Internationaal

Vijf verhalen over diversiteit

'Groningen is gewoon heel erg wit'

De RUG viert binnenkort haar 405e verjaardag met een feestje over diversiteit en inclusiviteit. Maar hoe divers en inclusief is de universiteit nu echt? Voor sommige minderheden is eenzaamheid, uitsluiting en zelfs discriminatie ingebakken in hun leven aan de universiteit. Vijf studenten en medewerkers vertellen hun verhaal.
Door Jacob Thorburn / Foto’s Luís Felipe Fonseca  Silva / Vertaling Giulia Fabrizi

 

Edu Brooke – Nederland

BA Media en Communication

‘Er zijn hier gewoon niet veel gekleurde mensen’

‘Groningen is gewoon heel, héél erg wit. Het was een van de eerste dingen die me hier opvielen. Als ik op straat een andere zwarte man zie, dan kijk ik twee keer om. Ik ben trots op het feit dat ik zwart ben, maar het kan ook moeilijk zijn. Er zijn hier gewoon niet veel andere gekleurde mensen.

Tijdens mijn colleges ben ik altijd de enige zwarte man. Daardoor voel ik me uniek. Zodra ik ook maar een zwarte medestudent zie, glimlach ik. Het is gemakkelijk om een connectie te maken en ik kan hun gezichten altijd onthouden.

Voor mij is de grootste teleurstelling op de RUG het gebrek aan zwarte hoogleraren. Ik zou in de collegezalen graag meer etnische vertegenwoordiging zien. Het zou extra een motivatie zijn voor mij.

Overigens is dit niet mijn eerste interview over zwart zijn. De RUG nodigde me uit om iets soortgelijks te doen. Ik ging erheen, denkend dat ik een kans had om serieus mijn zorgen te uit te spreken, maar het bleek gewoon een fotomomentje voor hun ‘inclusiviteitsevenement’. In principe hebben ze me gebruikt om te zeggen: Hé, we zeiden toch dat we ook zwarte studenten hebben!’

‘Inclusiviteit is een officieel onderdeel van de onderwijsstrategie.’RUG rector magnificus, Elmer Sterken, 2018

Saikat Chatterjee – Howrah, India

Gepromoveerd en nu werkzaam bij de RUG

‘Wat betekent het om Indiaas of Nederlands te zijn? Ik ben een wereldburger’

‘Ik hou van Nederland; het is hier makkelijk wonen. Sinds ik vijf jaar geleden uit India verhuisde, voel ik me in Groningen meer thuis dan ergens anders. Ik ben deels verwesterd. Ik doe dingen anders nu: ik speel wekelijks in een band en ik drink fucking bier.

Ik besefte pas hoezeer mijn identiteit was veranderd, toen ik terugging naar India in 2016. Op straat keken mensen naar me alsof ik een alien was: ik droeg een pak, was gladgeschoren. Ik klonk zelfs anders. In een land met meer dan een miljard inwoners voelde ik me “anders”, ik was fucking geschokt. Ik ben niet meer terug geweest.

Maar, het wonen in Groningen maakt ook dat ik mijn “Indiaasheid” meer waardeer. Ik zie er anders uit dan de meeste mensen hier en gedraag me ook anders. Door de jaren heen waren er veel momenten dat ik discriminatie meende op te merken, waardoor ik me in het begin geïsoleerd voelde. Maar het is aan mij om ervoor te zorgen dat die klootzakken beseffen dat het niet normaal is. Niemand anders kan ervoor zorgen dat je je thuis voelt, dat moet je zelf doen.

Ik herinner me nog de eerste keren dat ik optrad in The Crown en mensen me uitlachten. De eigenaar van de bar moest uitleggen dat ik geen dakloze was, maar een PhD-student. Ik probeer deze reacties te zien als subjectieve vooroordelen en niet als racisme.

De universiteit praat niet veel over etnische diversiteit. Ik denk ook niet dat ze bij het aannemen van mensen actief sturen op etnische of genderdiversiteit. Ik ben ervan overtuigd dat ze meer kunnen doen. Als we niet over deze dingen praten, krijgt subtiel of onbewust racisme de kans te groeien.’

Kosovare Duraku – Zwitserland

LLM Global Criminal Law and Human Rights

‘Discriminatie is normaal geworden voor me’

‘Ik ben geboren in Zwitserland, met Albanese ouders uit Kosovo, maar ik woon al 22 jaar in Nederland. Mijn ouders kwamen hier toen ze statenloos waren; de Nederlandse nationaliteit was de eerste die we ooit hadden.

Ik heb een groot deel van mijn leven geworsteld met mijn identiteit. Ik dacht altijd dat ik moest kiezen tussen Nederlands, Albanees en Zwitsers. Nu heb ik besloten dat niemand het recht heeft om mijn identiteit te bepalen. Dat mag ik alleen zelf.

Ik zie er niet uit als een typisch wit, Nederlands meisje. Als ik in Nederland ben, zie ik mezelf niet als wit, omdat het me heel duidelijk wordt gemaakt dat ik dat niet ben. Nederlanders hebben van alles over me geroepen, totdat ik me omdraaide en ze op hun plek zette. Nederlandse klasgenoten negeerden me, alleen omdat ik er anders uitzag. Deze kleine dingen dragen bij aan een groter gevoel van buitengesloten worden.

Nederlanders rollen met hun ogen en zeggen dat het allemaal wel meevalt – als het op racisme aankomt, denken ze direct alleen aan de extremen. Ze zien de subtiele vormen die bijdragen aan systematisch racisme niet.

Het is heel frustrerend. Ik denk dat dit deel uitmaakt van een groter probleem. Als je hier racisme probeert te bespreken, wordt het meteen ter zijde geschoven. Tijdens de zwartepietprotesten kreeg ik te horen dat ik terug moest naar mijn eigen land. Ik werd bedreigd door mensen die zeiden dat ze me wilden verkrachten, me wilden vermoorden – hier, in deze stad! Als ik kan, verlaat ik Nederland. Ik wil niet dat mijn kinderen hetzelfde moeten meemaken.

Ik heb zelfs nooit overwogen om mijn ervaringen met de RUG te bespreken. Dat laat zien hoe groot het probleem eigenlijk is. Ik denk dat andere universiteiten een hoop met diversiteit doen, zelfs op kleine manieren. Ik moet hier de eerste zwarte professor nog zien. Het is belachelijk.’

‘Voor de universiteit is etnische diversiteit net zo belangrijk als alle andere vormen van diversiteit. Elk soort diversiteit doet ertoe.’ Gerry Wakker, diversity officer, Rijksuniversiteit Groningen

Elise N.M.T – Duitsland

BA Psychologie

‘Ik word boos, maar ik weet dat het niet gaat helpen’

‘Ja, mensen komen naar me toe en vragen voortdurend of ze mijn haar mogen aanraken! Misschien is het de kleur, of de stijl. Oude, witte vrouwen zijn het ergst.

Ik word altijd als zwart bestempeld. Het zal wel komen omdat dat het meest opvalt aan mij. Maar ik ben opgegroeid tussen witte mensen, dus cultureel gezien voel ik me meer wit. Dat is erg dubbel voor me. Door mijn etniciteit voel ik me anders.

Ik woonde vroeger in Engeland, daar was ik veel vrijer. De acceptatie van andere minderheden was er diepgeworteld, oprechter dan hier. Als het niet hoeft, probeer ik met mijn vrienden – die voornamelijk wit zijn – niet over ras of etniciteit te praten. Ze willen open lijken, maar voelen zich ongemakkelijk.

In mijn college van zo’n duizend studenten, heb ik slechts drie andere zwarte studenten gezien. Ik heb niet het gevoel dat de universiteit etnische diversiteit stimuleert. Ik probeerde een gemeenschap met mijn zwarte medestudenten op te zetten, maar er zijn uitdagingen. Ik denk dat we het allemaal in ons achterhoofd hadden toen we elkaar ontmoetten: we beseffen dat we anders zijn hier.

Ik merkte dat mijn ras en etniciteit vooral een groot probleem vormden toen ik op zoek ging naar een kamer. Ik weet dat er weinig plek is, vooral voor internationale studenten. Maar door de vreemde vragen die potentiële huisgenoten me stelden, kreeg ik het gevoel dat ze allemaal vooroordelen over me hadden: dat ik de luidruchtige Afrikaanse huisgenoot was die niemand wilde.

Zelfs als ik de hele dag op pad ben, zie ik maar een of twee gekleurde mensen. Hier, in zo’n witte stad, lig ik altijd onder een vergrootglas. Ik voel een hoop druk. Ik moet me altijd “gedragen”, omdat ik de zwarte gemeenschap niet in een kwaad daglicht wil stellen. Eenzaam is het beste woord om dit te beschrijven.’

Dr. Abdul Erumban – Kerala, India

Assistent Professor, Faculteit Economie en Bedrijfskunde

‘Soms voelt het alsof ik hier niet hoor te zijn. Ik ben er vrij zeker van dat ik me hier nooit volledig geïntegreerd ga voelen.’

‘Ik wist niet veel over Nederland, maar mijn dorp had een fanclub voor het nationale voetbalelftal, het “Oranje Legioen”. Als schilder was het Van Gogh Museum een belangrijke reden om hier naartoe te komen.

In het buitenland studeren was een droom voor me. Ik kwam hier zestien jaar geleden voor het eerst als PhD-student en werkte me op naar assistent professor. Ik was de enige Indiase in mijn klas. Er waren tien andere Indiase studenten toen ik in 2003 op de universiteit aankwam. Omdat we met zo weinig waren, kenden we elkaar bij naam.

Ik identificeer me als Keraliet (afkomstig uit de Indiase deelstaat Kerala, red.) en ben daar trots op, maar ik hecht niet veel belang aan mijn etnische achtergrond. Er zijn duidelijke culturele verschillen met Nederland. Het belangrijkste voor mij is de werkcultuur. Ik voel me in Groningen meer gerespecteerd als collega dan in India.

Mijn faculteit is internationaler geworden, maar ik geloof daarentegen niet dat hij ook diverser is – en er is een verschil. Alternatieve perspectieven zijn belangrijk, omdat onze studentenpopulatie steeds diverser wordt. In vergelijking met andere landen, denk ik dat we [de RUG] nog een lange weg te gaan hebben. We hebben een verantwoordelijkheid om diverser te zijn.

Ik zal nooit vergeten dat ik in 2006 in de Korreweg woonde. Er werd me gezegd dat ik de eerste buitenlander in de hele straat was. Voor lange tijd praatte niemand met me. Mensen keken mijn familie raar aan. Ik ben er vrij zeker van dat mijn uiterlijk die terughoudendheid veroorzaakte.

Mijn buurvrouw sprak me uiteindelijk een keer aan in de bus en vroeg me wat ik hier deed. Toen ik uitlegde dat ik een PhD-student was, ontspande ze een beetje. Later vertelde ze me dat mensen zich aanvankelijk zorgen hadden gemaakt, toen we naar hun straat verhuisden. Maar na dit gesprek, accepteerden al onze buren ons meer.

Het voelt alsof ik hier beperkt ben. Wanneer ik iets doe, moet ik altijd twee keer nadenken. Ik twijfel over veel van de dingen die ik hier doe. Zelfs na zestien jaar, krijg ik soms het gevoel dat ik hier niet thuishoor.’

‘We werken aan intercultureel bewustzijn. Het is nog niet ideaal, maar we hebben al veel gedaan om internationale studenten en medewerkers zich thuis te laten voelen.’Marloes Siccama-Van Loveren, programmamanager taal- en cultuurbeleid

UKrant nam contact op met meer dan honderd mensen – zowel studenten als medewerkers van de RUG – en interviewde twintig van hen uitgebreid over dit onderwerp. De interviews zijn geredigeerd voor een heldere en beknopte weergave, maar geven een representatief beeld van de ervaringen van etnische minderheden aan de RUG.

Na publicatie van dit verhaal is de vormgeving gewijzigd. De combinatie van de originele foto met de kop, een citaat van een bron verderop in het verhaal, suggereerde dat het de woorden waren van de personen op de homepage en bovenaan het artikel. Dat was niet het geval.

English