Wetenschap

Smerige studentenhuizen

Waarom we walgen

Dode muizen, beschimmeld eten, ondergekotste was en stinkende sokken: studenten komen nogal wat weerzinwekkende dingen tegen in huis. Wat veroorzaakt dat gevoel van walging en waarom stoten sommige dingen ons meer af dan anderen?

Isha Lahiri

Door Isha Lahiri

9 december om 13:54 uur.
Laatst gewijzigd op 29 januari 2020
om 15:55 uur.
Isha Lahiri

By Isha Lahiri

december 9 at 13:54 PM.
Last modified on januari 29, 2020
at 15:55 PM.

Elke keer dat ze haar kamer verliet, stapte Stella Bizirtsaki rechtstreeks een horrorfilm in. De student kunstgeschiedenis deelde een appartement met een paar mannen die het schoonmaken volledig hadden opgegeven. ‘Een van hen dumpte zijn vuilnis op het balkon, omdat hij de pas van de container niet meer kon vinden. Het rook zo smerig, dat was echt verschrikkelijk.’

Ze trok het niet meer en besloot te verhuizen. Maar de bewoners van haar nieuwe huis gedroegen zich niet veel beter. ‘Een huisgenoot gebruikte zelfs mijn favoriete koffiemok als asbak en liet hem daarna op het aanrecht staan in de keuken.’

Dat was de druppel. Ze besloot om zich nooit meer op te geven voor gedeelde woonruimte.

Zelfbescherming

Wat Stella voelde, zegt psycholoog Charmaine Borg, was walging. Borg doet onderzoek naar gevoelens van weerzin. Ze wil weten wat mensen afstoot en waarom, en hoe het kan dat je in de ene situatie meer walging voelt dan in de andere.

Wat weerzin oproept, kan per cultuur verschillen. Maar waar je ook vandaan komt, zegt Borg, iedereen vindt bloed, zweet, spuug en ontlasting smerig. Verrotte dingen zijn ook niet erg populair: denk aan rotte tomaten of pasta die onder de groene schimmel zit nadat ie te lang buiten de koelkast heeft gestaan.

We hebben een instinctieve en onbewuste drang om onszelf te beschermen tegen besmetting of andere gevaren

We walgen van dit soort dingen omdat ze veel pathogenen bevatten: bacteriën en virussen die je ziek kunnen maken. ‘Dit kan teruggevoerd worden op onze instinctieve en onbewuste drang om onszelf te beschermen tegen besmetting of andere gevaren’, legt Borg uit.

Dat is dus waarom letterenstudent Romane Bodson terugdeinsde toen ze de stinksokken, smerige oordopjes en gebruikte piercings van de vorige bewoner terugvond achter het bed in haar kamer. Zweet, oorsmeer en bloed: een krachtige mix. ‘De sokken stonken nog steeds’, zegt ze. ‘Ik kon wel kotsen toen ik het zag. Ik was de hele tijd aan het mopperen, want het was niet mijn zooi, maar ik moest het wel opruimen.’

Naaktslakken

Aske Meijerink, die geschiedenis studeert, had vaak naaktslakken als gezelschap terwijl ze stond te koken in de keuken van haar studentenhuis. ‘Ik weet nog dat ik zelfs een keer slakken over het gasfornuis zag kruipen’, griezelt ze. ‘Ik was van plan om te koken, maar ik moest eerst de slakken wegduwen.’

Een andere keer, nadat ze een paar dagen was weggeweest, vond ze braaksel in haar haar waszak; haar huisgenoot was dronken thuisgekomen.

Maar misschien wel het ergste dat ze tegenkwam was een dode muis in haar bank. ‘Mijn kamer stonk al dagen en ik kon maar niet ontdekken waar dat door kwam. Soms hoorden we muizen piepen achter de muur, dus ik dacht dat de geur daar vandaan kwam’, zegt ze. ‘Tot ik een keer op de bank zat die de vorige bewoner had achtergelaten en een kussen weghaalde. Daar lag ie: een verminkte dode muis die zo smerig rook dat ik er misselijk van werd.’

Nabijheid

De afkeer wordt groter naarmate je dichterbij datgene bent waar je van walgt, zegt Borg. ‘Het gevoel is het sterkst als het gaat om bepaalde delen van het lichaam, zoals de huid, mond of andere lichaamsopeningen, die in direct contact staan met de buitenwereld.’ Denk aan een bananenschil die uit een vuilniszak valt: ‘Je vindt het misschien een beetje vies om die schil te zien, maar als je gevraagd wordt om hem aan te raken of er zelfs in te bijten, neemt je weerzin toe’, legt ze uit.

Als je gevraagd wordt om iets viers aan te raken, neemt je weerzin toe

Vrouwen zijn gevoeliger voor walging dan mannen, zegt Borg. ‘Mogelijk hebben vrouwen een sterkere voorkeur voor hygiënische omstandigheden, omdat ze gezond moeten zijn om zich te kunnen voortplanten en voor hun familie te kunnen zorgen.’

Natuurkundestudent Lotte Ha dacht zeker niet aan het krijgen van kinderen toen ze in haar studentenhuis plantjes uit de afvoer van de keukengootsteen zag groeien. ‘Die gootsteen gebruik ik nooit meer. Toen ik het zag, wilde ik alleen nog maar zo snel mogelijk weg uit de keuken. Ik hou van planten, maar niet als ze uit de gootsteen groeien. We moeten ons echt aan het corveerooster gaan houden.’

Liefde

Er zijn echter situaties waarin mensen niet snel ergens van gruwelen. De meest voor de hand liggende: als ze verliefd zijn. Wanneer mensen zich prettig voelen in elkaars gezelschap en veel dingen delen, worden ze blootgesteld aan dezelfde microben, legt Borg uit. Je bent niet vies van het speeksel van je vriend en je draagt misschien zelfs graag zijn zweterige t-shirt. ‘In zulke omstandigheden neem je gevoeligheid voor walging af.’

Vooral wanneer je opgewonden bent, vind je lichaamssappen zoals zweet, sperma en vaginale afscheiding – dingen die onder andere omstandigheden weerzin oproepen – opeens zo erg niet meer. ‘Je bent dan eerder geneigd om met zulke stimuli in contact te willen komen’, zegt Borg. Bij mannen is dat gevoel nog sterker dan bij vrouwen. ‘Zij negeren vaak veel wanneer ze opgewonden zijn.’

Tolerantie

Vooral studenten nemen vaak genoegen met omstandigheden in hun studentenhuis die ze bij hun ouders nooit geaccepteerd zouden hebben, en die ze later in hun eigen huis ook nooit meer zullen accepteren. Waarom is hun situatie zo anders?

We worden toleranter naarmate ons idee van wat normaal is verandert

‘Ik denk dat het met hun beweegredenen te maken heeft’, zegt Borg. Studenten hebben immers vaak weinig keuze qua onderdak. ‘Ze weten dat een studentenhuis de enige plek is waar ze terecht kunnen, omdat dit binnen hun budget past. Of misschien kunnen ze geen andere kamer vinden, dus zijn ze gemotiveerd om veel meer te accepteren.’

Daarnaast worden we ongevoelig voor viezigheid – zoals die stinksokken, dode muizen, naaktslakken en ondergekotste was – als we er vaak aan blootgesteld worden. ‘We worden toleranter naarmate ons idee van wat normaal is verandert’, zegt Borg.

Zo ver is het nog niet bij student international relations Het Shah. ‘In mijn gebouw delen bijna veertig mensen een toilet’, zegt hij. ‘Ik ontdekte een keertje poep in de gang voor de wc’s. En vorige maand zagen een paar van mijn huisgenoten menselijke uitwerpselen in het fietsenschuurtje. Ik dacht eerst dat ze een grapje maakten, tot ik het met eigen ogen zag. Dat was echt ranzig.’

Vertaling Saskia Jonker, Foto door Valeska Schietinger

English