Studenten

Drie maanden vrijwilligerswerk

Waren al die studenten wel nodig?

Honderden Groningse studenten boden hun hulp aan toen het coronavirus toesloeg. Drie maanden later wachten de meeste vrijwilligers nog steeds tot ze ingezet worden. ‘Het grootste probleem is mensen vinden die hulp nodig hebben.’


Yelena Kilina

Door Yelena Kilina

16 juni om 19:09 uur.
Laatst gewijzigd op 16 juni 2020
om 21:21 uur.
Yelena Kilina

By Yelena Kilina

juni 16 at 19:09 PM.
Last modified on juni 16, 2020
at 21:21 PM.
Yelena Kilina

Yelena Kilina

International editor
Volledig bio
International editor
Full bio

‘Bedankt voor de goede zorgen na mijn transplantatie, verpleegafdeling D3. Ik ben jullie dankbaar’, staat er op een scherm op de afdeling longziekten van het UMCG. 

Zorgmedewerkers kunnen zulke berichtjes lezen dankzij de student-vrijwilligers die de website Er gaat niets boven zorg! opzetten. ‘Het coronavirus kan overleven op papieren post, dus werd ons gevraagd om een digitaal alternatief voor steunbetuigingen te bedenken’, zegt projectleider David Jan Meijer, rechtenstudent aan de RUG. 

UMCG-personeel voor het scherm met bedankjes

Toen Covid-19 voor het eerst opdook in Groningen, riep Meijer, die ook voorzitter is van studentenpartij De Vrije Student, alle studenten op om de handen ineen te slaan. Maar na drie maanden weet hij: ‘De meest succesvolle initiatieven zijn degenen die zijn opgezet in samenspraak met de mensen die hulp nodig hebben.’ 

Het platform dat zijn team op verzoek het UMCG bouwde heeft inmiddels meer dan driehonderd berichten gepubliceerd, dus dat heeft duidelijk een publiek. Maar andere studentenorganisaties hadden meer moeite om hun nut te bewijzen. ‘Het grootste probleem is mensen vinden die echt hulp nodig hebben’, beaamt Meijer. 

Speciale verzoekjes

Bijna duizend studenten meldden zich aan bij Student voor Stad, een platform waarop alle door corona ingegeven vrijwilligersinitiatieven van studenten verzameld werden. Het ging om diensten als babysitten en ouderenzorg. Maar omdat de meeste hulpverzoeken doorgegeven werden aan de organisaties zelf, bleven alleen de speciale verzoekjes over voor de vrijwilligers. Uiteindelijk werden 140 van hen gevraagd iets te doen. 

‘We hebben zelfs een keer een student helpen verhuizen. Ze was snel naar het buitenland vertrokken en had geen tijd gehad om haar kamer leeg te halen’, vertelt student internationale betrekkingen Roelof Admiraal. 

We hebben zelfs een keer een student helpen verhuizen

Veel eenzame mensen, vaak bewoners van verzorgingshuizen, kregen een kaartje of een belletje. Eén man ontving tachtig kaarten op zijn vijftigste verjaardag. Zijn zwager vond het rot voor hem dat zijn knalfeest was geschrapt vanwege de coronamaatregelen en trok bij Student voor Stad aan de bel. 

‘Wij studeren in deze stad, dus we willen iets teruggeven’, zegt Admiraal. ‘Maar er was niet zoveel vraag naar hulp in Groningen, dus moesten we bedenken hoe we degenen die ons wel nodig hadden toch konden bereiken.’ 

Lisa Braam, die communicatie studeert aan de Hanze, is een van de achthonderd vrijwilligers van Student voor Stad die nog steeds aan het wachten is tot ze iets mag doen. ‘Ik wilde graag op kinderen passen of boodschappen doen voor ouderen’, zegt ze. Maar ze is blij dat het aanbod groter is dan de vraag. ‘Dat betekent dat de situatie in Groningen niet uit de hand gelopen is, dus ik ben niet teleurgesteld.’ 

De vrouwen van Oppassistent puzzelen op de logistiek

Bij Oppassistent, een babysitdienst voor kinderen van zorgmedewerkers, meldden zich 277 vrijwilligers. In totaal vroegen 160 gezinnen om hulp. ‘Daarvan konden we honderd helpen’, zegt geneeskundestudent Hannah Vijverberg, een van de vier initiatiefnemers. ‘Sommige gezinnen wonen buiten de stad, dus soms was het lastig om een student te vinden die daar in de buurt woonde of langs kon komen.’ 

Sommige gastouders vonden de dienst maar niks – ‘Ze zeiden dat we hun banen afpakten’ – maar de zorgmedewerkers waren blij met Oppasassistent toen de scholen half maart plotseling sloten.  

Toch moest Oppassistent honderden hulpvaardige mensen teleurstellen. Zo ook Marthe Hoek, die een master Nederlands recht doet en opeens veel tijd over had toen de universiteit sloot. ‘Ik wilde iets bijdragen, dus ik vond het aanvankelijk wel jammer dat ik niet nodig was.’ 

Gastouders zeiden dat we hun banen afpakten

Marthe meldde zich aan bij meerdere vrijwilligersorganisaties, in de hoop dat haar ervaring met oppassen van pas zou komen. Maar het liep anders, want Oppasassistent zette alleen studenten met een medische achtergrond in. ‘Na twee weken kreeg ik het weer drukker met mijn studie, dus nu vind ik het niet zo erg meer dat ze niks voor me hebben. Ik ben gewoon blij dat er zoveel mensen wilden helpen.’ 

Verpleeghuizen

Vrijwilligers van CovidVrijwilliger aan het werk

En dan was er nog CovidVrijwilliger, een website met als doel geneeskundestudenten in contact te brengen met zorginstellingen die mensen nodig hebben. ‘Kleinere organisaties, zoals verpleeghuizen in de provincie, waren heel blij met het initiatief’, zegt geneeskundestudent Elisa ter Kuile, een van de vrijwilligers. ‘Zij weten vaak niet waar ze extra mankracht vandaan moeten halen.’ 

Maar ook CovidVrijwilliger had een overschot aan mensen, zelfs al konden alleen studenten met medische kennis zich aanmelden. Van de 1113 vrijwilligers werden vierhonderd in contact gebracht met in totaal dertig organisaties. ‘We mogen trots zijn op wat we de afgelopen twee maanden gedaan hebben’, zegt Ter Kuile. ‘Het belangrijkste doel van CovidVrijwilliger was om aan de behoeften van de zorgsector te voldoen, niet die van de studenten. En we hebben bijna iedereen kunnen helpen.’  

Het doel was om aan de behoeften van de zorgsector te voldoen

Geneeskundestudenten sprongen onder meer bij op een speciaal huisartsenspreekuur voor mensen met coronaklachten. Ook transcribeerden ze interviews met mensen die positief getest waren op corona, voor een studie naar de vroege symptomen van de ziekte.

De StudentenService, een onderneming die al voor de pandemie bestond, wilde ook helpen. Algemeen manager Daniel Logt zette een campagne op poten om mensen in quarantaine voor een klein bedrag te helpen met boodschappen doen of de hond uitlaten. Dat leverde niets op. ‘We hebben helemaal geen aanmeldingen ontvangen’, geeft Logt toe. ‘Waarschijnlijk omdat er zoveel andere initiatieven zijn in Groningen.’ 

Beloning

Maar, zegt hoogleraar sociale psychologie Arie Dijkstra, de impuls om te helpen is al beloning genoeg. Het zorgt voor afleiding van je stressvolle studentenleven en als je je ergens aangemeld hebt als vrijwilliger, geeft dat een gevoel van verbondenheid. ‘Ik durf te wedden dat het goed voelde, zelfs al hebben sommige studenten niet de kans gekregen om van dienst te zijn’, zegt hij. ‘En samen een crisissituatie doormaken schept een band tussen mensen, dat geeft ook een goed gevoel.’   

Dijkstra denkt dat het door een gebrek aan kennis en slechte communicatie komt dat er zo’n kloof zit tussen de goede bedoelingen van de studenten en de behoefte die er daadwerkelijk is aan hun hulp. ‘Studenten en bijvoorbeeld ouderen leven in twee heel verschillende werelden. De groepen weten niet zoveel van elkaar.’ 

Bovendien kozen de meeste mensen ervoor om een beroep te doen op hun eigen sociale netwerk, en maakten ze gebruik van bestaande opties om hun problemen op te lossen. ‘Maar het is prachtig dat zoveel studenten wilden helpen. Ze hebben bewezen dat ze waardevolle leden van de gemeenschap zijn.’ 

English