Wetenschap

Cousin

Vogels spotten op een onbewoond eiland

Sommige onderzoekers hebben mazzel. Ze belanden niet in de kelder van een grijs laboratorium, hoeven niet te vechten om een flexibele werkplek. Nee, hun werkplek lijkt meer op een vakantiebestemming. Deel 1 van de serie ‘Vette Plekken’: Cousin.
Door Christien Boomsma

Bijna drie maanden zat Sarah Raj Pant (rechts op de foto) op het tropische Cousin. Op dat eilandje in de Indische oceaan deed de PhD-student onderzoek naar ontrouw door de zeldzame Seychellenrietzanger. Ze observeerde de vogels, ringde ze, spoorde nesten op en nam hun bloed af van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Wekenlang.

‘Ik was compleet hyper toen ik voor het eerst op Cousin kwam. Het eiland is zo ongelooflijk mooi dat ik gewoon niet kon ophouden met kijken. Overal vliegen vogels met indrukwekkend lange staarten en prachtige felle kleuren. Het eiland barst van het leven.

Maar tegelijk loert de dood ook overal. De meeste bomen zitten stampvol vogelnesten. Maar als de kuikentjes daaruit vallen, worden ze meteen opgepeuzeld door krabben en schildpadden. Het hoort allemaal in de cyclus van leven en dood. Het was letterlijk awesome – het riep een gevoel op van diep ontzag.

Vogelpoep

Ik woonde met maximaal drie of vier mensen in een eenvoudig huis op het strand. Water haalden we uit een put. Er is wel een beetje zoet water op het eiland, maar dat is niet erg helder. Wassen deed ik in de oceaan, maar echt schoon word je nooit, niet als er voortdurend vogels op je blijven poepen. Na een paar weken voel je je een holbewoner. Ik voelde dat vooral wanneer er toeristen naar het eiland kwamen, op van die bezoekjes van een uur en ik de zonnebrandcrème al van verre kon ruiken.

Gelukkig was de sfeer onderling erg positief. Dat heb je echt nodig, omdat het eilandsyndroom na een tijdje behoorlijk kan toeslaan. Cousin is echt heel klein, je loopt er in een minuut of vijftien omheen en je kunt er gewoon niet zo veel doen. Dat kan je behoorlijk claustrofobisch maken. Je snakt ernaar om iets ánders te zien dan strand, zee of vogels, maar er is gewoon niets anders. Ik ging meestal snorkelen als dat gebeurde.

Toeristisch

Onderzoekers die voor drie maanden of langer op het eiland zitten, mogen daarom halverwege hun verblijf een paar dagen naar een ander eiland: La Digue. Dat is vrij toeristisch, dus je kunt je er wassen, slapen en normale mensen ontmoeten.

Ik besef heel goed hoe speciaal het was om naar zo’n bijzondere plaats te kunnen gaan. Toch was het ook fijn om weer naar huis te gaan. Om weer schoon te zijn, om niet meerdere keren per dag ondergepoept te worden door vogels. En geen muggen meer. Nu ik erover nadenk: dat was misschien wel het moeilijkste van mijn verblijf, de insecten.

Mijn verblijf op Cousin was een unieke ervaring. Maar daardoor kan ik, nu ik weer in Europa ben, ook meer genieten van de simpele gemakken van het moderne leven.

English