Universiteit
eelco runia

Oud-docent Eelco Runia over de uni

'Bootcamp met hindernissen'

Eelco Runia zegde begin 2018 met een eenregelige e-mail uit onvrede zijn baan op als docent geschiedenis aan de RUG. Heel academisch Nederland keek mee. Volgende week komt zijn boek ‘Genadezesjes’ uit, een kritische reflectie op de staat van de universiteit.
Door Giulia Fabrizi / Foto Donald van Tol RV

Commissie Van Rijn

Woensdag overhandigde de Commissie Van Rijn haar rapport over de bekostiging van het Nederlandse hoger onderwijs aan minister Ingrid van Engelshoven. Het rapport, getiteld Wissels Om, stelt dat de herverdeling van geld in het hoger onderwijs gebaseerd zou moeten zijn op vier aandachtspunten:

– Meer transparantie over de kosten en de kwaliteit van onderwijs
– De concurrentie tussen instellingen verkleinen en samenwerking vergroten
– Extra aandacht voor de beta- en techniekfaculteiten
– De match tussen student en opleiding verbeteren om uitval te verminderen

Van Rijn hoopt daarmee onder meer de ‘perverse prikkel’ om meer studenten weg te nemen, wat Runia in zijn boek ook aandraagt. Hij is gematigd positief over het rapport van de commissie. ‘Het is een sterke analyse, maar ik twijfel zeer aan de praktische invulling: alleen schuiven met geld brengt geen echte verandering.’

In NRC zette hij daags erna onder de kop Waarom ik ontslag neem bij de universiteit uiteen hoe de Nederlandse universiteit, en de letterenfaculteit in het bijzonder, ten onder gaat ‘aan marktdenken en perverse prikkel’.

Ruim een jaar later verschijnt (op 21 mei) Runia’s boek Genadezesjes: een kritische reflectie op de staat van de universiteit. Een boek waarin hij in acht brieven aan acht verschillende belanghebbenden – van de belastingbetaler tot het universiteitsbestuur en van de buitenstaander tot de politicus – uitlegt wat er volgens hem misgaat in het huidige universitaire systeem.

Doemscenario

Klopte het doemscenario dat Runia indertijd schetste? Ging de universiteit ten onder aan de werkdruk, de bureaucratische last en de verschuiving van zelfsturing naar controle en werd die door marktwerking veroorzaakt?

Vragen die het bestuur van de Faculteit der Letteren een paar weken na Runia’s publicatie beantwoordde. De faculteit, schreef het bestuur, werd slechts voor een klein deel gefinancierd door de output: het aantal geslaagde studenten en promovendi en de hoeveelheid onderzoek die verricht werd.

En de faculteit liet zich niet leiden door het geld. ‘Anders zouden we onmiddellijk met de meerderheid van onze opleidingen stoppen.’ De oorzaak van de toenemende regel-, visitatie- en controledruk lag in het feit dat de burger steeds mondiger werd ‘en niet zomaar het oordeel van de professional accepteert’.

Chemische industrie

Na een jaar onderzoek te hebben gedaan naar zijn redenatie, komt Runia tot een soortgelijke conclusie: marktdenken is niet de juiste benaming. ‘Dat is wat ik probeer uit te leggen in de brief aan de bestuurders’, zegt Runia. ‘Met marktdenken alleen, kom je niet tot de kern van het probleem.’

In plaats daarvan gebruikt hij een ander metafoor, namelijk die van de chemische industrie. Hij beschrijft de universiteit als een enorm buizenstelsel waar men vooral bezig is de doorstroom zo goed mogelijk te laten verlopen.

Het is een systeem waar we van alles inpompen

‘Het is een systeem waar we van alles inpompen. Iedereen mag instromen en vervolgens is het vooral belangrijk dat ze er aan de andere kant weer uitkomen’, legt Runia uit.

‘Men is vooral bezig lekkages te voorkomen, zodat de studenten niet wegvloeien naar een ander buizenstelsel.’ En waar men ook veel mee bezig is, constateert hij, is het voorkomen van opstoppingen. ‘Ze moeten zo snel mogelijk bij de uitgang uitgespuwd worden.’ Dit systeem helpt volgens hem mechanismen in de hand, zoals overregulering, die de academische ontwikkeling van de student tegenhouden.

‘Gesloten onderwijs’

Door de veelheid aan regels is volgens Runia een ‘gesloten onderwijscircuit’ ontstaan. ‘Het cyclische onderwijssysteem betekent dat je alleen mag doceren wat je ook zult tentamineren en alleen kunt tentamineren wat je hebt gedoceerd.’

Dit gaat gepaard met een hoop bureaucratisch werk, waardoor veel docenten de ruimte niet meer hebben om hun persoonlijke expertise in te zetten, stelt hij. Een fenomeen dat hij in zijn boek beschrijft als de ‘deprofessionalisering’ van het vak.

Het gevolg? ‘Dat het onderwijs tegenwoordig te vergelijken is met een bootcamp’, zegt Runia. ‘Er worden voortdurend hindernissen opgeworpen waar de student overheen moet. Die mogen ook weer niet te moeilijk zijn, want dat beperkt de doorstroming. De ratio erachter is: het opwerpen van hindernissen met als resultaat dat degene die dit uiteindelijk gedaan heeft, aan het einde tegen werkgevers kan zeggen: Ik ben in staat geweest deze hindernisbaan tot een goed einde te brengen.’

Nieuwsgierigheid

In dat systeem is volgens de oud-docent geen ruimte voor wat de universiteit eigenlijk moet zijn: een plaats waar de nieuwsgierigheid van de studenten wordt gestimuleerd en uitgedaagd. ‘Als je doceert wat je toetst en toetst wat je doceert, is het volkomen logisch dat studenten alleen leren wat ze nodig hebben om voor een tentamen te slagen’, zegt Runia.

Waar is de universiteit voor? Wat willen wij dat de universiteit is?

Leren studenten dan geen vaardigheden die ze later in het leven zullen gebruiken? ‘De studenten doen buitengewoon weinig kennis op die ze later daadwerkelijk van nut zal zijn in het werk dat ze uitoefenen. De meeste mensen leren de nodige vaardigheden tegenwoordig on the job.’

Als de opgedane kennis grotendeels onnuttig blijkt en de studenten ondertussen ook niet worden gestimuleerd hun nieuwsgierigheid en drive te volgen, blijven er volgens Runia twee belangrijke vragen over: Waar is de universiteit voor? Wat willen wij dat de invulling van de universiteit is? ‘Dat zijn de vragen die ten grondslag liggen aan echte verbetering.’

De 10 punten van Runia (2)

– Personeel dat een vaste aanstelling heeft een maximale aanstellingsgrootte van 50% geven.
– Alle verticale auditsystemen (zoals visitatiecommissies) afschaffen en vervangen door horizontale.
– Bestuur door de professionals zelf en niet door beroepsmanagers.
– Afschaffing van de regel dat iedereen met een diploma voortgezet onderwijs tot een universiteit moet worden toegelaten.
– Afschaffing van het systeem van outputfinanciering.
– Naleven van artikel 1.6 van de Wet op het Hoger Onderwijs: ‘Aan de instellingen voor hoger onderwijs en aan de academische ziekenhuizen wordt de academische vrijheid in acht genomen.’

Geen rancune

Door de systemen waarbinnen de moderne universiteit opereert te beschrijven, probeert Runia een basis te leggen voor een fundamentele discussie. En hoewel de vragen zijn ontstaan uit zijn persoonlijke situatie, klinkt er in zijn stem geen rancune. Zelf schrijft hij zijn zoektocht toe aan Socrates: ‘Ik ben erg van zijn principe “an unexamined life is not worth living”’, legt hij uit.

Na veertien jaar als docent te hebben gewerkt en naar eigen zeggen ‘best een bewust personeelslid, zij het misschien een lastige’ te zijn geweest, was de verbazing groot toen hij ontdekte dat de academische wereld toch niet zijn ding was.

‘Ik heb altijd gedacht dat ik ervoor in de wieg was gelegd, voor een bestaan als academicus. Om dat achter je te laten, is echt een grote beslissing.’

Eigenlijk wilde hij ‘zo geruisloos mogelijk’ weg. Maar de vragen die erop volgden, zetten hem aan het denken. ‘Ik zag mezelf ontzettend onbeholpen mijn eigen motieven verwoorden. Terwijl ik het gevoel had dat het heel geldige motieven waren. Van daaruit ben ik op het idee gekomen een stuk te schrijven. Dat was aanvankelijk niet eens voor de krant, maar toen ik het terug las dacht ik “Dit is wel wat” en stuurde ik het in.’

Zelfreflectie

Het eerste schrijfwerk volgde Runia op met zelfreflectie. ‘Welke componenten zitten er in mijn besluit en hoe geldig zijn die als ik eraan schud, of als ik er literatuur bijhaal? Houden ze dan stand? Dat is wat ik me vlak na mijn besluit afvroeg’, zegt hij.

Gaandeweg de beantwoording ontstond Genadezesjes. Hij ziet zijn boek als een poging om, in de Socratische betekenis van het woord, alles uit zijn ontslagbeslissing te halen wat erin zit.

‘Toen ik hierheen fietste realiseerde ik me iets. Er is veel gedoe geweest rond de BKO, de basiskwalificatie onderwijs. Ik vind dat dit boek in het hele land verplicht gesteld moet worden in het kader van de BKO.’

‘Niet dat iedereen het natuurlijk met mij eens hoeft te zijn. Maar gewoon als confrontatie met een perspectief op de universiteit. Een confrontatie die heel leerzaam kan zijn.’Door zijn persoonlijke keuzes uit te zoeken, is Runia gekomen tot een analyse die velen pijnlijk vinden. Hijzelf hoopt dat het mensen vooral aan het denken zet.