Wetenschap

Odisha, India

Waar sterven een generatie kan duren

Sommige onderzoekers hebben mazzel. Ze belanden niet in de kelder van een grijs laboratorium, of op een flexibele werkplek. Nee, hun werkplek lijkt meer op een vakantiebestemming. Deel 5 van de serie ‘Vette Plekken’: Odisha.
Door Christien Boomsma

Antropoloog Peter Berger was nog een student toen hij in Odisha terecht kwam, in de oostelijke hooglanden van India. Hij wilde het opmerkelijke doodsritueel bestuderen waar de Adivasi-stammen bekend om zijn. Hij bleef er uiteindelijk jaren achtereen en trouwde er zelfs. Hij bestudeert de snel veranderende stammencultuur en zijn unieke rituele gebruik van voedsel nog altijd.

‘Koraput, het district waar ik woonde, is erg afgelegen, gesitueerd in de hooglanden in een gebied waar de rivieren zo langzaam stromen dat de mensen ze in rijstvelden hebben veranderd. Je ziet die enorme groene rivieren en nauwelijks bomen. Het is zelfs zo dat wanneer je een groepje bomen ziet – mango, tamarinde of jackfruit – dat daar waarschijnlijk een dorp ligt met z’n huizen van klei en daken van gras.

Ik kwam vanwege het beroemde doodsritueel. In deze gemeenschap is de dood een proces dat een generatie lang kan duren. Mensen worden niet echt als dood beschouwd nadat ze zijn gestorven en gecremeerd. Hun geesten zijn nog in de buurt, tot na een zekere periode een ritueel wordt uitgevoerd en hun ziel door een sjamaan naar een waterbuffel wordt overgebracht. Je wordt zelfs aan deze buffel voorgesteld: “Dit is mijn vader”, of broer, of zus.

Bevrijd

De buffel krijgt eten, bier, alles, tot hij uiteindelijk naar een herdenkingsplek wordt gebracht, waar hij wordt gedood en de ziel bevrijd wordt. Iemand is niet echt dood tot dat gebeurd is. Maar omdat het ritueel zo duur is – voor elke persoon wordt een buffel gedood – stellen ze het vaak uit. Het vindt grofweg elke 25 jaar plaats.

In het verleden kwamen antropologen uitsluitend om dit specifieke ritueel te bestuderen. Maar ik wilde meer, dieper graven. Ik wilde weten hoe dit ritueel in hun cultuur is ingebed. Dus vroeg ik of ik mocht blijven.

Lage status

Eerst wisten ze niet echt wat ze van me moesten vinden. Ik was waarschijnlijk een toerist, want ik was blank. Dus brachten ze me onder bij een kerel die dorpsfeesten organiseerde voor westerse toeristen die op ‘stammentoer’ waren. Hij had een klein schuurtje voor de waterbuffel en daar bouwde hij een muur in, dus ik leefde onder één dak met de buffel.

Later, toen ze me beter kenden, kwam ik bij een weduwnaar terecht. Hij sliep op de veranda, dat was daar vrij normaal. Oude mensen, vooral die hun partner verloren zijn, hebben soms geen eigen huis, en oude mensen hebben geen erg hoge status.

Een keer, toen een hoogbejaarde vrouw een nare hoest had, ging ik er met mijn motor op uit om medicijnen te halen. Toen vroegen mensen me: “Waarom verspil je geld aan zo’n oude vrouw?”

Voedselrituelen

Terwijl ik daar woonde, de taal leerde, op het land werkte en het dagelijkse leven ervaarde, merkte ik dat voedsel – hoewel hun culinaire gewoonten erg simpel waren – enorm belangrijk was. Het maakt zelfs deel uit van elke belangrijke levensfase. Wanneer een baby wordt geboren wordt, beschouwen ze die niet eens als een persoon tot na een ritueel waarbij hij symbolisch een beetje rijst gevoerd wordt en daardoor uitgroeit tot een persoon.

Het hoogtepunt is wanneer je trouwt en gevoed wordt door vier of vijf verschillende mensen, waardoor je een volwaardig lid van de stam wordt. Ik heb daar zelf aan deelgenomen. Ze bleven naar mijn vrouw vragen en toen zij op bezoek kwam, waren de dorpelingen al een trouwceremonie voor ons begonnen.

Kwade geest

Zelfs ziekte wordt gerelateerd aan voedsel. Een kwade geest ‘eet je op’, verslindt jou en een heler zal proberen om de kansen te keren en de aanvaller te verslinden. En als je uiteindelijk sterft, dan wordt je langzaam uit de gemeenschap gevoerd.

De hooglanden zijn nu heel anders dan toen ik er voor het eerst aankwam, 25 jaar geleden. Toen waren er vooral huizen van klei en geen elektriciteit. Mensen kwamen ’s avonds samen rond het vuur. En het was zo stil! En nu?

Nu is er muziek en televisie en de jongere mensen willen in betonnen huizen wonen. Het ziet eruit als een bouwplaats. De sfeer is totaal anders. Ik beschouw dat niet als een slechte zaak. Culturen veranderen constant. Maar het is een heel interessant proces om te bestuderen.’

English