bsa in het achterhoofd kun je dat gewoon niet doen.’ 

Gaat het erom dat je je diploma snel haalt of dat je je ontwikkelt?

Ze vindt dat het bsa een verkeerd signaal afgeeft, omdat het studenten dwingt om zo snel mogelijk het eerste jaar te halen. ‘Ik denk dat we ons moeten afvragen: waar draait studeren nu eigenlijk om?’ zegt ze. ‘Is dat het zo snel mogelijk behalen van je diploma of is het de ontwikkeling die je doormaakt tijdens je studie?’ 

Maar de RUG voerde het bsa niet zomaar in: het had steun vanuit de opleidingen en de studentenpartijen. Studieadviseur en docent Engels Hans Jansen vindt het bsa nog altijd fantastisch. ‘Vroeger was het onmogelijk om studenten weg te sturen die de studie niet aankonden’, legt hij uit. ‘Terwijl je soms duidelijk zag dat het aan inzicht en aanleg ontbrak.’

Reacties uit het hoger onderwijs

Ook aan andere universiteiten en hogescholen houdt de mogelijke afschaffing van het bsa de gemoederen bezig. Karen Maex, rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, zegt in Folia dat ze vraagtekens zet bij de ideeën van de Tweede Kamer. Carel Stolker, rector magnificus van Universiteit Leiden, liet op Twitter weten dat hij vindt dat de Tweede Kamer kiest voor ‘langstudeerders, worstelende studenten en meer werkdruk’. RUG-rector Cisca Wijmenga deelde dit bericht.

Gert Jan Geling, docent aan de Haagse Hogeschool, schreef een opiniestuk in Trouw waarin hij beargumenteert dat het afschaffen van het bsa een slecht idee is. VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg en Carel Stolker deelden het artikel op Twitter. Stolker schreef ook nog dat het bsa nooit mag worden afgeschaft zonder ‘grondig onderzoek’ en het ‘betrekken van docenten’.

Het bsa geeft de universiteit de mogelijkheid om in te grijpen. ‘Hierdoor verspillen dit soort studenten niet eindeloos tijd aan een opleiding waarvoor ze toch niet geschikt zijn’, zegt Jansen. ‘Het bsa gaat over de ongeschikte student die niet doorheeft dat hij ongeschikt is. Dat groepje eist veel tijd en personeel.’  

Redelijke grenzen

Jaap Dijkstra, directeur onderwijs van rechtsgeleerdheid, beaamt dat. ‘Het bsa is een middel om te kijken of mensen de opleiding aankunnen. Als je dat goed voor ogen houdt, dan is het goed voor de kwaliteit van de opleiding en voor de studenten zelf’, zegt hij. Van studenten mag je verwachten dat ze in het eerste jaar aan een bepaalde norm voldoen. Maar, meent hij, ‘de eisen die je stelt moeten natuurlijk wel binnen redelijke grenzen blijven’. 

Volgens Hidde de Haas, studieadviseur bij letteren, denken studenten dankzij het bsa beter na over hun studiekeuze. ‘En we hebben veel meer inzicht in wie de studenten zijn en kunnen ze beter begeleiden’, zegt hij. 

Bijzondere omstandigheden

Het bsa werkt dus misschien goed om luie of ongeschikte studenten uit de populatie te filteren, maar voor studenten met bijzondere omstandigheden ligt het ingewikkelder. Saskia Peters, voorzitter van de bsa-commissie van rechtsgeleerdheid, beoordeelt dossiers van studenten die de norm niet gaan halen en daarvoor een goede reden zeggen te hebben. Van de 830 eerstejaars die rechten in het studiejaar 2018-2019 telde, belandden er honderd zaken op haar bureau. ‘We proberen te beoordelen: is de student geschikt voor deze opleiding? Je moet dan met vastgestelde criteria inschatten of een student binnen een bepaalde termijn de opleiding kan afronden. Maar dat is lang niet altijd zwart-wit en geen gemakkelijke taak.’

We moeten de nadelen weghalen, niet de hele bsa afschaffen

Ze vindt de discussie dan ook lastig. ‘Voor sommige studenten is het bsa goed’, zegt ze. ‘Het is soms gewoon het beste om duidelijk te zeggen dat iemand niet geschikt is, in plaats van diegene jaren door te laten modderen. Je wilt geen zachte heelmeester zijn. Dan maak je uiteindelijk ook stinkende wonden.’

Aan de andere kant, zegt ze: ‘De financiële druk en prestatiedruk op studenten is toegenomen. En het is denk ik duidelijk dat het bsa hier een extra stressfactor in kan zijn.’ 

Dat moet ook De Haas toegeven. Studenten ervaren veel stress en hebben in het begin moeite zich aan te passen, zegt hij. ‘Maar volgens mij moeten we met z’n allen bedenken over hoe we die nadelen weghalen,’ zegt hij, ‘en niet meteen het hele bsa afschaffen.’ 

Maatwerk

Het benodigde aantal studiepunten verlagen van 45 naar 40 punten is een optie, denkt Jansen. ‘Daar kun je met zijn allen best over praten.’ Hij is tegen het overboord gooien van het bsa, maar voelt wel iets voor meer maatwerk: leg van tevoren per student vast hoeveel punten er van diegene worden verwacht. Dan kun je rekening houden met allerlei omstandigheden. 

Experts pleiten ondertussen voor compensatieregelingen, of het scherper vaststellen welke vakken nu werkelijk nodig zijn om de geschiktheid van een student te beoordelen. ‘We zouden bijvoorbeeld een aantal kernvakken kunnen bepalen die moeten worden gehaald’, suggereert onderwijskundige Henk van Berkel. ‘Dan kunnen we misschien ophouden ons te fixeren op het aantal punten.’

Een andere optie is om studenten de kans te geven onvoldoendes te compenseren met hogere cijfers voor andere vakken, denkt hij. Studenten moeten dan wel zestig punten halen, maar er wordt niet van ze verwacht dat ze voor elk vak een voldoende scoren.

Investeren in kwaliteit

‘Je moet het programma zo inrichten dat je zestig punten kunt halen’, vindt ook onderwijskundige Ellen Jansen. ‘Als onderwijsinstituut moet je investeren in kwaliteit van onderwijs, zodat het mogelijk is om alles – met een compensatieregeling – te halen.’ 

Overstappen naar een niet-bindend advies is in elk geval geen optie, vindt ze. ‘Dan luisteren studenten niet.’ Dat herkent Dijkstra: ‘We zien elk jaar bij de matchingsdag van rechten dat studenten zich daar niks van aantrekken.’ 

Een speciale commissie van zowel docenten als studenten gaat zich de komende periode over het vraagstuk buigen, vertelde rector magnificus Cisca Wijmenga vorige week in de u-raad. ‘Zij gaan evalueren wat het bsa betekent voor alle partijen en komen dan met een rapport met alle voor- en nadelen. Vanaf daar kijken we verder.’

En Floris? Hij besloot om een nieuwe start te maken. Hij woont inmiddels in Utrecht en zit in het tweede jaar van zijn studie geschiedenis. Hij heeft alle vakken tot nu toe gehaald.

English