Kenners

Actuele onderwerpen nader toegelicht door RUG-deskundigen

Undercover op school

Vijf oud-leerlingen deden zich voor als leerlingen op een middelbare school in Veenendaal voor een nieuwe realityserie. Is dit iets nieuws in medialand? En mag dit eigenlijk wel? Wat doet dit ‘voorliegen’ met leerlingen en docenten?
Door Christine Dirkse

Berber Hagedoorn

Universitair docent Media Studies

‘Reality-tv bestaat al heel lang. Al in de eerste langere documentaires uit de jaren twintig werden daarbij zaken in scene gezet. Lang niet alles wat getoond wordt, is echt; de werkelijkheid wordt zo goed mogelijk nagedaan om een boodschap over te brengen. Ook selecteert de maker uit veel materiaal welke scenes getoond worden. Daarmee geeft een documentairemaker altijd een eigen versie van de werkelijkheid weer.

Ook het idee om ‘expert-leerlingen’ te gebruiken op een school is niet nieuw. Het doet mij denken aan de Amerikaanse tv-serie 21 Jump Street uit de jaren tachtig, waar jonge politieagenten als scholier undercover gingen op een school. En het concept wat de producenten in Veenendaal probeerden, komt ook uit Amerika.

Het idee om oud-leerlingen opnieuw naar school te sturen om in beeld te brengen hoe pittig de schooltijd geweest is, is op zich wel mooi. Maar je kunt je afvragen of je wel ‘nepleerlingen’ nodig hebt om een eerlijk verhaal over een school te maken, om de ‘bubbel’ die een school is te doorbreken.

Je kunt de focus op leerlingen en docenten zelf leggen. Die kunnen misschien ook zelf filmen, daar zijn leerlingen tegenwoordig best goed in. Want bij reality-tv blijft de vraag: kun je een eerlijk verhaal vertellen als de camera er bovenop zit? Wat is de invloed van de camera zelf?’

Koen Konings

Docent Rechtsgeleerdheid

‘In deze casus speelt de privacywetgeving, de AVG, zeker een rol. Want het gebruiken van portretten van anderen en het vastleggen van observaties is ook gebruik van persoonsgegevens. In Europa mag je alleen persoonsgegevens gebruiken als je daar een wettelijke grondslag voor hebt.

Die wettelijke grondslag kun je hebben op basis van zes gronden. Een daarvan is als het noodzakelijk is voor een gerechtvaardigd belang. De vraag is dan: heeft deze school een gerechtvaardigd belang bij deze opnames? Ik denk niet dat ze dat hard kunnen maken, dus dat kan geen goed argument zijn.

Een andere grondslag zou toestemming kunnen zijn. Hebben de personen van wie de gegevens gebruikt worden toestemming gegeven? Dat hebben ze, want zowel ouders als leerlingen moesten akkoord tekenen voor deze opnames. Aan zo’n toestemming zitten echter ook nogal wat eisen. Bijvoorbeeld dat de toestemming vrijwillig gegeven wordt. Dat zal wel het geval zijn.

Een andere eis is dat de personen goed geïnformeerd worden en dat er specifiek wordt aangegeven wat het doel van de opnames is. Het klinkt alsof de scholieren niet volledig geïnformeerd zijn. Ze weten immers niets af van de aanwezigheid van de ‘undercover’ leerlingen. Zij kunnen dus niet volledig geïnformeerd toestemming geven, wat wettelijk wel een eis is. Dit zal dus een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens opleveren.’

Gijs Huitsing

Universitair docent Sociologie

‘Voor jongeren in de puberteit is het belangrijk dat ze zich veilig voelen op school, dat ze daar mogen zijn wie ze zijn en wie ze willen zijn. Ze zitten midden in hun persoonlijke ontwikkeling. Daarvoor is het belangrijk dat ze fouten mogen maken, dat ze zichzelf mogen ontdekken.

Daarbij is begeleiding van docenten van cruciaal belang. Dat kan alleen als er een vertrouwensband is tussen leerlingen en docenten. Informatie verzwijgen of zelfs doorgeven kan die vertrouwensband schaden. Als de school hier niet eerlijk over is, waarover zouden ze dan nog meer liegen?

Ook de relatie tussen pubers onderling is van groot belang voor de ontwikkeling. Pubers spiegelen zich aan elkaar: Doe ik het wel goed genoeg? Gedraag ik mij volgens de standaard? Presteer ik goed genoeg?

Met de komst van leerlingen die eigenlijk geen leerling zijn, die zelf niet meer in dit proces zitten en al verder ontwikkeld zijn, wordt dit sociale proces van vergelijking en beïnvloeding verstoord. Leerlingen gaan zich spiegelen aan peers die geen peer zijn.

Niet alleen leerlingen, maar ook docenten hebben een gevoel van veiligheid nodig. De vertrouwensrelatie tussen docenten en de schoolleiding wordt hier ook geschaad.’

English