Universiteit

Koloniale banden van de RUG

Voordeel van een zwarte bladzijde

Nederlands kolonialisme – dat ligt toch al lang achter ons? Maar of we ons er nu wel of niet van bewust zijn, de geschiedenis van de RUG is van grote betekenis in het onderwijs, vindt een aantal medewerkers en studenten. ‘We vergaren kennis zonder dat we de koloniale perspectieven erkennen.’
Door Emily Howard / Vertaling Leonieke Toering / Illustratie René Lapoutre

Barbara Henkes, universitair docent geschiedenis, zag in Amsterdam voor het eerst een project dat de geschiedenis van het kolonialisme en slavernij in de stad in kaart bracht. Ze wist meteen dat ze zoiets niet snel in Groningen zou tegenkomen. ‘Ik dacht, “Groningen, niet weer!”, lacht ze. ‘Het noorden van het land neemt pas twintig jaar later deel aan dit soort discussies,’ zegt ze.

Ze besloot om het zelf op te pakken. In 2016 publiceerde Henkes het boek Sporen van het Slavernijverleden in Groningen en lanceerde ze haar interactieve project genaamd Mapping Slavery, dat tientallen historische locaties in Groningen in kaart brengt. Wie de website bezoekt, ontdekt de Groningse banden met zeer winstgevende Nederlandse handelsbedrijven. In de negentiende en twintigste eeuw verdienden ze grof geld aan het transport van planten, waren en mensen.

Veel van onze kennis hebben we juist vanwege de koloniale netwerken

Die banden reiken tot aan de universiteit. Toen er een einde kwam aan de slavernij, werden aardig wat RUG-medewerkers gecompenseerd voor het verlies van hun slaven, vertelt RUG-historicus Klaas van Berkel. ‘In die zin kun je stellen dat hun koloniale ervaring deel uitmaakte van hun cv en carrière.’

Van verleden tot heden

Maar wat heeft dat allemaal te maken met de RUG zoals we die nu kennen? Het lijkt misschien irrelevant, zegt Henkes, maar ons koloniale verleden heeft een grote invloed op onze collectieve kennis.

‘Veel van onze kennis hebben we juist vanwege de koloniale netwerken,’ legt ze uit. Zonder de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), de Westindische Compagnie (WIC) en de slavenhandelaren hadden onderzoekers als Petrus Camper bepaalde monsters voor wetenschappelijk onderzoek nooit kunnen nemen. Veel van de hedendaagse geneeskunde is gebaseerd op kennis waarvoor letterlijk over lijken is gegaan.

‘Met Mapping Slavery willen we het begip ‘winst’ breder trekken dan geld alleen. De wetenschap en het onderwijs hebben ook geprofiteerd van koloniale netwerken,’ zegt Henkes.

Henkes’ project maakt deel uit van een bredere discussie op de universiteit over dekolonisatie. Sommige aspecten van kolonialisme leven nog altijd voort. Daar moeten we vanaf, vindt ze.

Gesprekken over dekolonisatie binnen de academische gemeenschap zijn vaak gericht op de kennis en de praktijk waar we nog steeds op bouwen. Op welke manier is die kennis verbonden met kolonisatie, en welke koloniale perspectieven zijn erin te vinden?

‘Normaal’

Jan Bant, student filosofie en American Studies, is het ermee eens dat onze hedendaagse kennis een connectie heeft met het verleden. Wat wij ‘normaal’ vinden, is beïnvloed door onze – soms beschamende – geschiedenis, legt hij uit.

Wat wij ‘normaal’ vinden, is beïnvloed door onze – soms beschamende – geschiedenis

‘Op welke manier gaat de filosofie voorbij aan koloniale en racistische perspectieven? Hoe beïnvloedt eurocentrisch discours de manier waarop wij anderen zien? Wie eren we in de senaatskamer?’ vraagt hij.

Volgens Bant moeten we ons er meer van bewust zijn dat een groot deel van ons intellectuele erfgoed en veel ideeën die we als vanzelfsprekend beschouwen, getekend zijn door koloniale vooroordelen.

Neem bijvoorbeeld het werk van de befaamde filosofen Hegel en Kant. Dat is gekleurd door hun eigen, vrij racistische, standpunten. En als wij ons in hun ideeën onderdompelen zonder daar rekening mee te houden, is dat een probleem, denkt Bant.

Hij zou ook graag meer niet-Westerse filosofie in het onderwijs zien. Op universiteiten krijgen theorieën van Europeanen vaak voorrang op die van mensen uit andere delen van de wereld. Ook dit weerspiegelt een koloniaal perspectief.

Beperkte kennis

Universitair docent filosofie Pieter Boele van Hensbroek zegt dat er ‘ernstige problemen’ zijn met het curriculum. ‘Mijn carrière, waarin ik de Afrikaanse geschiedenis en Aziatische politieke ideeën bestudeer, is onderdeel van een bredere agenda: de beperkingen onderkennen van onze gebruikelijke kijk op de intellectuele geschiedenis van de wereld,’ zegt hij.

Die gebruikelijke kijk is nogal nauw, want het grootste deel van de wereld komt er helemaal niet in voor. Boele van Hensbroek pleit voor een ruimere canon van de filosofie, eentje die ideeën van over de hele wereld bevat in plaats van steeds terug te vallen op dezelfde Europese denkers.

Zelfs in de wetenschap is het curriculum beperkt tot een Europees perspectief, zegt Lucy Avraamidou, die doceert en onderzoek doet bij de Faculty of Science and Engineering. ‘Minderheden en niet-Europese achtergronden worden nauwelijks vertegenwoordigd. Op die manier krijg je in feite alleen het perspectief van ‘de witte man’, of het eurocentrische wetenschappelijke paradigma: erg eenzijdig en beperkt,’ zegt ze.

De RUG zegt trots te zijn op haar internationale karakter, maar Avraamidou ziet niet weinig niet-westerse invloeden in het onderwijsprogramma of in de manier van lesgeven. Ze vindt dat het curriculum uitgebreid zou moeten worden met wetenschappelijke perspectieven en praktijken van buiten noord-Europa. ‘Waar een student ook vandaan komt, ik wil niet dat hij of zij zich een buitenstaander voelt in de wetenschap.’

Niet eenvoudig

Ondanks de roep om een uitgebreider curriculum, voelt Boele van Hensbroek zich niet echt op zijn gemak bij discussies over dekolonisatie. ‘De zeer reële problemen van marginalisering en uitbuiting van bepaalde delen van de wereld los je niet op met klagen over witte wetenschap’, zegt hij, ‘maar door de structuren van overheersing en uitbuiting te veranderen.’

De RUG moet bekend maken wie er in het verleden koloniale banden had

Hij vindt dat de discussie te veel gaat over symboolpolitiek en dat er te weinig aandacht is voor urgente kwesties als economische ongelijkheid.

Nog belangrijker; Boele van Hensbroek denkt dat pogingen tot dekolonisatie zelf ook niet altijd gevrijwaard zijn van koloniale vooroordelen. ‘Vragen om erkenning van het ‘zwarte perspectief’ zet het stereotyperen voort, in plaats van het tegen te gaan’, zegt hij.

Toch heeft Boele van Hensbroek een paar praktische ideeën om het standaard curriculum uit te breiden, en om de academische wereld diverser te maken.

Ongemakkelijke oplossingen

Voor een curriculum dat ook niet-Westerse ideeën omvat is samenwerking nodig, oppert hij. ‘We zouden Nederlandse onderwijsprogramma’s kunnen koppelen aan Aziatische, Afrikaanse, en Latijns-Amerikaanse partners,’ zegt hij. Ook stelt hij voor om meer personeel uit die gebieden aan te trekken. ‘Eigenlijk dus een ‘diversiteitsbeleid’ voor het werven van personeel.’

Daarnaast vindt Jan Bant dat de RUG duidelijker zou moeten zijn over de manier waarop haar koloniale verleden verband houdt met het onderwijs van nu. ‘De RUG moet bekend maken wie er in het verleden koloniale banden had, en hoe dit heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de universiteit,’ zegt hij.

Maar om ons koloniale verleden te erkennen, is het wel nodig dat we daarvoor openstaan, zegt Avraamidou. ‘De vraag is niet zozeer of we kunnen veranderen, de vraag is of we ertoe bereid zijn’, zegt ze.

Afleren

Ze vraagt zich af of mensen bereid zijn om te erkennen waar hun intellectuele erfgoed een koloniaal perspectief versterkt, en andere buitensluit. Het is heel normaal om kritiek op jezelf of je verleden liever te ontwijken. ‘Zo’n verandering vereist dat we veel afleren, en dat voelt ongemakkelijk.’

Henkes is het wel gewend dat mensen die zich ongemakkelijk voelen als ze over haar werk praat. ‘Op de een of andere manier willen mensen de maatschappij toch altijd het liefst houden zoals die is,’ zegt ze. ‘Maar zo blijven bepaalde mensen en groepen buiten beeld. En het zou juist een verrijking zijn om ze toe te voegen.’

English