Lustrum

Gerard Joling opent het lustrumgala

‘We gooien de beuk erin’

Niemand minder dan Gerard ‘gieeeeeren’ Joling opent donderdag 13 juni het lustrumgala van de Rijksuniversiteit Groningen. UKrant sprak met hem over zijn komst en het lustrumthema All Inclusive.
Door Lidian Boelens

Gerard Joling op het lustrumgala: daar vonden mensen van alles van. Helemaal te gek. Of idioot: wat heeft de goedlachse, zonnebankbruine volkszanger nou met het 405-jarig bestaan van de universiteit te maken?

Nou, alles en helemaal niks. En daar gaat het nou juist om. Op dit feestje is iedereen welkom. Ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, huidskleur, afkomst of geaardheid.

Goedemiddag! Wat fijn dat u even tijd voor ons heeft. Want u bent vrij druk met de Toppers, niet?
‘Ja, tuurlijk joh. Geen probleem. Het is inderdaad best druk geweest. Met repetities en concerten. Maar mijn conditie is top, hoor. Top!’

Bent u klaar voor Groningen?

‘Ja, dat is altijd leuk. Blijft bijzonder en gezellig, hè. Ik heb heel veel optredens gehad in Groningen en omstreken. Theaters. Discotheken. En Holiday on Ice. Dat was elke avond gekkenhuis. Kwamen we weer in een of andere studententent terecht. Lekkere stad, hoor. En we gaan er nu ook gewoon weer een knalfeest van maken!’

Het thema van het lustrumgala is All Inclusive, wist u dat?
‘Thema? Nee, nee.’

Dat gaat niet over goedkope vliegvakanties…
‘Ghi hi hi!’

Maar over inclusiviteit en diversiteit. Hoe zou u dat opvatten?
‘Ja, dat is heel breed hè. Waar wil je dat in zoeken. Diversiteit in de showbizz, in wat voor werk mensen doen, in intelligentie. Mooi format, hoor. En exclusiviteit. Ja, je bent toch een artiest hè. Een bekende Nederlander. Was er ook niet een speciaal thema, qua kleding en zo?’

Nineties! Maar ze bedoele-
‘Oooh, ja. Dan zitten we helemaal goed. Ik had m’n eerste hits in de jaren ‘80/’85. Maar in de jaren ’90 heb ik ook veel hits gehad.’

Dat geloof ik meteen, dat dat helemaal goed komt. Maar even terug naar dat ándere thema. Inclusiviteit dus, en diversiteit. Dit is, zo hebben wij begrepen, ook een van de redenen waarom u bent gevraagd het gala te openen. Hoe vindt u het om boegbeeld van inclusiviteit te zijn?
‘Poeh! Boegbeeld!? Tja, je straalt toch wat uit. Je bent een zanger, een bekende Nederlander. En ik ben ook ambassadeur van de Vrienden Loterij, hè. Waar we heel diverse dingen besprenkelen. De ene keer doen we iets voor kinderen met een speciale aandoening en de andere keer weer voor oudere mensen. Vind ik héél belangrijk, ouderen!’

En dat u gezien wordt als gay icon, heeft dat er ook iets mee te maken denkt u? Het gaat er natuurlijk om dat iedereen meetelt, ongeacht huidskleur, afkomst of geaardheid.
‘Dat kan. Ik draag dat nooit zo naar buiten met mijn optredens. Maar mensen vinden dat wel, denk ik. Je bent toch meer een bezienswaardigheid dan een zanger. Maar ik ga niet – zoals met Gordon – drie kwartier zitten lachen, hoor. Je moet toch zingen. En dat gaan we doen! We gooien de beuk erin!’

Wat vindt u ervan dat de universiteit aandacht aan dit thema besteedt?
‘Oh, wel goed hoor! Prima dat het gebeurt. Mensen moeten snappen dat je bent wie je bent. Je kunt jezelf niet veranderen. Maar ik heb niet de indruk dat dat op de universiteit zo heftig is. Daar is het toch wel redelijk algemeen, in vergelijking met het platteland of zo?

Nou, het blijft een gevoelig thema. De universiteit wil niet voor niets een gesprek op gang brengen. Zoals de rector magnificus zei: ‘Er is nog werk te verzetten’.
‘Dan is het goed dat ze het aankaarten. Ik vind het sowieso superleuk. Er mag wel wat aandacht voor zijn. Transgenders, kleurlingen, mensen met verschillende geaardheden en zo. Maar we moeten in Nederland ook uitkijken dat we niet een grote melting pot worden, hoor. Als je uit het buitenland komt en je gaat hier integreren, dan moet je je ook aanpassen. Ongeacht IQ. Maar daar moeten we dan dieper op ingaan. Discussiëren. Ja, laat de discussie maar weer losbarsten. En het feest!’

Wat zijn uw eigen ervaringen op dit gebied? Heeft u er nooit last van gehad dat mensen u als ‘anders’ bestempelen of zien?
‘Nee. Maar dat komt omdat ik redelijk gebekt was. Ik liep op mensen af en zei: wat moet je joh. En ik word nooit homo of flikker genoemd. Doen ze dat wel? Dan hebben ze ook gelijk… Maar eh, we zijn al wel een heel eind. Of niet?’

Ja, ja, Zeker. Laatste vragen… Heeft u zelf eigenlijk ook gestudeerd?
‘Oehhh nee. Had ik het maar gedaan joh. Ik heb technische school gedaan, maar geen diploma gehaald. Tijdens optredens in het buitenland had ik daar ook wel ’s last van, hoor. Toen dacht ik op den duur: dat Engels kan wel wat beter. Ha ha! En toen heb ik nog wat cursussen Engels gedaan, in zo’n klooster in Vught. Daar werd je dan een tijdje gebrainwashed in een andere taal.’

En als u nu nog mocht kiezen, wat zou u dan gaan studeren?
‘Nou, toch wel universiteit.’

En wat?
‘Nou universiteit dus. Advocaat? Lijkt me wel leuk. Of iets met medisch. Dan loop ik bij zo’n KNO-arts – voor m’n strot – en denk ik: toch wel lekker hoor, als je daar verstand van hebt. Het is gewoon mooi om een goed diploma op zak te hebben.’

Oké, dat was ’m! Superbedankt voor uw tijd. En tot de 13e.
‘Ja hoor. Harstikke leuk. Gezellig!’