Wetenschap
geen tekst

Han Olff en de Oostvaardersplassen

Uitgescholden en geschoffeerd

Nazi. Viespeuk. Prutswetenschapper. Het zijn maar enkele van de scheldwoorden die Han Olff online naar zijn hoofd krijgt. En ja, hij overweegt regelmatig zijn wetenschappelijke kennis over de Oostvaardersplassen en ecosystemen maar voor zich te houden. Maar hij heeft ook principes. Hij moét zijn verhaal vertellen.
Door Christien Boomsma

Of hij weleens bedreigd is? Hij gaat het niet zeggen. Er is immers geen goed antwoord op die vraag. Stel nu, dat hij aangeeft dat dat zo is, maar dat het hem niks doet? ‘Dan moedig je ze aan om er een schepje bovenop te doen’, zegt hij. Maar zou hij bekennen dat het niet het geval is, werkt het de andere kant op. ‘Dan is er straks iemand die zegt: zal ík dat dan maar even doen?’

Op de vraag of hij weleens bang is, geldt hetzelfde antwoord. Beter om dat niet te delen.

Maar dat RUG-hoogleraar ecologie Han Olff niet populair is in bepaalde kringen, dat staat buiten kijf. Hij is een prutswetenschapper genoemd, de ‘verwarde professor uit Groningen’, een hobbyist. Anderen, die minder fatsoenlijk zijn op social media, noemen hem ‘walgelijke viespeuk’, ‘nazi’, of ‘Han Olff de Kadaverwolf’.

Draagkracht

Waarom? Omdat de ecoloog die al zo’n 25 jaar onderzoek doet naar grote ecologische systemen en biodiversiteit, vindt dat het prima ging, daar in de Oostvaardersplassen. Omdat hij vindt dat de onderneming waarbij een jong ecosysteem met planten, vogels en grote grazers, zichzelf spontaan mocht ontwikkelen, geslaagd is. En het feit dat de populatie runderen, paarden en herten afgelopen winter terugliep van 3500 dieren toen, naar 2000 nu, bewijst in zijn ogen dat de belangrijkste ecologische principes werken. ‘Tien jaar geleden voorspelden we dat de draagkracht van het gebied op ongeveer 3200 dieren zou liggen. En dat klopte precies’, zegt Han Olff.

Olff onderzocht olifanten in de Serengeti, vissen in Waddenzee en het effect van grote grazers op de biodiversiteit. Hij zit in de Raad van Toezicht van het Wereldnatuurfonds, in de Wetenschappelijke Adviesraad van zeeonderzoeksinstituut NIOZ, had zitting in de grote overheidscommissies die adviseerden over natuurbeleid. Hij is, zou je zeggen, gekwalificeerd om hier iets over te zeggen.

We gaan toch ook de zeehondjes niet bijvoeren in de winter?

Maar het grote publiek koopt daar helemaal niets voor. Die rijden ‘s winters in de trein van Lelystad naar Almere en zien broodmagere paarden over kale vlaktes sukkelen. Zielig, denken ze. Die zien de kadavers van dode dieren. Dierenmishandeling, denken ze. Die zien de hekken rond het gebied. Concentratiekamp, denken ze.

Lijdensweg

Dat dat is hoe de natuur werkt, of je nu in de Serengeti in Tanzania bent, in Yellowstone in Amerika, of de Oostvaardersplassen in Nederland, beseffen ze niet. Dat de dieren niet verhongeren, maar worden afgeschoten als ze in slechte conditie zijn om een lijdensweg te voorkomen, evenmin. En dat de kadavers insecten en aaseters voeden al helemaal niet. Die hekken? Daarachter ligt dus 5600 hectare open gebied. Die kale vlaktes? ‘In het voorjaar vormen ze een fourageergebied voor grauwe ganzen’, zegt Olff. ‘Die zijn essentieel om het riet in het moeras kort te houden, waardoor het aantrekkelijk is voor moerasvogels. Maar haal je te veel grote grazers weg, wordt de begroeiing hoger.’ En dan vertrekken de ganzen. En dan groeit het moeras dicht. Weg prachtig ecosysteem.

Olff probeert het al jaren uit te leggen, onvermoeibaar. Hij is actief op Facebook en Twitter. Schrijft opiniestukken in de kranten, draaft op bij Nieuwsuur en Pauw. Met steeds hetzelfde verhaal. ‘Het is een prachtig, bijzonder gebied. Het is inspirerend en door de unieke ecologie zie je er processen die je nergens anders ziet.’ Maar de dieren die er leven zijn wílde dieren. ‘We gaan toch ook de zeehondjes niet bijvoeren in de winter?’

Tweaken

Natuurlijk, de biodiversiteit is nog niet optimaal en ja, soms moet natuurbeheer een beetje tweaken. Zoals het stimuleren van het droogvallen van het moeras, eens in de pakweg dertig jaar. Nodig, om te voorkomen dat het moeras ‘oud’ wordt en omdat het water in een polder niet meer aan natuurlijke processen onderhevig is. Maar verder? ‘Dit gebied is nog maar vijftig jaar oud. In termen van ecologische systemen is het een kind in de luiers. Daarvan eis je toch ook niet dat het maar meteen naar de middelbare school kan?’

Ik geniet niet van het feit dat ik een controversiële rol heb

Het gekke is: veel dierenbeschermingsorganisaties zijn het met hem eens. Denk aan de Dierenbescherming, de Faunabescherming, de Partij voor de Dieren. Al die partijen hebben het dossier onderzocht en allemaal concluderen ze dat het huidige beheer de beste oplossing is in de Oostvaardersplassen. Er is geen onaanvaardbaar dierenleed, geen ‘mislukt experiment’.

Maar wat hij terugkrijgt als hij het uitlegt, is – vaak – woede en agressie. ‘En geloof me, ik geniet niet van het feit dat ik een controversiële rol heb’, zegt hij. ‘Ik vind het echt niet leuk om geschoffeerd te worden. Ik ben een dierenliefhebber en natuurbeschermer, mijn hele leven al vegetariër. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken als het gaat om dierethiek, maar toch word je een dierenbeul genoemd. Het is een dossier waarin niet veel te winnen is.’

Negativiteit

Dus waarom? Waarom stelt hij zichzelf bloot aan de woede van actievoerders die er geen been in zien te beledigen, hekken door te knippen en boswachters te bedreigen? Hij zou het ook níet kunnen doen. Gewoon, terug in de ivoren toren, zoals veel collega-wetenschappers ook doen.

‘Die ivoren toren heb ik toch al nooit kunnen vinden’, glimlacht hij. ‘Maar ik overweeg zo nu en dan wel degelijk ermee op te houden. Als het weer verschrikkelijk veel tijd kost, als er extra negativiteit is en het moeilijk te combineren is met mijn werk. Alle tijd die ik hierin steek, kan ik niet besteden aan mijn volgende onderzoeksaanvraag, aan mijn promovendi, of aan een artikel.’

Maar dan is er weer dat andere besef. Dat hij wéét waar hij het over heeft. ‘Dit is mijn dossier, mijn expertise. Het is mijn verantwoordelijkheid om er iets over te zeggen.’ Bovendien is hij ervan overtuigd dat de oprechte ontreddering van sommige dierenliefhebbers wordt misbruikt door lobbygroepen vanuit de jacht, de agrarische sector en paardenliefhebbers.

Groepen die er moeite mee hebben om te accepteren dat wildpopulaties zich in stand kunnen houden zónder geweer, dat koeien kunnen overleven zonder de stal en paarden zonder paardendekens en gevlochten manen. ‘Dat leidt wellicht tot een soort identiteitscrisis, als iets waarmee jij je met hart en ziel identificeert misschien niet nodig is.’ Een glimlach. ‘Er was een vrouw die totaal verontwaardigd werd, omdat de merries in de kudde in haar ogen werden verkrácht. En dat de hengst haar benen zou kunnen beschadigen. Wat ze eigenlijk zegt is dat háár methode – kunstmatige inseminatie – beter is.’

Mountainbiken

Deze groepen zijn er dus op gebrand om de natuurbeschermers van Nederland even een lesje te leren, denkt hij. En dát, zegt hij, pikt hij nou weer niet. ‘Als er grote maatschappelijke besluiten genomen moeten worden, dan moet de politiek dat doen op basis van wetenschappelijke argumenten, belangenafwegingen en ethiek. En als dat goed gebeurt, dan accepteer ik dat. Maar daarvan heb ik in deze discussie mijn twijfels.’

Moet werkelijk alles in dienst staan van de mens?

Het gebied staat inmiddels symbool voor een discussie die veel groter is. ‘Ik maak me zorgen over de betrokkenheid van Nederlanders bij de natuur en de ruimte die we eraan geven. Heeft het zijn eigen bestaansrecht, of moet werkelijk alles in dienst staan van de mens? Leuk, maar je moet er wel kunnen mountainbiken?’

En dus gaat hij door. Hij deelt opiniestukken, relativeert, legt uit. ‘Dat is ook een soort principe. Maar waar die mensen zich beroepen op ethiek, heb ik mijn eigen ethiek. En dat gaat over de rol die kennis en juiste informatie moet spelen bij maatschappelijke beslissingen en in de maatschappij.’

De Oostvaardersplassen, zegt hij, zijn een fort. En dat fort wil hij verdedigen. ‘Want als je dít ter discussie stelt, dan staan al die andere gebieden waar grote grazers leven ook ter discussie. Welk gebied is dan het volgende?’

Konikpaarden in de Oostvaardersplassen – Foto Thomas Gerhard

De Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen vormen een natuurgebied van 5600 hectare in de provincie Flevoland. Het moerasdeel vormt een belangrijke habitat voor bijzondere vogels, zoals lepelaars, aalscholvers, zilverreigers en grauwe ganzen. In het droge gedeelte lopen heckrunderen, konikpaarden en edelherten.

De natuur in het gebied wordt sinds 1995 zoveel mogelijk met rust gelaten. Na een snelle toename van het aantal grote grazers, zwakte die groei rond 2000 af. De daarmee gepaarde gaande sterfte leidde enkele malen tot felle protesten, waarna in 2010 besloten werd dieren die de winter niet zouden overleven, af te schieten om onnodig lijden later in het seizoen te voorkomen.

Toch leidde de winter van 2017/2018 tot nieuwe protesten. Actiegroepen eisten dat de overheid zou bijvoeren. Toen dat niet gebeurde, werden hekken doorgeknipt en boswachters bedreigd.

Uiteindelijk besloot de provincie Flevoland, sinds kort verantwoordelijk voor het gebied, dat ‘maatschappelijk draagvlak’ ontbrak voor het huidige grote grazersbeleid in de Oostvaardersplassen. De provincie wil nu honderden paarden en runderen verplaatsen en 1800 edelherten afschieten.

Tegen dit laatste spanden natuurorganisaties een kort geding aan, omdat het beschermde dieren betreft. De uitspraak wordt verwacht op maandag 19 november.

English