Wetenschap

Walgen van seks

Wanneer vies lekker wordt

Kinderen kunnen ultiem walgen van seks, vooral bij familie. Hoe kan dat? RUG-onderzoekers Peter de Jong en Charmaine Borg onderzochten het.
Door Matthijs Nieuwenhuijse / Foto Jonnie Andersen

‘Getver!’, riepen de kinderen van RUG-hoogleraar experimentele psychopatologie Peter de Jong toen ze tongende mensen zagen in een tv-soap voor pubers. Het fascineerde hem. Hijzelf walgde immers helemaal niet van zoenen toen hij jong was. Integendeel; hij wilde het zélf proberen. Aanleiding voor een onderzoek.

Waarom walgden zijn kinderen zo? Over het algemeen staan mensen toch juist positief tegenover seks en intimiteit? Samen met zijn collega Charmaine Borg, RUG-onderzoeker op het gebied van seksuologie, deed Peter de Jong twee studies naar walging bij kinderen in verschillende leeftijdsgroepen: 9-11 jaar (pre-adolescenten), 12-14 jaar (vroeg-adolescenten) en 14-17 jaar (middel-adolescenten). Bij kinderen in de vroege adolescentie is er inderdaad een verhoogde walging waarneembaar.

Walging heeft een belangrijke overlevingsfunctie. ‘Het is een emotie die ons helpt uit de buurt te blijvenvan bedreigingen die je niet kunt zien’, legt De Jong uit. Wilde dieren kun je zien, bacteriën niet. ‘Er lag dus een evolutionaire druk om ziekteverwekkers buiten de deur te houden. Walging is daar het resultaat van.’

Walging is terug te leiden tot het willen vermijden van ziektes

Er zijn verschillende soorten walging, die volgens Charmaine Borg onder dezelfde ‘walgingsparaplu’ vallen. ‘Iedere walgingssoort is uiteindelijk terug te leiden tot het willen vermijden van ziektes’, zegt de psychologe. ‘Pathogene walging is daar het meest directe voorbeeld van: je walgt van rottend eten omdat het ziekteverwekkers bevat. Het vormt een bedreiging.’

Ook het onderzoek van De Jong en Borg heeft betrekking op die pathogene walging. Ze hielden twee studies onder twee groepen schoolkinderen in de verschillende leeftijdsgroepen.

Tandenborstel

De kinderen kregen scenario’s voorgeschoteld waarvan ze op een schaal van 0-100 moesten aangeven hoeveel ze ervan walgden. Soms was zo’n scenario seksueel relevant en soms niet. De tandenborstel van iemand moeten lenen heeft niks met seks te maken, bijvoorbeeld, maar aangeraakt of gezoend worden weer wel.

Bij seksueel irrelevante stimuli lag de walging lager als deze afkomstig waren van familie. Klinkt logisch: je leent liever een tandenborstel van je moeder dan van de onbekende overbuurman. Je bent immers opgegroeid in dezelfde omgeving als je moeder, waardoor je dezelfde bacteriën deelt. Er is geen sprake van gevaar van buiten.

Maar als het om seksueel relevante stimuli ging, lag de walging juist hoger wanneer het om familie ging. Althans, bij de vroeg- en middel-adolescenten. Kinderen van 12 tot 17 jaar worden liever aangeraakt of gekust door niet-familie. De verklaring zit mogelijk in de natuurlijke drang naar genetische variatie: seks met familie is genetisch ongunstig en bedreigend voor de voortplanting.

Waar fysiek contact voor de jongste categorie nog geen seksuele lading heeft, is die er voor pubers vanaf twaalf jaar opeens wel. Daarom walgen zij van de gedachte aan intimiteit met of tussen familieleden; het gaat immers over voortplanting. De walging voor lichamelijk contact met vreemden neemt ondertussen af. ‘Het is voor de voortplanting van belang dat pubers zich openstellen voor toenadering tot vreemden’, verklaart De Jong. ‘Walging is een barrière die evolutionair bezien moet worden geslecht. Als dat niet gebeurt, is er geen seks.’

Meer dan vriendschap

‘Het onderzoek heeft betrekking op pathogene walging en niet op seksuele walging,’ stelt Borg om misverstanden te voorkomen. ‘Seksuele walging is van een andere soort’, zegt ze.

Het gaat daarbij om de walging die je voelt bij de gedachte aan seks met iemand met wie je dat niet zou willen, omdat je het niet je optimale partner vindt.‘ Bijvoorbeeld bij een vriendschap tussen een jongen en een meisje’, zegt Borg.‘ Het zou kunnen dat de jongen op een gegeven moment meer wil dan alleen vriendschap, terwijl het meisje daar absoluut niet aan moet denken.’ De jongen is een vriend, maar geen kandidaat voor de voortplanting.

En hoe zit het met gevoelens van weerzin die sommige mensen voelen bij bijvoorbeeld zoenende homo’s? Komt die homofobie voort uit het gevaar voor een genetisch verkeerde partner? Nee, zeggen Borg en De Jong. Het is eerder een vorm van morele walging. Je walgt dan van iets, omdat er binnen jouw groep is bepaald dat het niet zo hoort. ‘Dat sommige mensen bushokjes slopen vanwege een zoenende homoposter, is subcultureel bepaald’, zegt De Jong. ‘Het spoort niet met de heilige regels binnen hun groep of subcultuur.’

Walging waar nog weinig over bekend is, is de walging die mensen voelen bij het idee van seks tussen hun ouders. Niemand wil eraan denken of hun ouders het nog doen. ‘Dat is een moeilijke’, zegt Borg. ‘Ik kan dat niet direct plaatsen bij de pathogene, morele of seksuele walging.’

Mijn man grapt dat onze dochter pas op haar twintigste een vriendje mag

Mensen willen volgens Borg niets weten over de intieme praktijken van familie. Geldt niet alleen voor kinderen jegens hun ouders. Ook het omgekeerde is het geval, weet ze uit ervaring. ‘Mijn man grapt nu al dat onze dochter van anderhalf pas op haar twintigste een vriendje mag.’

Het suggereert dat je walgt van de gepassioneerde en rauwe kant van je familieleden, vermoedt Borg. Maar waarom dat zo is, is nog onduidelijk. ‘Mooi onderwerp voor een nieuw onderzoek dus.’

English