Universiteit

Karakter van Groningen verkwanseld

Tijdbom onder het erfgoed

Het complete Noord-Groningse erfgoed is in gevaar door de aardbevingen. Als we niet oppassen, is er straks niks meer over van de identiteit van het gebied.
Door Miranda ten Wolde / Foto Reyer Boxem

De voorjaarszon beschijnt wuivend gras in uitgestrekte weilanden die worden afgewisseld door dorpen. Vanuit de trein is aan niets te zien dat het gevaar hier op de loer ligt, letterlijk onder de oppervlakte. Maar de mensen en de gebouwen, die voelen het.

De trein rijdt langzaam het station van Appingedam binnen. Bekend terrein voor Gerda Steenhuis, docent communicatiewetenschappen aan de RUG. Ze is tevens bestuurslid van de Vereniging Groninger Dorpen en adviseert de gemeente Appingedam bij de communicatie rond de versterkingsoperatie. Want die houdt de stad, net als vele dorpen in het Groningse aardbevingsgebied, in zijn greep.

‘Neem deze straat die van het station naar het centrum loopt’, wijst ze. ‘De meeste zijn karakteristieke vrijstaande jarendertigwoningen. Vrijwel geen enkele voldoet aan de veiligheidsnorm. Zelfs de enkele nieuwbouwhuizen hier in de Solwerderstraat, misschien nog geen tien jaar oud, zijn eigenlijk niet veilig.’

Ze wijst op 17e-eeuwse huizen met de beroemde hangende keukens. ‘Appingedam was vroeger een handelscentrum met veel pakhuizen langs de kade van het Damsterdiep. In de 19e eeuw verloren ze die functie en werden het woonhuizen. Omdat er geen ruimte was voor de keukens, werden die aangebouwd boven het water’, vertelt Steenhuis.

Afspraken

Al dat cultureel erfgoed is gebouwd op een tijdbom. Of hij afgaat en hoe zwaar de klap zal zijn, is niet te voorspellen. Want hoewel minister Eric Wiebes van Economische Zaken in maart aankondigde in uiterlijk 2030 de gaskraan volledig dicht te draaien, blijft de ondergrond instabiel.

Ook een opeenstapeling van lichtere bevingen brengt een historisch gebouw schade toe. Loop een willekeurig Damster steegje in en je ziet scheuren. ‘Appingedam staat nog niet op instorten’, zegt Steenhuis. ‘Maar veel historische boerderijen zijn niet meer te redden.’

Hoe langer je wacht, hoe meer erfgoed afbrokkelt. Maar de versterkingsoperatie ligt stil. Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders, die de operatie in goede banen moest leiden, stapte eind mei op. Hij kon het niet verkroppen dat Wiebes eerder gemaakte afspraken met bewoners van het bevingsgebied niet nakomt.

In onder meer Appingedam zijn honderden huizen al geïnspecteerd en onveilig verklaard, maar de rapporten belanden nu in de la. Wiebes wacht op de Mijnraad, die in juli heeft uitgerekend wat een dichte gaskraan op lange termijn betekent voor de kans op zware bevingen.

Toch voorspelt het KNMI dat de aardbevingen nog jaren door kunnen gaan en dat een kracht van 5.0 op de schaal van Richter mogelijk is.

Rijtjeswoningen

Steenhuis wandelt verder, naar de Nicolaïkerk, met haar 13e-eeuwse elementen het oudste gebouw van de stad. ‘Prachtig hè, die gewelven? De kerken zijn allemaal geïnspecteerd en moeten bevingsbestendig gemaakt worden. Maar de versterking richt zich hier vooral op Opwierde Zuid, een wijk met veel huur, rijtjeswoningen uit de jaren zestig.’

De bijna honderd monumenten in de stad zijn nog niet eens geïnspecteerd. Hetzelfde geld voor andere karakteristieke panden. Maar zijn deze gebouwen niet veel kwetsbaarder? ‘Ja, maar een wijk met sociale huurwoningen aanpakken is eenvoudiger, want je hebt met één verhuurder te maken. Al wil Wiebes nu wel in kaart brengen welke gebouwen in het gebied het kwetsbaarst zijn.’

Maar in zijn afscheidsbrief schreef Alders dat de minister niet onafhankelijke erfgoeddeskundigen, maar de NAM liet aanwijzen welke panden boven aan dat lijstje moeten staan. Dat leidde tot grote woede in de regio, waarop de minister zich haastte om duidelijk te maken dat de NAM absoluut niets meer te maken heeft met de versterkingsoperatie.

‘Op sommige plekken is de schade zo groot dat het halve dorp tegen de vlakte moet’
Goffe Jensma

Tot maart dit jaar was dat wel het geval: de NAM beoordeelde schade en besliste over vergoeding en versterking. Dat had gevolgen voor het erfgoed, want versterken is duur. Dus staan boerderijen, pastoriewoningen en heerden te verpauperen of zijn ze zelfs al gesloopt.

Zo gaan steeds meer karakteristieke gebouwen in het gebied verloren, wat het Groningse dorp- en stadsgezicht bedreigt. ‘Op sommige plekken is de schade zo groot dat het halve dorp tegen de vlakte moet. Herstellen kan ook, maar dat is eigenlijk een vorm van onherkenbaar maken van een gebouw’, stelt Goffe Jensma, hoofd van het Bureau Groninger Taal en Cultuur.

Kies je voor nieuwbouw, dan verandert de uitstraling van een dorp. ‘Zulke dorpen worden vergelijkbaar met nieuwbouwwijken bij een stad, want het moet betaalbaar blijven. Ik heb weleens gesuggereerd: waarom kunnen we niet in Groningen een baksteenfabriek openen, waar karakteristieke rode bakstenen worden gebakken? Als je dat op grote schaal doet voor de herbouw, dan houd je in ieder geval iets van het lokale karakter in stand.’

Samenhang

Voor onderhoud van monumenten heeft het kabinet 17 miljoen euro gereserveerd, maar dat zijn niet de enige karakteristieke gebouwen die het aangezicht van een dorp bepalen. Jensma: ‘Er wordt te veel gesproken over het gehele aardbevingsgebied of individuele huizen. Maar er is een tussenlaag: het dorp, waar het gaat om de samenhang tussen de huizen en gebouwen. Het karakter van een dorp of stad zit ’m in het geheel, niet in één specifieke borg of boerderij.’

Ook hoogleraar landschapsgeschiedenis Theo Spek, verbonden aan het Kenniscentrum Aardbevingen en Duurzame Ontwikkeling van de RUG, maakt zich zorgen over karakterverlies. ‘Je ziet dat architecten uit het hele land boven op de dorpsvernieuwing in Noordoost-Groningen springen. Zogenaamd om de mensen te helpen met mooie nieuwe huizen, maar het is ze natuurlijk ook om hun eigen profilering te doen. Houdt zo’n bureau uit Rotterdam de eigenheid en identiteit van een dorp wel in het oog? Zoiets ga je pas missen als het weg is. En gesloopte gebouwen krijg je niet meer terug.’

Nieuwe kansen

Hij denkt dat de Groninger volksaard verantwoordelijk is voor het feit dat mensen zich niet zo druk lijken te maken over hun dorp als collectief. ‘Van oudsher had je in dit gebied veel herenboeren en arbeiders. Mensen hadden weinig te zeggen over hun leefomgeving. Dat is heel anders in Drenthe, waar in de boermarke iedereen verantwoordelijk was voor de gemeenschappelijke gronden van het dorp. Zoiets werkt door van generatie op generatie.’

De stem van de bewoners is essentieel, vindt Jensma. ‘Herbouw biedt nieuwe kansen, het is niet alleen maar achteruitgang. Maar dorpsbewoners moeten met elkaar bepalen: wat vinden wij waardevol aan ons dorp?’

Om die vraag te kunnen beantwoorden, werken student filosofie Kevin van der Schoor en architect Maartje ter Veen van Studio MARCHA! aan een soort gereedschapskist om dorpen te helpen. Dit doen ze samen met organisaties als Groninger Dorpen en met bewoners.

Dorpsvisie

‘Als je mensen vraagt wat typisch Gronings is, kom je meestal niet veel verder dan de poffert en Ede Staal’, zegt Ter Veen. ‘Wij willen mensen op een creatieve manier laten inzien wat belangrijk is voor hen. We vragen ze bijvoorbeeld hun favoriete ommetje uit te tekenen, of de route van huis naar werk.’

Van der Schoor vult aan: ‘Als je dat van verschillende bewoners inventariseert, krijg je al iets wat op een dorpsvisie lijkt. Zo staan bewoners sterker, ook tegenover externe partijen die van alles met hun dorp willen doen.’ De eerste gereedschapskisten worden voor de zomer getest.

‘Ik weet niet of we zo’n enorme operatie aankunnen’
Gerda Steenhuis

Terug naar Appingedam, waar Gerda Steenhuis de gereformeerde kerk in Amsterdamse Schoolstijl passeert. Daar kreeg Alders onlangs een staande ovatie, omdat hij, zo werd het ervaren, met zijn vertrek opkwam voor de bevingsgedupeerden – maar intussen is wel een nieuwe impasse ontstaan.

Is er een oplossing? ‘Ik geloof wel in versterken’, zegt Steenhuis. ‘Karakteristieke panden kun je behouden. Maar dat is echt maatwerk. Het kost heel veel geld en expertise. En we hebben nog maar weinig ervaring met monumenten bevingsbestendig maken. Eerlijk gezegd weet ik niet of we zo’n enorme operatie aankunnen.’

Ze kijkt uit over de eeuwenoude huizen aan het water. ‘Je kunt je toch niet indenken dat dit alles er niet meer zou zijn.’