Wetenschap

Schatgraven naar schepen

Een boot vergaat twee keer

De tijd dringt voor de honderden oude scheepswrakken die verstopt liggen in de Flevopolder. Ze vergaan snel. Woensdag startte de opgraving van een van de grootste en best bewaarde: een achttiende-eeuwse driemaster uit Engeland.
Door Lucia Grijpink / Kaart door René Lapoutre

Zo’n vijfhonderd schepen liggen er mogelijk verborgen in de Flevopolder, allemaal vergaan tussen de late middeleeuwen en de inpoldering in 1940. Een bijzonder exemplaar is de Engelse driemaster, een koopvaardijschip uit de achttiende eeuw die in 2016 werd aangetroffen in Rutten. Woensdag begon Yftinus van Popta, promovendus archeologie van de RUG, samen met zijn studententeam aan de opgraving van het 35 meter lange gevaarte.

Het was boer Dijkstra die het schip ontdekte toen hij zijn aardappelveld aan het omploegen was. Opeens maakte zijn trekker een vreemd geluid. Er zat een stuk hout vast, dat bij de driemaster bleek te horen.

Ze zijn nog maar net aan het graven, maar de eerste buit is al binnnen: een tinnen schaal. ‘Als je die even oppoetst, ziet hij er weer uit als voorheen’, zegt Van Popta. Voor een archeoloog telt vooral de wetenschappelijke waarde. Goud gaat hij waarschijnlijk niet vinden op dit schip, dat voornamelijk tonnen met wijn transporteerde, en ook niet op een van de andere. Maar dat hoeft ook niet. Minstens een even grote schat is voor hem een complete serviesset, een mooie schaal of een handjevol munten.

Duizend schepen

Voordat Van Popta op deze opgraving werd gezet, was hij nog dagelijks bezig met zijn PhD-project. Hij had onder andere in kaart gebracht hoeveel schepen op welke locaties in Flevoland en het IJsselmeer – de voormalige Zuiderzee – onder de grond liggen. In Flevoland alleen blijken dat er al 450 te zijn, waarvan er zeker tien zo groot zijn als dit schip, dat overigens nog niet op die lijst stond.

De schepen dateren van de late middeleeuwen tot de inpoldering

‘Er zijn ook schepen die nooit gemeld zijn,’ legt hij uit. ‘Voor Flevoland zou het totale aantal daardoor makkelijk boven de vijfhonderd kunnen uitkomen.’ Ook in het Markermeer en in het IJsselmeer heeft hij berekend dat er zo’n vierhonderd schepen kunnen liggen. ‘Je kunt het niet precies uitrekenen maar er liggen er in totaal wel duizend en misschien nog veel meer.’

Levensgevaarlijke Zuiderzee

De Zuiderzee was een levensgevaarlijk vaarwater. Alleen ervaren schippers waagden zich erop. Het was er extreem ondiep en er waren veel zandbanken. Vaarroutes bestonden wel, maar als een schip daar van afweek was de kans groot dat hij aan lagerwal zou raken.

Alsof dat nog niet genoeg was, joeg er ook een harde noordwestenwind over de Zuiderzee die grote golven kon opstuwen. Niet gek dus dat er aan het begin van de twintigste eeuw in een periode van tien jaar al honderd scheepsrampen hebben plaatsgevonden.

De schepen dateren van de late middeleeuwen – dertiende eeuw – tot de inpoldering (1940). Het waren voornamelijk kleine vrachtschepen en vissersschepen. In Flevoland zijn er al zo’n 220 schepen opgegraven, maar dit is lang niet altijd goed gedocumenteerd. Van Popta: ‘Soms schreven ze alleen op: “Er is een schip opgegraven en het dateert vermoedelijk uit de achttiende eeuw.” Dit is ontzettend zonde, want die informatie zou nu heel waardevol zijn geweest.’

00 start

bekijk de vondsten
1
2
3
4
5
6
7
8
9
×

Vondsten – kleine kruik

Dit is net zoals kruik nummer 2 een zogenaamde Baardmankruik. Kruiken van dit type werden tussen de vijftiende en de achttiende eeuw gemaakt in heel Europa, met name in Duitsland. Je kon ze in allerlei formaten krijgen en voor van alles gebruiken.

sluit

vondsten – Grote kruik

Dit is net zoals kruik nummer 1 een zogenaamde Baardmankruik. Kruiken van dit type werden tussen de vijftiende en de achttiende eeuw gemaakt in heel Europa, met name in Duitsland. Je kon ze in allerlei formaten krijgen en voor van alles gebruiken.

sluit

vondsten – pannetje

Dit is een steelpannetje van tin. Opvallend: het ding zit vol deuken, vermoedelijk van kogels. Hoe die erin gekomen zijn? Misschien heeft iemand het pannetje in het heetst van de strijd als schild gebruikt. Het kan ook zijn dat verveelde scheepslieden de steelpan hebben opgehangen bij wijze van schietschijf.

sluit

vondsten – halter

Hij ziet er een beetje uit als een dumbbell, maar deze jongen werd niet gebruikt door achttiende-eeuwse #fitgirls. Het is een slingerkogel, bedoeld voor een kanon. Schoot je ‘m af, dan vloog het ding al ronddraaiend op zijn doel af. Zo richtte het nog meer schade aan dan ‘gewone’ kanonskogels.

sluit

vondsten – 6 kogels

Deze zes kanonskogels lagen ook aan boord van het wrak. Ze zijn gemaakt van lood en dus flink zwaar.

sluit

vondsten – notenkraker

Met dit apparaatje sloeg een achttiende-eeuwer twee vliegen in één klap. Tussen de ‘armen’ kun je noten kraken, en met het ronde uiteinde kun je een pijp met tabak stoppen.

sluit

vondsten – musketkogels

De kleinere broertjes van nummer 5. Deze loden kogeltjes werden afgevuurd met een soort voorloper van het geweer, het musket. Op dit schip hadden ze blijkbaar een flinke voorraad munitie liggen, want Van Popta en zijn studenten vinden de kleine kogeltjes aan de lopende band.

sluit

vondsten – bord

Een bord van tin. Ook hierin kun je duidelijk kogelgaten zien zitten. Op het bord staat een stempel uit Londen; één van de aanwijzingen dat het schip uit Engeland afkomstig is.

sluit

vondsten – damstenen

Slecht zichtbaar. Maar in dit plastic  zakje zitten damstenen, bedoeld om de tijd te doden.’

sluit

mobiele versie

1 en 2: Dit zijn zogenaamde Baardmankruiken. Kruiken van dit type werden tussen de vijftiende en de achttiende eeuw gemaakt in heel Europa, met name in Duitsland. Je kon ze in allerlei formaten krijgen en voor van alles gebruiken.

3: Dit is een steelpannetje van tin. Opvallend: het ding zit vol deuken, vermoedelijk van kogels. Hoe die erin gekomen zijn? Misschien heeft iemand het pannetje in het heetst van de strijd als schild gebruikt. Het kan ook zijn dat verveelde scheepslieden de steelpan hebben opgehangen bij wijze van schietschijf.

4: Hij ziet er een beetje uit als een dumbbell, maar deze jongen werd niet gebruikt door achttiende-eeuwse #fitgirls. Het is een slingerkogel, bedoeld voor een kanon. Schoot je ‘m af, dan vloog het ding al ronddraaiend op zijn doel af. Zo richtte het nog meer schade aan dan ‘gewone’ kanonskogels. Daarover gesproken…

5: …deze zes kanonskogels lagen ook aan boord van het wrak. Ze zijn gemaakt van lood en dus flink zwaar.

6: Met dit apparaatje sloeg een achttiende-eeuwer twee vliegen in één klap. Tussen de ‘armen’ kun je noten kraken, en met het ronde uiteinde kun je een pijp met tabak stoppen.

7: De kleinere broertjes van nummer 5. Deze loden kogeltjes werden afgevuurd met een soort voorloper van het geweer, het musket. Op dit schip hadden ze blijkbaar een flinke voorraad munitie liggen, want Van Popta en zijn studenten vinden de kleine kogeltjes aan de lopende band.

8: Een bord van tin. Ook hierin kun je duidelijk kogelgaten zien zitten. Op het bord staat een stempel uit Londen; één van de aanwijzingen dat het schip uit Engeland afkomstig is.

9: Damstenen, bedoeld om de tijd te doden.

‘Ik hoop op een lijk’

Van Popta heeft dus wel een idee waar de schepen liggen, maar niet wat er allemaal op te vinden is. ‘Ik hoop op een lijk,’ grinnikt hij. ‘Een lijk kan veel informatie geven. We kunnen dan DNA-onderzoek en koolstofdateringen doen.’

Maar helaas zijn lijken vrijwel nooit aanwezig in de scheepswrakken. ‘Ook kleine schepen hadden een roeiboot bij zich, zodat bemanningsleden konden vluchten als het schip zonk,’ legt Van Popta uit. ‘Als dat niet zo was, dan klommen ze in de mast. Het schip zonk dan wel naar de bodem, maar omdat de Zuiderzee ondiep was, stak de mast er boven uit. Zo konden ze alsnog gered worden.’

Daarnaast bleven de meeste lijken drijven, waardoor ze niet in het schip achterbleven. Van Popta heeft slechts één keer een lijk in een schip aangetroffen. ‘Dat was een schipper die in het vooronder zat. Toen hij probeerde te vluchten, viel er een zwaar metalen object op zijn been. Zo is hij destijds ook gevonden.’

Hoopje ellendig hout

De historische waarde is niet het enige argument om te beginnen met het opgraven van de schepen. De kwaliteit van de wrakken gaat namelijk hard achteruit. Van Popta: ‘Wat in 1950 nog supergoed was, zou nu een hoopje ellendig hout kunnen zijn.’

Een schip vergaat eigenlijk twee keer. Een keer op zee en een keer in de bodem

De conditie van de schepen bleef redelijk constant toen ze nog onder water lagen en er dus geen zuurstof bij kon. Vanaf het moment dat het gebied werd ingepolderd, werd de grond steeds droger en daarmee ook het hout. ‘Een schip vergaat eigenlijk twee keer,’ aldus Van Popta. ‘Een keer op zee en een keer in de bodem.’

‘De eerste houten ton van dit schip die in 2016 is opgegraven, was in goede staat,’ vertelt hij. ‘We hebben recent een andere ton gevonden, maar daarvan waren de hoepels al helemaal kapot en was de kwaliteit van het hout veel slechter.’ Hij vindt dan ook dat het een prioriteit moet worden om alle schepen die ondiep liggen en dus bedreigd worden, op korte termijn op te graven. ‘Ook kleine schepen kunnen ons iets vertellen over de maritieme geschiedenis in Nederland, bijvoorbeeld over binnenlandse contacten.’

Nieuw leven inblazen

Opgravingen zijn prijzig. Er moet soms maanden gegraven worden en daarna moet al het materiaal getransporteerd en geanalyseerd worden. Deze opgraving is een noodonderzoek, omdat het schip zo ondiep ligt en dus bedreigd wordt. De gemeente en de RUG financieren het project samen. ‘Ik zou graag willen dat de andere wrakken in elk geval verkend worden, wat inhoudt dat de kwaliteit van het hout bepaald wordt,’ zegt Van Popta. ‘Dat is misschien te regelen in overleg met de Noordoostpolder.’

Van Popta zou ook graag de maritieme archeologie nieuw leven in willen blazen door het terughalen van het masterprogramma. Tot 2014 bestond dit al aan de RUG, maar dit is daarna afgeschaft. Van Popta: ‘Nederland wordt altijd een maritieme natie genoemd, maar we hebben niet eens geld voor een maritieme specialisatie. Daar moeten we voor naar Engeland. Dat vind ik best krom.’

Verkenningen van de paar honderd verborgen schepen in de Flevopolder en een maritieme specialisatie voor de archeologiestudenten in Nederland: Van Popta zou er veel voor over hebben.

Tot augustus blijft hij met zijn studenten werken aan de opgraving in Rutten en daarna begint hij aan de uitwerking. Er staat nog geen nieuwe opgraving op de agenda. ‘Ik wil eerst deze opgraving afronden, maar er is een lijst met opgravingen waarmee we verder zouden kunnen als er een samenwerking wordt gestart. Zo niet, dan ga ik verder met mijn promotieonderzoek. Dat is er een beetje bij ingeschoten.’

English