Universiteit

Dol op Brazilian jiujitsu

Vechten met je hoofd

Het lijkt een gewone portiekflat aan het Hoornsediep, maar achter de deur rollen studenten en docenten van de RUG vechtend over de vloer in een trainingsruimte. ‘Brazilian jiujitsu is een soort schaken.’
Door Sofie Tuinsma / Foto’s en video Luís Felipe Fonseca Silva

‘Brazilian jiujitsu is een meer intellectuele vechtsport,’ zegt Orlando Prins van Focus Jiu Jitsu, waarmee hij de aanwezigheid van de vele RUG’ers in zijn club verklaart. ‘Dat komt doordat je er met louter brute kracht gewoon niet komt. Je moet echt goed kunnen nadenken en analyseren.’

Sinds 2012 groeide zijn club naar ongeveer negentig leden, waarvan er zo’n veertig aan de RUG studeren of doceren, schat Prins. Wie zijn die mensen en waarom is het zo leuk?

Petteri Vainikka

student

Er is een zekere anonimiteit op de club, vindt PhD’er Petteri Vainikka. Het gaat er hier niet om wie je bent, of welke status je hebt. Je vecht. Hij vindt dat prettig: op de universiteit is de druk best hoog en is status belangrijker. Hier niet.

Wat zijn trainingsgenoten in het dagelijks leven doen, weet hij niet. Dat is niet iets wat hier uitgebreid besproken wordt: men traint hier met elkaar, lacht heel veel en heeft gewoon een fijne, ontspannen tijd. Verhalen uitwisselen over carrières of stress hoort daar duidelijk niet bij. Juist lekker, vindt hij, om je gedachten even helemaal op iets anders te richten.

Hij kwam afgelopen februari naar Groningen om te beginnen aan zijn PhD in scheikunde en ging op zoek naar een activiteit naast zijn werk. ‘Ik zit wel negen tot tien uur per dag achter de computer. Het is heel goed voor de balans om na de mentale activiteiten op het werk hier fysiek bezig te zijn.’ Hij probeert drie tot vier keer per week te trainen. ‘Ik hou ervan.’

Brazilian jiujitsu is het compleet tegenovergestelde van de agressieve Israëlische vechtsport krav maga, wat hij in Finland deed. ‘Krav maga is alleen maar slaan of schoppen. Bij Brazilian jiujitsu doe je niet aan slaan of schoppen, je vecht alleen rollend op de grond.’ Sparren doet hij met iedereen: het maakt niet uit hoe groot, goed of zwaar – iedereen vecht met iedereen.

Tim Slaterus

Student

Voor Tim Slaterus (28) is Brazilian jiujitsu een regelrechte verslaving. De masterstudent orthopedagogiek was na één training hooked en trainde zich vervolgens een slag in de rondte. ‘Soms wel acht keer per week.’ Het was zo veel, dat zijn studie eronder begon te lijden. Maar nu afgelopen zomer werd hij vader van een dochter. ‘Ik wil nu gewoon vaker thuis zijn. Dat komt mijn master ook ten goede.’

Terwijl Tim wild op de grond ligt te sparren, vertelt hij waaróm de sport zo verslavend is. ‘Het is als een schaakspel met duizend stukken. Er zijn zoveel mogelijkheden van ‘zetten’ die je met je lichaam kunt doen.’

‘Het gave is dat je een zesde zintuig lijkt te ontwikkelen met deze sport. Je begint op een gegeven moment aan te voelen wat voor beweging je moet maken om iemand in een benarde positie te brengen. Zonder dat je daar écht hard bij na hoeft te denken, wat aan het begin wel zo is.’ Het gevoel van competentie en de ontwikkeling van dat zintuig is wat Tim zo verslavend vindt.

Hij loopt rond met een blauwe band – behoorlijk hoog voor iemand die ‘pas’ drie jaar traint. ‘Je leert hier veel over discipline. Het is eigenlijk een soort therapie: je leert je gedachten wegzetten. Je hebt je complete focus nodig voor deze sport. Het is fysiek, maar met brute kracht kom je er niet. Je moet echt nadenken.’

Iris van der Zwaag

Student

Iris van der Zwaag (23), student belastingrecht, is één van de besten van de club. Vorig weekend won ze zelfs goud op een landelijk vechtsporttoernooi. Bijzonder, want ze is blind.

‘Ik ben drie jaar naar een blindenschool in Haren gegaan om braille te leren. Daar deden we met gym vaak judo, en dat vond ik zo leuk dat ik dat naast school ben gaan doen.’ Toen ze weer naar het reguliere onderwijs ging, was ze een fanatieke judoka.

Bij een judowedstrijd hoorde ze over Brazilian jiujitsu en het vele grondwerk wat daarbij komt kijken. Dat leek haar ook wel wat en in 2014 probeerde ze het. Twee jaar later behaalde ze haar blauwe band.

Met een hulphond om haar heen is het niet te missen dat Iris blind is. ‘Voor een wedstrijd vragen mensen soms of ze ergens rekening mee moeten houden, of dat ze zachter moeten vechten ofzo. Ik zeg dan altijd: vecht tegen mij zoals je tegen iedereen vecht.’

‘Misschien heb ik zelfs wel een beetje voordeel van mijn blindheid,’ vermoedt ze. Ze hoort weleens dat mensen proberen om de tegenstander te intimideren met hun blik. ‘Maar dat zie ik toch niet.’ Aan de andere kant: ze ziet ook niet hoe iemand een wedstrijd wil beginnen. ‘Welke pose hij of zij aanneemt. Dat moet ik dan gauw voelen.’

In de training heeft ze er geen last van. Als Orlando iets nieuws doet, laat hij het eerst aan de groep zien, daarna doet hij het bij Iris een paar keer voor, zodat zij vóelt wat hij bedoelt.

Ze vindt het geweldig. ‘Ik word gewoon zo vrolijk van de trainingen’, jubelt ze. ‘Ik merk echt dat ik chagrijnig word als ik een paar dagen niet getraind heb. Ik moet dan weer naar de trainingen om vrolijk te worden.’

Ze traint dan ook zo’n drie of vier keer per week, met een intensiteit die zich uitbetaalt. Orlando noemt haar een groot talent. ‘Niemand doet voor haar onder,’ zegt hij, ‘de grotere, zwaardere mannen niet, de kleine technische jongetjes niet; Iris is echt een big deal.’

Brian Embry

Postdoc

Filosoof Brian Embry is behoorlijk competitief ingesteld. Dat moet ook wel, als postdoc aan de universiteit, maar gezond is dat niet altijd. Hij leerde zichzelf hier – letterlijk – te verliezen. ‘Je moet leren met je competitieve gedrag om te gaan. Het gaat niet altijd om winnen of verliezen. Een hele goeie pot verliezen kan ook heel goed zijn.’ Dat heeft hij moeten leren – maar dat betaalt zich nu uit. Zowel in de dojo als op de werkvloer.

‘Op het werk heb je vaak te maken met hoge druk. Presteren, publiceren en soms ook tegenslagen verwerken als iets niet lukt. Die zen mindset  waar je je moet concentreren is gewoon nuttig.’

Ook zijn kinderen (een dochter van zes en een zoontje van vier) laat hij nu kennis maken met BJJ; hij leert ze zichzelf verdedigen. ‘Ik leer vooral mijn dochter haar lichaam met meer zelfvertrouwen te gebruiken. Sta sterk en houd je hoofd koel in chaotische situaties.’

Mede-BJJ’er Tim Slaterus luistert aandachtig mee. ‘Ik ga mijn dochter dit ook leren als ze groter wordt.’

Simon Dalley

universitair docent

Simon Dalley, universitair docent sociale psychologie noemt Brazilian jiujitsu zijn passie, waar hij ook nog eens zichzelf ontwikkelt en vriendschappen sluit. De club is een familie, zegt hij. ‘Iedereen is heel vriendelijk en steunt elkaar. Als je even een keiharde sessie wilt, kan dat, maar als je een meer technische sessie wilt, kan dat ook.’

Het is inderdaad een soort fysiek schaken, beaamt Dalley. ‘Het is fysiek enorm uitdagend en veeleisend en in combinatie met de intellectuele uitdaging die het spelletje biedt, ben je je gedachten aan je werk gelijk kwijt.’

Er zit nog wat vuur in hem, maar hij noemt verliezen vooral een leerervaring. Het voelt goed om na een stressvolle dag bij de club aan te komen en met iets anders bezig te gaan.

Maar dat goede gevoel heeft hij al een tijdje niet meer; hij kampt met een rugblessure. ‘Het is onwijs irritant dat je lichaam niet meewerkt als je ouder wordt. Dat ik de dingen niet meer kan doen die ik kon doen, of dat ze veel moeilijker worden. Het mooie aan Brazilian jiujitsu is dat er altijd wel een techniek overblijft die je kunt inzetten, om je fysieke probleem heen.’

Hiervoor deed Dalley aan judo. Maar dat ging al helemaal niet meer. ‘Ik heb één slechte knie en één heel erg slechte knie. Judo zet je veel druk op je knieën. Bij BJJ is het veel meer op de grond, meer worstelen.’ ‘Maar naarmate je ouder wordt, is het wel lastiger herstellen van de battles. Je raakt helaas ook makkelijker geblesseerd.’

Stoppen wil hij niet. ‘Ik zou daar erg gemengde gevoelens bij hebben. Aan de ene kant zou ik de pijntjes en irritaties niet missen. Aan de andere kant zou ik de opwinding en uitdaging van het sparren enorm missen. Vooral met jongens die ruim 25 jaar jonger zijn dan ik.’

English