Wetenschap

De buren maken het verschil

Op stap met een vluchteling

PhD-student Rik Huizing wil weten hoe Syrische vluchtelingen een emotionele band ontwikkelen met hun nieuwe thuis in hun nieuwe land. Hij gebruikt daarvoor een bijzondere methode: ze nemen hem mee uit wandelen.
Tekst en foto Megan Embry / Vertaling door Christien Boomsma en Sarah van Steenderen

Twee Syrische vluchtelingen krijgen een intake wanneer ze Nederland binnenkomen. De een zegt dat hij van het platteland houdt. Hij verlangt naar kalmte en een tuintje voor zichzelf. De ander geeft aan dat hij juist dol is op de stad en alle drukte die daarbij hoort. Maar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) stuurt de plattelander naar Groningen, waar de drukte en herrie hem doodongelukkig maken. De stadsliefhebber moet naar Roden, waar hij dagelijks in zijn eentje in zijn tuintje spit.

De Nederlandse overheid zou veel meer kunnen doen met de data die ze uit zo’n intake halen, zegt PhD-student Rik Huizinga van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. ‘Op dit moment doen we niet echt iets met die informatie, behalve uitzoeken of we geen terroristen het land binnenhalen’, zegt hij. ‘Maar we zouden juist moeten focussen op wat voor soort opleiding iemand wil. Wat voor soort leven.’

Emotionele band

Door de juiste vragen te stellen, kunnen de plaatsingsprocedures verbeteren, zegt hij. Wat voor emotionele band hebben de vluchtelingen met hun nieuwe thuis? Hoe vormen ze die band? En kunnen we hen daarbij helpen? In twee jaar interviewde Huizinga tien Syrische vluchtelingen op zijn zoektocht naar het antwoord. Hij kreeg de Herta Macht Thesis Prize 2017 voor de masterscriptie die dat opleverde. Maar hij gaat verder. Voor zijn PhD richt hij zich op de effecten van gedwongen migratie en de herhuisvesting van vluchtelingen.

De mannen in Huizinga’s onderzoek hebben behoorlijke obstakels te overwinnen: een taalbarrière, uitsluiting en discriminatie – om er maar een paar te noemen. ‘Maar verlies je niet in medelijden als je hun verhalen hoort’, waarschuwt hij. ‘Vluchtelingen willen niet zielig gevonden worden. Ze willen als gelijkwaardig worden gezien. En natuurlijk zijn de meesten van hen heel erg sterk. Ze hebben al zoveel overleefd, ze gaan zich echt niet druk maken over een paar mensen die zich als klootzakken gedragen.’

Maar dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn. Meerdere keren hoorde Huizinga van vluchtelingen dat ze zich een last voelen voor het land dat hen beschermt. Deze mannen – allemaal tussen de 22 en 35 oud – kunnen in hun eerste jaren als vluchteling weinig bijdragen. Het is moeilijk om nutteloos te zijn, zeggen ze.

Lege straten

En dus bedacht Huizinga een onderzoeksmethode die hen juist kracht geeft: een wandelinterview. De geïnterviewde kiest de route en fungeert als gids in zijn eigen buurt. Huizinga gaat mee en krijgt informatie uit de eerste hand over het dagelijks leven en de mate van geworteldheid van Syrische vluchtelingen in Roden en Groningen.

Op deze wandelingen werd Huizinga getroffen door de vaak desolate sfeer: straten zijn verlaten. Hij ontdekte dat de ‘tijdsgeografie’ van vluchtelingen en hun buren nauwelijks overlapt. ‘Omdat ze niet mogen werken of studeren, hebben vluchtelingen een heel ander dagritme dan autochtonen’, zegt hij. Ze zijn thuis wanneer anderen aan het werk zijn, of op school.

De paar Nederlanders die ze wel ontmoeten tijdens hun wandelingen, zijn meestal gepensioneerd. Sommigen begroeten je vol warmte, ‘maar er zijn ook veel mensen die met een boog om je heen lopen – of de straat oversteken’, zegt Huizinga. Hij herinnert zich de woorden van een van de geïnterviewden: ‘Ik zie enkel lege straten en daar ben ik niet aan gewend. In Syrië zijn altijd wel mensen om mee te praten.’

Andere wereld

Dus namen de geïnterviewden Huizinga mee naar plekken waar wel andere mensen waren: de islamitische supermarkt. Als je daar naar binnen stapt, is het net alsof je een andere wereld binnentreedt. ‘De mensen zijn daar niet ‘anders’, maar juist veilig. En ze spreken natuurlijk Arabisch. Stel je voor: de taal is luid, en vol emotie en expressie. En iedereen raakt elkaar voortdurend aan. In Nederland zijn we heel terughoudend, maar in de supermarkt lopen er zo twintig mannen naar een respondent toe, omhelzen hem, vragen hoe het met zijn moeder is en zijn familie.’

Huizinga’s onderzoek stelt dat er een belangrijke en heel simpele manier is om vluchtelingen het gevoel te geven dat ze welkom zijn, maar die wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Het gaat om ‘zwakke connecties’ – een groet in het voorbijgaan, of een opmerking over het weer. Gewoon, op alledaagse plekken.

‘De wetenschap begint nu te kijken naar schijnbaar onbeduidende plekken – trottoirs en trappenhuizen – die het ‘normale’ leven representeren. Vroeger noemden onderzoekers uit dominante groepen (wit, mannelijk en gezond) deze plekken “neutraal, veilig en toegankelijk”. Maar we zien nu dat dat niet geldt voor minderheden, zegt Huizinga. Vluchtelingen horen daar dus ook bij.

‘Dit zijn de plaatsen waar ons dagelijks leven zich afspeelt’, zegt Huizinga. En wanneer je contact maakt met vluchtelingen op zo’n plek, dan zeg je eigenlijk dat ze bij het normale leven hier horen. ‘Het is een bevestiging van het feit dat ze bestaan en deel uitmaken van het leven van anderen. Alleen al het feit dat je wordt erkend als persoon kan ervoor zorgen dat je je goed voelt.’

‘Ik word al een echte Nederlander’

Ayham Najem is Palestijn en werd geboren in Syrië. Hij is al bijna zijn hele leven op de vlucht, maar wil zijn verleden achter zich laten. ‘Als je eenmaal doorhebt hoe de maatschappij hier werkt zie je dat er helemaal niet zo veel verschillen zijn.’

Najem doet zijn bachelor aan de RUG. Maar als ik hem ontmoet in koffiezaak Doppio ziet hij er in zijn strakke, zwarte pak eerder uit als een manager dan als een student. De plafondlampen leggen de nadruk op zijn witte overhemd en reflecteren in zijn donkere haar. Als hij achterover leunt in zijn stoel is hij cool en zelfverzekerd. Dit is een jongen die zijn eigen toekomst maakt.

Najem kwam vier jaar geleden naar Groningen. Als ik hem vraag naar zijn leven voordat hij hier op zijn negentiende kwam, beperkt hij zich tot de belangrijkste momenten: ‘Het was verschrikkelijk. We voelden ons niet meer veilig. En dus moesten we vluchten. We reisden eerst naar Turkije, en vandaar door naar Europa. Mijn moeder ging ons voor, en wij kwamen later.’ Hij is niet geïnteresseerd in het herhalen van een verhaal wat zo veel andere mensen ook hebben meegemaakt. ‘Het zijn maar herinneringen’, zegt hij. ‘Hier, daar, waar dan ook. Niks dan herinneringen.’ Hij is vastberaden om zijn verleden achter zich te laten.

Dorpje

Toen hij en zijn familie hier aankwamen, werden ze naar een asielzoekerscentrum in Bellingwolde gestuurd. Najem wil over die tijd ook weinig vertellen, behalve dat hij zich verbaasde over hoe vriendelijk iedereen in het dorpje was. ‘Als ik op straat liep lachten ze altijd vrolijk naar me. Dat was ik niet gewend. Dorpen zijn zo anders dan steden. Iedereen kent elkaar en er is beter contact met mensen.’

Na slechts vijf maanden in het asielzoekerscentrum verhuisden Najem en zijn familie naar Scheemda, vlakbij Groningen. Hij meldde zich direct aan bij de universiteit, maar hij werd afwezen. Hij moest eerst Nederlands, Engels, en wiskunde leren voordat hij zich opnieuw aan kon melden. Inmiddels doet hij een bachelor kunstmatige intelligentie. Het is een jeugddroom die uitkomt, zegt hij. Gaat hij een superbrein uitvinden om al onze problemen op te lossen? Hij lacht. ‘Ja, waarom ook niet? Ik heb zo veel plannen.’

Normaal

Hij heeft al veel bereikt in zo’n korte tijd. Was het moeilijk om te integreren? ‘Helemaal niet. In het begin kon ik natuurlijk met niemand praten omdat ik de taal niet sprak’, zegt hij. ‘Maar als je eenmaal doorhebt hoe de maatschappij hier werkt zie je dat er helemaal niet zo veel verschillen zijn. En dan is integreren eigenlijk best makkelijk.’

Is het echt zo simpel? Absoluut, zegt Najem. ‘Het is gewoon normaal. Niks bijzonders.’ Hij lacht. Normaal is zo’n ontzettend Nederlands woord. ‘Zie je wel?’ Hij lacht zelfverzekerd en leunt achterover. ‘Ik word al een echte Nederlander.’

 

English